Slaapkamer / keuzehulp

Slaapkamerverlichting kiezen voor lezen en aankleden

Licht bij de kast moet van voren komen en kleuren goed laten zien, leeslicht moet smal blijven. Zo kies je beide apart, met de gegevens die op elke lampverpakking staan.

Slaapkamer bij avond met een brandend bureaulampje op het nachtkastje en een gesloten witte kledingkast — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

In een slaapkamer heb je meestal twee heel verschillende soorten licht nodig, en één plafondlamp doet geen van beide goed. Bij de kledingkast wil je kleuren kunnen onderscheiden en in de kast kunnen kijken zonder dat je eigen schaduw ervoor valt. In bed wil je een smalle bundel op je boek, zonder dat de ander in het licht ligt. Kies die twee lampen apart, op hun eigen taak. Het plafondlicht is daarna vooral nog nodig om op te ruimen en schoon te maken.

Licht bij de kast en leeslicht: het verschil

Bij de kast Leeslicht in bed
Doel Kleuren zien, in de kast kijken Tekst lezen op korte afstand
Licht moet komen Van voren of van opzij, niet van achter je Van opzij of schuin boven het boek
Breedte Breed, over de hele kastvoorkant Smal, alleen jouw kant van het bed
Let op de verpakking Kleurweergave (CRI) en lumen Bundelhoek, lumen en dimbaarheid
Bediening Bij de deur of de kast Vanuit bed, zonder op te staan

Een basisplan: hoeveel lampen je nodig hebt

Voordat je lampen gaat vergelijken, helpt het te weten hoeveel lichtpunten je zoekt en waar ze komen. In een gewone slaapkamer kom je op drie tot vijf uit. Het voorbeeld hieronder gaat uit van een tweepersoonsbed met aan beide kanten een nachtkastje en een kledingkast tegen de wand bij het voeteneind. Het is een voorbeeld op papier, bedoeld om jouw eigen lijst mee te maken.

Lichtpunt Plek in dit voorbeeld Bediening
Leeslamp links Wandlamp met draaibare arm boven het nachtkastje Eigen schakelaar, bereikbaar vanuit bed
Leeslamp rechts Hetzelfde, gescheiden van de andere kant Eigen schakelaar, bereikbaar vanuit bed
Licht bij de kast Lamp boven of naast de kastvoorkant, of een lampje in de kast Bij de kast, of samen met het licht bij de deur
Algemeen licht Plafondlamp of een hoge lamp in een hoek Bij de deur
Laag nachtlicht Dicht bij de vloer op de route naar de deur Sensor, of een lampje dat altijd zwak aan is

Wat hier wegvalt: één sterke plafondlamp als enige lamp in de kamer. Die blijft nuttig om op te ruimen en schoon te maken, en voor dat doel is hij genoeg. Het nadeel: vijf lichtpunten zijn vijf plekken waar stroom moet komen, en dat is in een bestaande kamer de beperking. Waar je begint: bij de twee lampen aan het bed. Die gebruik je elke dag, op het moment dat je niet meer wilt opstaan om een schakelaar te zoeken.

Zitten de lampen aan de wand achter het bed, dan hoort die wand bij het plan: het gewicht, de ondergrond en de vraag of er leidingen in zitten. Wat je op en in die wand kunt doen, en wat dat betekent voor een hoofdbord of paneel, staat bij de muur achter je bed: hoofdbord, paneel of niets.

Licht bij de kast

Een plafondlamp in het midden van de kamer hangt meestal achter je als je voor de kast staat. Je lichaam werpt dan schaduw in de kast en op de kleding die je vasthoudt. Kijk ’s avonds eens: valt er een donkere vlek precies waar je zoekt? Dan ligt het niet aan de hoeveelheid licht, maar aan de richting.

Oplossingen die de richting veranderen:

  • Een lamp boven of naast de kast, gericht op de voorkant. Het licht komt dan van opzij of van boven en niet van achter je.
  • Licht in de kast zelf, bijvoorbeeld een ledstrip of een lampje met bewegingssensor op batterijen. Je ziet de bovenste plank en de achterkant van diepe vakken, waar plafondlicht niet komt. Controleer bij een strip met snoer waar de voeding heen moet.
  • Een lamp bij de spiegel, als je je bij de kast aankleedt. Licht van voren op je gezicht geeft minder harde schaduwen dan licht recht van boven.

Kleuren onderscheiden

Wie ’s ochtends in het donker een donkerblauwe en een zwarte trui moet kiezen, heeft baat bij lampen met een goede kleurweergave. Die staat op de verpakking als kleurweergave-index of CRI. De Europese ecodesignverordening voor lichtbronnen schrijft sinds 1 september 2021 voor de meeste lampen een CRI van minstens 80 voor; de waarde moet op de verpakking staan. De index geeft aan hoe dicht de kleuren van voorwerpen onder de lamp liggen bij hoe ze er onder een referentielichtbron uitzien; hoger is beter.

Leeslicht in bed

Een leeslamp moet het boek verlichten en verder zo weinig mogelijk. Let op drie dingen:

  • Hoogte en richting. Ga rechtop zitten zoals je leest. De lichtbron hoort net naast of boven je schouder te zitten, zodat je hem niet ziet en je hoofd geen schaduw op de bladzijde maakt. Een arm of kop die je kunt draaien, laat je dat zelf afstellen.
  • Een smalle bundel. Bij gerichte lampen staat de bundelhoek in graden op de verpakking. Een kleinere hoek houdt het licht op jouw kant van het bed. Een lamp met een open kap verlicht ook het plafond en het kussen ernaast.
  • Een schakelaar binnen handbereik. Probeer liggend of je bij de schakelaar kunt. Een snoerschakelaar die achter het nachtkastje valt, gebruik je niet.

