In een kleine badkamer is de muur zelden het probleem. Het knelt op de vloer: de badkamerdeur, de douchedeur, een lade en jijzelf willen op hetzelfde moment dezelfde halve meter gebruiken. Begin daarom niet met een tegel of een meubel, maar met de vraag wat er in de ruimte moet gebeuren, en daarna met een tekening waarop alles open staat. Pas als je ziet waar de deur draait en waar je staat bij de wastafel, het toilet en de douche, kun je kiezen welk sanitair past en hoe de douche eruitgaat zien.
Begin met wat er in moet
Een indeling volgt uit het gebruik. Schrijf eerst op wat er in deze badkamer moet kunnen, zodat je later weet wat je mag opofferen:
- Hoeveel mensen gebruiken de badkamer, en op hetzelfde moment of na elkaar?
- Moet er een bad bij, of is douchen genoeg? Als beide moeten: hoe vaak gaat het bad echt aan?
- Komt het toilet in de badkamer of blijft het apart?
- Moet de wasmachine erin, en eventueel een droger?
- Wat moet je kunnen opbergen: alleen dagelijkse spullen, of ook voorraad en schoonmaakmiddelen?
- Wast of helpt iemand hier een kind, of helpt iemand een ander bij het wassen? Dan moeten er twee mensen naast elkaar staan.
- Wie gebruikt de badkamer over tien jaar nog, en hoe beweegt die persoon dan?
Deze lijst beslist meer dan de smaak. Een wasmachine kost ongeveer evenveel vloer als een klein bad. Een bad dat twee keer per jaar aangaat, kost elke dag ruimte. Wil je voor de lange termijn plannen, leg de indeling dan pas vast nadat je hebt bedacht wat er later bij moet kunnen: een zitje, een steun, een vlakke instap.
Heb je al een badkamer die blijft staan, houd dan deze volgorde aan: eerst kijken of je iets kunt verplaatsen (de deurdraairichting, een kast, de douchekop), dan of iets weg kan (een bad dat je niet gebruikt, een kast die te diep is), en pas daarna vervangen. Vervangen is vaak de duurste en langzaamste oplossing, zeker als er een afvoer mee moet.
Teken de ruimte met alles open
Teken de badkamer op ruitjespapier, bijvoorbeeld één hokje voor tien centimeter. Zet erop wat je niet makkelijk verplaatst:
- de deur, met de kant van de scharnieren en de draaicirkel;
- het raam, de radiator en de ventilatieopening;
- waar de afvoeren van toilet, douche en wastafel nu zitten;
- schakelaars, stopcontacten en lichtpunten;
- schuine wanden, een dakraam of een knieschot, als de badkamer onder het dak zit.
Teken daarna wat je dagelijks openzet of waar je staat: de badkamerdeur, een douchedeur, de lade onder de wastafel, de plek waar je voorovergebogen je tanden poetst en de plek waar je je afdroogt. Kleur de vlakken die elkaar overlappen. Daar zit je probleem, en daar moet een keuze vallen. Een overlap tussen badkamerdeur en douchedeur is lastiger dan een overlap tussen een lade en de plek waar je je afdroogt, omdat je die twee wel na elkaar kunt gebruiken.
Drie maten die je apart controleert
De meeste misrekeningen komen doordat één woord voor drie dingen wordt gebruikt. Houd ze gescheiden:
- De maat van het ding zelf. De buitenmaat van een toilet, een wastafelmeubel of een douchebak. Die bepaalt of het ding in de ruimte past.
- De gebruiksmaat. De ruimte die je erbij nodig hebt om het te gebruiken: een lade die helemaal opengaat, een deur die zwaait, je knieën als je op het toilet zit, je ellebogen onder de douche, bukken voor de wasmachine. Die bepaalt of het werkt.
- De vrije loopruimte. Wat daarnaast nog over moet blijven om langs te lopen en bij de volgende plek te komen.
Een met tape afgeplakte omtrek op de vloer laat alleen de eerste zien. Plak daarom ook de open deur, de uitgetrokken lade en de plek waar je staat af, met een andere kleur tape.
