De badkamer schoonmaken met een stoomreiniger
Stoom maakt tegels, voegen en dunne kalk schoon. Welk apparaat je nodig hebt, bij welke materialen je oppast en welke problemen stoom juist niet oplost.
Voor het huis
waarin je leeft.
Ideeën voor je badkamer
Bekijk hoe indeling, materialen en opbergruimte samenwerken in een badkamer die bij je huis past.

Stoom maakt tegels, voegen en dunne kalk schoon. Welk apparaat je nodig hebt, bij welke materialen je oppast en welke problemen stoom juist niet oplost.
Begin bij de vraag hoe vaak je er echt in gaat. Meet daarna de kuip, de instap en de schoonmaakruimte, en kijk waar de afvoer zit; dan blijven er een paar vormen over.
Hoeveel water komt er op de vloer, waar loopt het heen en hoe houd je hem schoon zonder dat hij glad wordt? Met die drie vragen kies je het materiaal.
Een cabine houdt water en warmte binnen maar heeft een deur. Een inloopdouche heeft een makkelijke instap maar vraagt lengte. Zo kies je wat in jouw badkamer past.
Een pvc-plank neemt geen water op, maar de randen en naden wel. Waarom fabrikanten douches en vloerputten uitsluiten en wat je bij een douchebak afdicht.
Achter één toilet zitten drie systemen die los van elkaar kapot kunnen. Twee simpele tests wijzen aan welke het is, en of je zelf verder kunt.
Een spiegel hoeft maar half zo hoog te zijn als wat je wilt zien. Met tape en een rolmaat bepaal je de hoogte, en daarna het formaat, de kast en het licht.
Een kijkronde langs tegels, kitranden, vochtplekken en ventilatie laat zien of je cosmetisch kunt opknappen of eerst moet herstellen.
Wat mag blijven, staand of hangend, en in welke volgorde werk je? Een checklist om de renovatie voor te bereiden en het gesprek met de installateur te voeren.
Echt terrazzo verdraagt geen zure kalkreiniger, een keramische look meestal wel. Op de vloer telt de grip eerst, en daarna beperk je het patroon tot één vlak.
Afzuiging werkt alleen als er lucht bij kan komen. Over de kier onder de deur, het open raam, de minimale capaciteit volgens het Bbl en wat een installateur beoordeelt.
Een toegankelijke badkamer begint bij hoe de bewoner beweegt. Wat je bij een verbouwing al kunt voorbereiden, en wanneer je een ergotherapeut of de gemeente inschakelt.
In een badkamer ligt veel al vast voordat jij iets kiest. De smaak komt hier dus laat, en wat je oversloeg zie je terug in vochtschade. Hieronder staat welke beslissing welke bepaalt.
Zet eerst op papier hoe een gewone ochtend verloopt: hoeveel mensen zich tegelijk klaarmaken, of er iemand echt in bad gaat, of de wasmachine hier moet staan, en of iemand in huis slecht ter been is of dat kan worden. Dezelfde ruimte vraagt voor twee mensen een andere indeling dan voor één.
Drie dingen bepalen hoeveel vrijheid je hebt: waar de staande afvoerleiding zit, waar de wateraansluitingen zitten, en hoeveel hoogte je onder de vloer hebt voor een afvoerbuis met verval. Je kunt dat niet zelf beoordelen, maar wel in kaart brengen: fotografeer de aansluitpunten, kijk of er onder de badkamer een kruipruimte of een berging zit, en vraag per onderdeel of het op de bestaande afvoer kan.
Het toilet is het duurste onderdeel om te verplaatsen, omdat de afvoerbuis dik is en verval nodig heeft; een wastafel is het makkelijkst. Teken dus eerst een indeling waarin het toilet blijft waar het zit. Lukt dat niet, dan weet je in elk geval waarvoor je verbouwt. De keuze tussen een staand en een hangend toilet hangt aan datzelfde afvoerpunt en staat uitgewerkt bij het renoveren van het toilet.