Lees je ’s avonds kort voor het slapen, dan is een dimbare lamp prettig. Milieu Centraal wijst op twee valkuilen. Dimmers die gemaakt zijn voor gloeilampen werken vaak niet goed met ledlampen; een dimmer onder 25 watt werkt meestal wel. En een gewone ledlamp wordt bij dimmen minder fel maar niet warmer van kleur. Wil je warmer licht als je dimt, zoek dan naar een ledlamp die daar speciaal voor gemaakt is.

Lichtkleur en lumen

Ledlampen in de winkel hebben volgens Milieu Centraal standaard een lichtkleur van 2700 kelvin, vergelijkbaar met een gloeilamp; lager is warmer en oranjer, hoger helderder en blauwer. Dezelfde verordening verplicht fabrikanten om de lichtkleur in kelvin en de lichtstroom in lumen op de verpakking te zetten. Gebruik dat om lampen te vergelijken: meer lumen is meer licht. Voor een leeslamp gaat het om licht op een klein vlak, voor de kast om een groter vlak. Milieu Centraal geeft een omrekentabel van oude gloeilampen naar lumen, waarmee je kunt inschatten wat je gewend bent.

Kies de lichtkleur van de lampen in één kamer bij voorkeur gelijk. Een koele lamp bij de kast naast een warme leeslamp valt op, en de muurkleur ziet er onder elk van beide anders uit. Hoe lamplicht een muurkleur verandert, staat in kleuren voor je slaapkamer: eerst kijken naar het licht.

Situaties die de keuze veranderen

Twee mensen met een ander ritme. Geef elke kant een eigen leeslamp met eigen schakelaar en een smalle bundel. Een lamp die de hele kamer verlicht, maakt de ander wakker.

Geen ruimte voor een nachtkastje. Een wandlamp met draaibare arm neemt geen vloer in. Een model met stekker en snoer kan aan een bestaande wand; een lamp zonder snoer heeft een aansluitpunt in de muur nodig, en dat aanleggen is werk voor een installateur. Meer over indelingen met weinig ruimte lees je in een kleine slaapkamer inrichten met ruimte om te bewegen.

De kast staat in een nis of hoek. Daar komt van het plafondlicht het minst. Licht in of boven de kast heeft dan het meeste effect. Gaat het om een hele inloopkast of een kastwand achter een gordijn, dan is licht geen bijzaak maar een voorwaarde; dat staat samen met de maten bij een inloopkast in een kleine kamer: reken het eerst door.

Je kleedt je aan als de ander nog slaapt. Dan helpt licht dat alleen de kast verlicht, zoals een lampje in de kast, meer dan een fellere plafondlamp.

’s Nachts opstaan

Wie ’s nachts de kamer uit moet, heeft geen fel licht nodig maar wel genoeg om de drempel, de deur en een rondslingerende schoen te zien. Een laag lampje op de route naar de deur doet dat, zonder dat je met de plafondlamp de hele kamer wakker maakt.

Drie manieren, en wat ze vragen: een lampje met bewegingssensor op batterijen (geen stopcontact nodig, maar je moet aan de batterijen denken), een lampje dat in een stopcontact steekt (vraagt een vrij stopcontact op de goede plek), of een bestaande lamp op de laagste dimstand (werkt alleen als lamp en dimmer samengaan, zie hierboven).

Twee dingen bepalen of het in de praktijk werkt. Het licht moet laag zitten, zodat het niet in je ogen schijnt als je overeind komt, en het moet aangaan zonder dat je ernaar hoeft te zoeken. Loopt de route verder dan de kamer, dan wil je hetzelfde op de gang of bij de trap; dat is een aparte lamp, niet een fellere in de slaapkamer.

Stopcontacten en schakelaars

Waar je lampen kunt neerzetten, hangt in de praktijk af van waar de stopcontacten zitten. Een stopcontact achter het bed is moeilijk bereikbaar, en een snoer over de vloer naar de kast is een struikelpunt. Maak een lijstje van wat waar stroom nodig heeft: twee leeslampen, de laders, een lamp bij de kast. Een installateur kan beoordelen of en hoe er een stopcontact of schakelaar bij kan; wat je daarvoor vooraf uitzoekt, staat in stopcontacten plannen rond hoe je je huis gebruikt.

Waarom dit anders is dan in de woonkamer

In de woonkamer moet licht vaak meerdere dingen tegelijk doen: lezen, praten en televisie kijken in dezelfde ruimte. Daar werk je met lagen die samen de kamer vullen, zoals beschreven in je zithoek verlichten: lezen, praten en tv-kijken. In de slaapkamer zijn de taken juist gescheiden in tijd en plek. Daarom kun je hier met twee of drie losse lampen, elk voor één taak, vaak meer bereiken dan met één sterkere lamp aan het plafond.

Wat je noteert voordat je lampen koopt

  • De hoogte van je schouder als je rechtop in bed zit, gemeten vanaf de matras.
  • De breedte van de kastvoorkant en hoe diep de vakken zijn.
  • Waar de stopcontacten en schakelaars zitten en of ze vrij blijven met het bed en de kast op hun plek.
  • Of je bestaande dimmer geschikt is voor led; staat er een wattage op, vergelijk dat met wat Milieu Centraal noemt.
  • Op de verpakking van de lamp: lumen, kelvin, CRI en bij gerichte lampen de bundelhoek.

Bronnen bij dit artikel