Voor de vrije ruimte vóór een wastafel of toilet in een bestaande badkamer vond de redactie geen Nederlandse inrichtingsmaat. Een bruikbare toetssteen zijn de planningsrichtlijnen van de Amerikaanse branchevereniging NKBA. Die geven per onderdeel een aanbevolen maat en de ondergrens uit de Amerikaanse bouwregels. Het zijn geen Nederlandse voorschriften, en ze gelden niet voor elke bewoner; ze laten vooral zien waar je gaat schuren.
| Waar | Aanbevolen | Ondergrens (VS) |
|---|---|---|
| Vrij vóór wastafel, toilet of bad | 76 cm | 53 cm |
| Vrij vóór de instap van de douche | 76 cm | 61 cm |
| Hart wastafel tot zijmuur | 51 cm | 38 cm |
| Hart toilet tot muur of ander sanitair | 46 cm | 38 cm |
| Binnenmaat douche | 91 × 91 cm | 76 × 76 cm |
De maten zijn omgerekend uit inches en afgerond op hele centimeters. Kom je onder de ondergrens, dan is dat geen verbod, maar wel een teken dat je elleboog de muur raakt of dat je knieën tegen de wastafel komen als je op het toilet zit. Dezelfde richtlijn zegt ook dat geen enkele deur, ook niet van een douche of kast, een andere deur of het veilige gebruik van het sanitair mag hinderen.
Welk sanitair past, en waar het kan staan
Voor elk onderdeel bestaan compactere en diepere uitvoeringen. Dat is in een kleine badkamer de belangrijkste knop waar je aan kunt draaien, en hij kost minder dan een afvoer verplaatsen.
Het toilet
Een hangend toilet staat met een inbouwreservoir in een voorzetwand. Die wand kost diepte, maar de vloer eronder blijft vrij en de pot zelf kan minder ver uitsteken. Een staand toilet met reservoir erop neemt geen voorzetwand in, maar staat op de vloer en heeft bijna altijd een vast afvoerpunt. Welke van de twee het wordt, is de grootste beslissing in een toiletrenovatie; die staat uitgewerkt in het artikel over je toilet renoveren. Let bij de plaatsing op twee dingen die niets met de buitenmaat te maken hebben: je knieën moeten vrij zijn als je zit, en je moet de rolhouder kunnen pakken zonder je om te draaien.
De wastafel
Hier valt de meeste ruimte te winnen. Dezelfde breedte bestaat in verschillende diepten, en een smalle wastafel of een hoekfontein past waar een gewoon meubel niet past. De prijs daarvan is opbergruimte en spatgedrag: in een ondiepe kom zit minder afstand tussen de straal van de kraan en de voorrand, dus komt er eerder water op de vloer en op jou. Kijk daarom in de productinformatie welke kraan bij de kom hoort en waar het water in de kom valt, en kies bij een ondiepe kom een lage of naar achteren gerichte kraan. Hoe je diepte, afvoerpositie en lades tegen elkaar afweegt, staat in het artikel over een badkamermeubel voor een kleine badkamer.
Douche, bad of beide
Een bad van 170 bij 75 centimeter neemt in een kleine badkamer vaak de hele lange wand. Wil je toch kunnen baden, dan zijn er twee tussenvormen. Een kort bad van bijvoorbeeld 150 centimeter laat ruimte over, maar je ligt er minder gestrekt in. Een douchebad is aan één kant breder, zodat je er staand in kunt douchen; dat combineert twee functies op één plek, maar je stapt voor elke douche over de rand. Wat die vorm in de praktijk betekent, staat in het artikel over een douchebad. Wil je het bad opgeven, meet dan eerst of er op die plek een douche met een werkbare instap past; dat is niet automatisch zo, want een bad is smaller dan een comfortabele douche. De maten en vormen van baden staan in het artikel over een bad kiezen.
Als afvoer en leidingen vastliggen
In een bestaande badkamer bepalen drie dingen hoeveel vrijheid je hebt: waar de staande afvoerleiding (de standleiding) zit, waar de aansluitingen voor water zitten en hoeveel hoogte je onder de vloer hebt voor een afvoerbuis met verval. Je kunt dat niet zelf vaststellen, maar je kunt het wel in kaart brengen en de vraag goed stellen.
- Fotografeer de bestaande aansluitpunten: de afvoer van het toilet (uit de vloer of uit de wand), het putje of de goot van de douche, de afvoer en de kranen van de wastafel.
- Noteer of je in een appartement woont en of de badkamer tegen een gedeelde schacht ligt.
- Kijk of er onder de badkamer een kruipruimte, een verdieping of een berging zit, en of het plafond daar open kan.
- Vraag de installateur per onderdeel: kan dit op de bestaande afvoer, of moet die worden verplaatst, en hoeveel hoogte kost dat?
Vuistregel bij het tekenen: het toilet is het duurste onderdeel om te verplaatsen, omdat de afvoerbuis dik is en verval nodig heeft. De wastafel is het makkelijkste. Een douche zit ertussenin en hangt vooral af van wat je onder de vloer kwijt kunt. Teken daarom eerst een indeling waarin het toilet blijft waar het zit, en kijk of die werkt. Lukt dat niet, dan weet je in elk geval waarom je verbouwt.