Huur je, dan vraagt een aanpassing van de badkamer volgens de Rijksoverheid toestemming van de verhuurder. Alleen kleine ingrepen die je zonder veel kosten terugdraait, zoals gaatjes boren, mogen zonder.
Een opdracht van een half uur. Plak de omtrek van toilet, wastafelmeubel en douchebak op de vloer, en met een andere kleur wat erbij hoort: de deur die openzwaait, de uitgetrokken lade, je knieën als je zit, je ellebogen onder de douche. Loop daarna je ochtendroutine over die tape.
Voor de vrije ruimte vóór sanitair vond de redactie geen Nederlandse inrichtingsmaat. De planningsrichtlijnen van de Amerikaanse NKBA zijn als toetssteen bruikbaar: die bevelen ongeveer 76 centimeter vrij vóór een wastafel, toilet of bad aan, met 53 centimeter als Amerikaanse ondergrens, en voor een douche een binnenmaat van ongeveer 91 bij 91 centimeter. Het zijn geen Nederlandse voorschriften en ze gelden niet voor elke bewoner; ze wijzen aan waar het gaat schuren. Hoe je dat tot één tekening maakt, staat bij het indelen van een kleine badkamer, en de keuze tussen een inloopdouche en een douchecabine gaat precies over welke van die maten je inlevert.
Ventilatie wordt als detail behandeld en als eerste geschrapt, terwijl ze bepaalt of de rest het houdt. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt voor een bestaande woning een ondergrens: ten minste 14 dm³ per seconde voor een badruimte en 7 dm³ per seconde voor een toiletruimte (artikel 3.67). De afvoer moet volgens artikel 3.71 rechtstreeks naar buiten. Afzuigen werkt alleen als er lucht bij kan komen, meestal via een kier onder de deur. Zet het ventiel dus niet weg achter een voorzetwand, en reken mee dat een droger extra vocht geeft. Welke gegevens een installateur nodig heeft om je werkelijke afvoer te meten, staat bij badkamerventilatie.
Deel de wanden in drie soorten in: waar de straal direct op komt, de spatzone achter de wastafel of naast het bad, en de wanden die vooral damp krijgen. Voor bestaande woningen eist het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 3.65) dat wanden, kozijnen en deuren in een badruimte tot 1 meter hoogte en de volledige vloer waterafstotend zijn. Dat is een minimum: rond een douche wordt de wand veel hoger nat. Niet de tegel of het paneel laat water door, maar de naad, de kitrand en de aansluiting bij bad of vloer. Vergelijk wandmaterialen daarom op het aantal naden en op wat er gebeurt als één stuk beschadigt, en niet op de foto; de wandsystemen naast elkaar staan op die punten vergeleken. Op de vloer komt grip daarbij vóór patroon, zoals het kiezen van een badkamervloer laat zien.
Bij opknappen draaien mensen de volgorde het vaakst om. Een verflaag of nieuwe panelen lossen geen badkamer op die na het douchen nat blijft, en een toilet dat blijft doorlopen achter een pas betegelde voorzetwand is een duur probleem. Loop daarom eerst met een zaklamp langs de kitranden, druk op tegels bij de douche en kijk aan de andere kant van de douchewand en op het plafond eronder; een vochtplek daar zegt meer dan de badkamer zelf. Milieu Centraal raadt af om over schimmelplekken heen te verven. Wat mag blijven en wat eerst herstel vraagt, staat in de kijkronde voor het opknappen.
Dat is geen degradatie, maar de reden dat ze kunnen kloppen: je beoordeelt een kleur dan in de ruimte waarin hij komt, met het licht dat er is. Dezelfde tegel oogt bij ochtendlicht anders dan onder een warme lamp, en de voeg is ook een kleur. Verdeel kleur bovendien over de vlakken in plaats van alles van één materiaal te laten komen; dat is de kern van badkamerkleuren kiezen. Blijft het kaal aanvoelen: handdoeken in één kleur, één metaalsoort en licht dat je gezicht van voren laat zien doen hier meer dan extra spullen op het blad.