Behang in de slaapkamer: waar het wel en niet werkt
Een groot deel van de wand achter je bed verdwijnt achter matras en hoofdbord. Dat bepaalt welk patroon werkt, en welke wand je beter kiest.
Voor het huis
waarin je leeft.
Ideeën voor je slaapkamer
Ruimte om te slapen, je aan te kleden en je spullen op te bergen. Zoek ideeën die bij jouw kamer passen.

Een groot deel van de wand achter je bed verdwijnt achter matras en hoofdbord. Dat bepaalt welk patroon werkt, en welke wand je beter kiest.
Deze wand bepaalt hoe de kamer vanuit de deur oogt en of je er prettig tegenaan zit. Twee metingen maken de keuze tussen hoofdbord, paneel en kleurvlak eenvoudig.
Een inloopkast bergt niet meer op dan een kastwand; hij kost alleen meer vloer. Met de meting die bepaalt welke van de twee bij jouw kamer past.
De wand achter het bed zie je bij binnenkomst, de wand ertegenover vanuit bed. Zo kies je tussen één groot werk, textiel en losse lijsten, en zo hangt het veilig.
Een kleine slaapkamer loopt vast op kastdeuren, opmaken en stopcontacten. Twee indelingen van dezelfde denkbeeldige kamer laten zien waar het botst, met een tapeproef voor thuis.
Het bed is de kamer, textiel het grootste vlak en lamplicht de maat. Zo beoordeel je een slaapkamerstijl op het moment dat je er echt bent.
Dezelfde verf oogt naast het raam anders dan tegenover het raam, en ’s avonds weer anders. Zo test je kleuren op twee muren op de momenten dat je echt in je slaapkamer bent.
Houd behang en kleur neutraal en geef het kind een plek om zelf te wisselen: prikbord, draad, plank of rail. Zo groeit de muur mee zonder steeds te schilderen.
Licht bij de kast moet van voren komen en kleuren goed laten zien, leeslicht moet smal blijven. Zo kies je beide apart, met de gegevens die op elke lampverpakking staan.
Een slaapkamer lijkt de eenvoudigste kamer in huis: er staat één groot meubel in. Juist daardoor is de ruimte die overblijft smal. Hieronder staat in welke volgorde de beslissingen elkaar vastzetten.
Noteer eerst wat de kamer nog moet kunnen: je aankleden, je kleding bewaren, lezen in bed, misschien een strijkplank of een bureau. Hoeveel van die functies hier horen, bepaalt of er nog ruimte is voor een kast. Wie de kamer deelt doet mee: twee mensen die op verschillende tijden opstaan, hebben allebei een route naar de deur nodig.
Het bed en de kast vullen de kamer; wat je overhoudt om te bewegen is het restant. Daarom is de bedmaat de eerste beslissing, geen smaakkwestie die je later bijstelt. Matrasmaten zijn productmaten: 80, 90, 120, 140, 160 of 180 centimeter breed, meestal 200 of 210 centimeter lang. Elke 20 centimeter matras minder is 20 centimeter vloer die je ergens anders gebruikt: naast het bed, vóór de kast, of om de kamerdeur helemaal open te laten gaan.
Houd daarbij drie maten apart. De matrasmaat is het getal waarmee beddengoed wordt verkocht. De buitenmaat is groter, want een ombouw met een omlopende rand of een dik hoofdbord steekt aan elke kant uit; met die maat reken je op je tekening, en in advertenties staat hij vaak niet. De gebruiksmaat is wat je er los van nodig hebt: de strook vóór de lades onder het bed, en de ruimte om een hoeslaken om de matras te krijgen. Twee indelingen van dezelfde kamer leggen dat bloot; die staan uitgewerkt bij een kleine slaapkamer inrichten.
Een slaapkamer raakt vol van kleding, niet van meubels. Toch kiezen de meeste mensen eerst een kast, en blijkt er daarna een stapel over. Dit kost tien minuten:
Met die drie getallen kies je een kast in plaats van te gokken, en kun je nagaan of een inloopkast zin heeft. Die bergt niet meer op dan een kastwand met dezelfde meters; hij kost alleen extra vloer voor het gangpad. Hoeveel vloer dat gangpad kost, hangt af van hoe ver je achteruit stapt om een hanger te bekijken; de doorrekening van een inloopkast bevat die proef.
Een plattegrond toont meubels dicht, en daar gaat het mis. Meet de breedte van één kastdeur, want zo ver steekt hij de kamer in, plus de ruimte waarin jij staat om iets te pakken. Schuifdeuren vragen die strook niet, maar openen steeds maar de helft van de kast. Kijk ook welke kant de kamerdeur opdraait, of je het raam nog kunt bedienen als het bed ervoor staat, en waar de stopcontacten zitten: een stopcontact achter een bed of kast is in de praktijk weg. Houd je bij een stekkerdoos aan het advies van de Brandweer: één verlengsnoer per stopcontact, geen stekkerdozen aan elkaar koppelen en een haspel helemaal uitrollen.
Licht bij de kast moet van voren komen en kleuren goed laten zien, anders sta je in je eigen schaduw te zoeken. Leeslicht moet juist smal blijven, zodat het de ander niet raakt. Eén plafondlamp doet geen van beide goed, en een wandlamp naast het bed scheelt ruimte op een smal nachtkastje. Welke gegevens op de verpakking je daarvoor nodig hebt, staat bij verlichting voor lezen en aankleden.
Dit is de stap die het vaakst in het verkeerde licht gebeurt. Je ziet je slaapkamer vooral ’s avonds bij lamplicht en in de vroege ochtend; het middaglicht waarin je stalen bekijkt, is hier het minst belangrijk. Milieu Centraal schrijft dat ledlampen in de winkel standaard 2700 kelvin zijn, vergelijkbaar met een gloeilamp; onder dat warme licht schuiven veel kleuren richting geel. Zet kandidaten daarom groot op twee muren, één bij het raam en één ertegenover, en bekijk ze als je er echt bent. Hoeveel muren je meeneemt en wat je doet als de kamer op het noorden ligt, staat in de kleurproef voor de slaapkamer.
Een groot deel van die wand verdwijnt achter matras en hoofdbord, dus van een patroon dat je op ooghoogte mooi vindt, zie je straks de helft. Wat erboven hangt, hangt boven een slapend hoofd; de bevestiging is daar geen detail. Twee metingen maken de keuze eenvoudiger: de breedte van het bed, en de hoogte waarop je rechtop zit. Daarmee kies je tussen een hoofdbord, een paneel of alleen een kleurvlak.
Drie situaties verzetten de volgorde. Op zolder wegen warmte, licht en ventilatie zwaarder dan de plek van de kast, en telt de hoogte boven het hoofdeinde mee; dat staat bij een slaapkamer op zolder. In een kinderkamer houd je de basis neutraal en geef je het kind een wisselende laag erover, zoals muurdecoratie die mee kan groeien voorstelt. En huur je, dan mag je volgens de Rijksoverheid kleine veranderingen zoals gaatjes boren zonder toestemming doen, zolang je ze zonder veel kosten terugdraait.