Huur je, dan vraagt een aanpassing van de badkamer volgens de Rijksoverheid toestemming van de verhuurder. Kleine aanpassingen die je zonder veel kosten terugdraait, zoals gaatjes boren, mogen zonder toestemming. Leg plannen voor een nieuwe douche, een ander toilet of een verplaatste afvoer dus eerst schriftelijk voor.
De doucheopstelling kiezen
Neem een denkbeeldige badkamer van 170 bij 200 centimeter, met de deur in het midden van een korte wand. Die maten zijn een aanname om mee te rekenen, geen standaard. Je wilt er een douche, een toilet en een wastafel in.
Zet je een douche van 90 bij 90 centimeter in een hoek tegenover de deur, dan blijft naast de douche 80 centimeter wand over. Een toilet met het hart op 40 centimeter van de muur zit dan aan beide kanten op 40 centimeter: net boven de Amerikaanse ondergrens van 38 centimeter, onder de aanbevolen 46. Dat werkt, maar krap. De wastafel komt dan op de lange wand. Daar moet hij buiten de draaicirkel van de badkamerdeur blijven, en de vrije ruimte ervoor mag niet samenvallen met de plek waar de douchedeur openzwaait. Wat je in dit voorbeeld bewust weglaat, is een bad en een wasmachine; die passen er niet bij zonder dat je de douche of het toilet verkleint.
In die ruimte gedragen drie opstellingen zich verschillend:
| Opstelling | Ruimte bij gebruik | Waar het knelt |
|---|---|---|
| Cabine met draaideur | De deur zwaait de badkamer in | Botst met toilet, wastafel of badkamerdeur |
| Cabine met schuifdeuren | Geen draaicirkel | Smallere instap, rails en profielen om schoon te houden |
| Inloopwand zonder deur | Geen draaicirkel | Spatwater langs de open zijde, vloer moet naar de afvoer aflopen |
De Amerikaanse regels schrijven voor dat een draaiende douchedeur naar buiten opent. In ons voorbeeld valt die deur in de ruimte vóór het toilet. Kan dat niet, dan is een schuifdeur of een inloopwand de logische kandidaat. Bij een inloopwand bepalen de lengte van het glas en de plek van de douchekop hoeveel water er langs de open zijde komt; dat water komt op de badkamervloer en moet naar de afvoer kunnen lopen, anders staat het tegen de deur of onder het meubel. De afweging tussen een cabine en een inloopdouche, met spatwater, warmte en schoonmaak naast elkaar, staat in het artikel over een inloopdouche of douchecabine kiezen.
Laat de deur meetellen
Een badkamerdeur die naar binnen draait, kost een kwart cirkel vloer zo breed als de deur zelf. In een kleine badkamer is dat vaak de grootste vrije plek die je hebt. Er zijn drie mogelijkheden, elk met een eigen prijs:
Deur naar buiten laten draaien. De badkamer wint vloer, maar de deur zwaait dan de gang of overloop in. Kijk of je daar tegen een trap, een andere deur of een looproute aan komt. In een smalle gang kan het betekenen dat je niet langs de open deur komt.
Een schuifdeur. Langs de muur heb je naast de opening een stuk wand nodig zonder schakelaar, handdoekhaak of radiator. Een deur die in de wand verdwijnt, vraagt een verbouwing. Een schuifdeur sluit meestal minder goed aan dan een draaideur, wat uitmaakt voor geluid en voor de luchtstroom bij het ventileren.
De deur laten zoals hij is. Dan kies je sanitair dat buiten de draaicirkel blijft, bijvoorbeeld een minder diepe wastafel naast de deur. Dit is ook de enige optie die niets kost.
VeiligheidNL raadt aan dat een badkamerdeur van buitenaf te openen is en niet op slot gaat, zodat iemand je kan helpen als je valt. Daar komt bij: een deur die naar binnen draait, gaat moeilijk open als iemand er vlak achter op de vloer ligt. Ook dat is een reden om de draairichting serieus te bekijken.
Opbergruimte zonder dat de looproute smaller wordt
Elke centimeter kastdiepte gaat af van de vrije ruimte ervoor. Een wastafelmeubel dat tien centimeter minder diep is, geeft die tien centimeter terug aan de plek waar je staat. In een kleine badkamer wegen bij een wastafelmeubel de diepte, de plek van de afvoer en de vraag of een lade om de sifon heen past daarom zwaarder dan de breedte.
Begin met de vraag wat er écht in de badkamer hoort. Spullen vallen in drie groepen: wat je elke dag pakt, wat je af en toe gebruikt, en voorraad. Alleen de eerste groep hoeft binnen handbereik bij de wastafel of de douche. De tweede kan hoger of verder weg. Voorraad — reserverollen, een grootverpakking shampoo, schoonmaakmiddelen — hoeft niet in de badkamer. Is er elders in huis geen plek, dan is dat een echte beperking en moet je er een kast voor inruimen; verzin dan liever één gesloten kast op een plek buiten de looproute dan drie open plankjes die vol stof en kalk komen.
Ruimte die niet in de looproute zit, zoek je omhoog en in de hoeken:
- Een spiegelkast boven de wastafel. Levert de meeste opbergruimte per centimeter vloer, maar de deuren zwaaien in je gezicht open en de kast is dieper dan een spiegel. Meet of je er nog vrij voor staat met de deurtjes open.
- Een nis of planken in de douche. Alleen bruikbaar als het water eruit kan lopen; een nis met een vlakke bodem houdt zeep en water vast.
- Een hoge, smalle kast in een hoek. Neemt weinig vloer, maar steekt wel over de volle hoogte uit. Kijk of hij niet precies naast de deur of de douche-instap komt.
- Haken in plaats van een rek. Een haak neemt bijna geen wand in, maar een handdoek aan een haak hangt dubbel en droogt langzamer dan over een rail.
Moet de wasmachine ook in de badkamer, dan neemt die een vast blok vloer in plus de gebruiksmaat: de open machinedeur en jijzelf die ervoor bukt met de wasmand. Reken die mee voordat je de douche plaatst. De aandachtspunten daarvoor staan in het artikel over een wasmachine in de badkamer. Zit het toilet in een eigen ruimte, dan helpt het hierboven genoemde artikel over je toilet renoveren bij die andere kleine ruimte.
Ventilatie: plan de luchtstroom mee
Een kleine badkamer wordt sneller nat dan een grote, want dezelfde hoeveelheid damp komt in minder lucht terecht. Ventilatie is daarom geen detail dat je later oplost, maar een onderdeel van de indeling: de afvoer, de toevoer en de plek van de douche hangen samen.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt een ondergrens aan de luchtverversing. Voor een bestaande woning geldt voor een badruimte ten minste 14 dm³ per seconde en voor een toiletruimte ten minste 7 dm³ per seconde (artikel 3.67). Is het één ruimte, dan geldt volgens het Informatiepunt Leefomgeving de zwaarste eis: 14 dm³ per seconde. Die capaciteit wordt niet geschat maar gemeten volgens NEN 8087. De afvoer moet volgens artikel 3.71 rechtstreeks naar buiten; een kanaal dat door een andere ruimte loopt mag wel, afvoeren via een andere ruimte niet.
Wat dat voor je tekening betekent:
- Zet het ventiel of de ventilator niet weg achter een nieuwe voorzetwand, kast of paneel.
- Houd de toevoer vrij: er moet lucht de badkamer in kunnen, meestal via een kier of rooster onder of in de deur. Een deur die tot op de vloer sluit, blokkeert dat.
- Plaats de afzuiging zo dat de damp van de douche eroverheen trekt en niet eerst langs de spiegel.
- Komt er een wasdroger of een droogrek bij, dan moet de ventilatie meer vocht verwerken dan alleen de douche.
Hoeveel je badkamer werkelijk afvoert en of het kanaal een sterkere ventilator aankan, laat je meten. Dat en de dagelijkse gewoonten staan in het artikel over badkamerventilatie.
Verlichting op de plekken waar je hem gebruikt
Eén lamp midden in het plafond is in een kleine badkamer vaak het enige licht, en dat is precies de verkeerde plek voor de spiegel: je staat met je rug naar de lamp, dus je gezicht valt in je eigen schaduw. Deel het licht daarom op naar gebruik, en bedenk dat op je tekening, want nieuwe lichtpunten vragen leidingwerk door de wand.
- Bij de spiegel wil je licht dat van voren of van twee kanten op je gezicht valt, niet alleen van boven. Dit is het licht waar je je aan ergert als het ontbreekt.
- In of bij de douche zie je anders niets zodra een gordijn of mat glas het plafondlicht tegenhoudt.
- Algemeen licht voor schoonmaken en opruimen, het liefst dimbaar of met een tweede, zwak punt voor ’s nachts.
Welk licht waar hoort en wat je per plek kiest, staat uitgebreider in het artikel over badkamerverlichting. Waar in een badkamer een aansluitpunt of een lamp mag komen, hangt af van de afstand tot bad en douche en van de bestaande installatie; dat beoordeelt een installateur. In een kleine badkamer concurreert een lamp bovendien met de spiegelkast en de haken om dezelfde wand, dus zet hem op de tekening voordat je de kast ophangt.
Warmte, handdoeken en de spiegel die beslaat
In een kleine badkamer vechten de radiator, de handdoeken en de spiegel vaak om dezelfde wand. Een handdoekradiator combineert twee functies, maar hangt dan vol handdoeken en geeft minder warmte af aan de ruimte. Zet je de radiator onder het raam weg om plek te maken, dan valt er koude lucht langs dat raam naar beneden waar niets meer tegenover staat. Een warmtepaneel dat snel opwarmt is een aanvulling voor de minuten dat je er bent, geen vervanging van ventilatie: het haalt geen vocht weg.
Wil je een spiegel die niet beslaat, dan is dat een spiegel met verwarming en dus een elektrisch punt op die plek. Dat zet je op de tekening, niet achteraf. Op welke hoogte de spiegel hoort, en hoe je dat met de lamp afstemt, staat in het artikel over de hoogte van een badkamerspiegel.
Wordt het dan niet kaal?
Als je alles wegstreept wat in de weg staat, hou je een functionele ruimte over waar je niet graag staat. Dat is niet nodig, maar het vraagt wel dat je kiest waar de aandacht naartoe gaat in plaats van overal iets te zetten.
- Eén vlak met kleur of patroon en de rest rustig. Dat werkt in een kleine ruimte beter dan drie accenten, omdat je nooit ver van de wand staat. Hoe tegels, voegen, glans en daglicht samen een kleur bepalen, staat in het artikel over badkamerkleuren kiezen.
- Textiel doet het meeste en kost geen vloer: handdoeken in één of twee kleuren, een mat die je kunt wassen. Dit is ook het enige wat je in een huurwoning vrij kunt veranderen.
- Beperk de zichtbare spullen tot een paar dingen op een schaaltje, zodat het bewust lijkt in plaats van blijven staan. Eén plant of één persoonlijk voorwerp is genoeg; meer wordt in een kleine badkamer iets wat je moet optillen om schoon te maken.
- Licht dat je kunt dimmen verandert de ruimte ’s avonds meer dan welke decoratie ook.
Wat een foto van een kleine badkamer niet laat zien
Inspiratiebeelden zijn vaak met een groothoeklens gemaakt of, zoals het beeld bij dit artikel, gegenereerd. Op zo’n foto zie je niet hoe ver de deur opendraait, hoe diep de wastafel is, of je je ellebogen kunt bewegen onder de douche en hoeveel water naast een inloopwand op de vloer komt. Lichte tegels en één doorlopende kleur laten een ruimte rustiger ogen, maar maken hem niet groter.
De volgorde van beslissen
- Zet op papier wat er in de badkamer moet gebeuren en wie hem gebruikt.
- Teken de ruimte met alle deuren open en kleur de overlappen.
- Breng de bestaande afvoeren en aansluitingen in kaart en vraag wat verplaatsbaar is.
- Plaats eerst het toilet, want dat verplaats je het moeilijkst.
- Kies de doucheopstelling die het minst botst met de badkamerdeur.
- Bepaal of de badkamerdeur kan blijven zoals hij is.
- Plaats de wastafel en controleer de vrije ruimte ervoor.
- Zet ventilatie, lichtpunten en eventuele verwarming op dezelfde tekening.
- Kies pas daarna meubel, spiegel, tegels en kleur.
Leg je tekening met de afvoerpunten, alle draaicirkels en de gewenste licht- en ventilatiepunten aan de installateur voor voordat je sanitair bestelt. Een onderdeel dat niet past, kost dan nog een gum en geen tegels.
Bronnen bij dit artikel
- NKBA Bathroom Planning Guidelines with Access Standards (richtlijnen 2, 4, 5, 9, 16 en 20) · geraadpleegd 2026-10-08
- VeiligheidNL – Folder Zo blijft u overeind en voorkomt u een val (Badkamer & Toilet) · geraadpleegd 2026-10-08
- Informatiepunt Leefomgeving – Luchtverversing: regels bij bestaande bouw (artikel 3.67 en 3.71 Bbl) · geraadpleegd 2026-10-08
- Rijksoverheid – Mag ik mijn huurwoning verbouwen of renoveren? · geraadpleegd 2026-10-08



