Tuin / keuzehulp

Balkon of dakterras inrichten binnen het gewicht

Op een balkon beslis je minder zelf dan in een tuin. Begin met de splitsingsakte, het reglement en het toegestane gewicht; de vlonder en de plantenbakken komen daarna.

Smal balkon met een inklapbaar houten tafeltje, twee stoelen met kussens en bloembakken aan de reling, met uitzicht over daken

Op een balkon of dakterras bepaal je minder zelf dan in een tuin. Drie dingen leggen vast wat er kan: hoeveel gewicht de constructie mag dragen, waar het water naartoe gaat, en hoeveel wind er staat. En boven die drie staat een vierde: wat je volgens de vereniging van eigenaars of je verhuurder mag doen. Begin daarom niet met een vlonder of plantenbakken uitzoeken, maar met het opvragen van papieren. Dat kost een paar e-mails en voorkomt dat je iets koopt wat eraf moet.

Het onderscheid dat alles verandert

Deze drie buitenruimtes worden vaak op één hoop gegooid, terwijl ze op elk van de vier punten verschillen.

Ruimte Wat het is Belangrijkste beperking
Balkon Een bestaande, meestal uitkragende vloer aan de gevel Draagvermogen en de bestaande afvoer; vaak gedeeld eigendom met exclusief gebruik
Inpandig balkon of loggia Een buitenruimte binnen het gevelvlak, met wanden om zich heen Minder wind en minder regen, maar ook minder licht en vaak één afvoerpunt
Dakterras Een dak dat als buitenruimte wordt gebruikt De dakbedekking eronder, en het feit dat het aanleggen ervan vrijwel altijd een bouwkundige ingreep is

Het verschil tussen de eerste twee en de derde is het grootst. Een balkon is er al en je gaat het inrichten. Een dakterras maak je, en dan heb je te maken met constructie, afschot, dakbedekking, een veilige rand en een toegang. Dat is geen inrichtingsvraag maar een bouwvraag, en daar hoort een beoordeling door een deskundige bij.

Wat je opvraagt voordat je iets koopt

Dit is het onderdeel dat de meeste mensen overslaan en dat het vaakst achteraf geld kost. Bij een appartement ben je volgens de Rijksoverheid automatisch lid van de vereniging van eigenaars zodra je koopt, en die vereniging moet zorgen voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen van het gebouw — de gevel en het dak worden daarbij als voorbeeld genoemd. Een balkonvloer en een dak raken dus al snel aan iets waar niet jij maar de vereniging over gaat.

Vraag daarom het volgende op, schriftelijk, bij het bestuur of de beheerder:

  • De splitsingsakte met het bijbehorende reglement. Daarin staat hoe het gebouw is opgedeeld. Zoek op of het balkon of dakterras bij jouw appartementsrecht hoort, gemeenschappelijk is, of gemeenschappelijk met een exclusief gebruiksrecht voor jou. Die drie geven verschillende vrijheden.
  • Het huishoudelijk reglement. Hierin staan vaak de praktische afspraken: wat er aan de buitenkant van de reling mag, of een vlonder is toegestaan, of er beperkingen gelden voor parasols, schotels, barbecues of beplanting.
  • Besluiten en notulen van eerdere vergaderingen. Er kan al een besluit liggen over bijvoorbeeld balkonbeglazing of vlonders, en dan is jouw vraag al beantwoord.
  • Het meerjarenonderhoudsplan. Staat er over drie jaar onderhoud aan het balkon of het dak gepland, dan wil je een vloer die je er los af kunt halen in plaats van een vastgeschroefde.
  • De toegestane belasting. Vraag expliciet hoeveel gewicht per vierkante meter is toegestaan en of er gegevens van de constructeur beschikbaar zijn. Vraag ook of er plekken zijn waar het gewicht wel of juist niet mag staan.
  • Bij huur: je huurcontract en schriftelijke toestemming van de verhuurder. Vraag er meteen bij wat er bij vertrek moet gebeuren; een vlonder die je zelf mag leggen, moet er soms ook zelf weer uit.

Hoe een besluit tot stand komt, is ook goed om te weten. In de vereniging van eigenaars geldt dat de meerderheid beslist, maar die moet volgens de Rijksoverheid wel rekening houden met de belangen van alle eigenaren. Vind je een besluit onredelijk, dan kan een mede-eigenaar de kantonrechter vragen dat besluit te vernietigen. Dat is een laatste stap, geen eerste; een vraag die vooraf schriftelijk en concreet wordt gesteld, krijgt meestal een bruikbaarder antwoord dan een voldongen feit achteraf.

Zet je vraag concreet. ‘Mag ik mijn balkon opknappen?’ levert zelden een duidelijk antwoord op. ‘Ik wil een losliggende houten vlonder van ongeveer 4 m² leggen, demontabel, zonder bevestiging in de vloer, en drie plantenbakken van elk ongeveer 60 kilo tegen de gevelzijde zetten’ wel. Noem het gewicht, de bevestiging en of het weer weg kan.

Gewicht: reken het op in plaats van het te schatten

Milieu Centraal schrijft dat bij gebouwen uit 1992 of later een balkon maximaal 250 kilo per vierkante meter mag dragen, en adviseert dit bij oudere gebouwen — of als je zeker wilt zijn — na te vragen bij je verhuurder, de vereniging van eigenaars of een constructeur. Dat is een voorlichtingsbron en geen constructieve beoordeling van jouw balkon: het getal dat voor jou geldt, is het getal dat je schriftelijk van de vereniging van eigenaars, de verhuurder of een constructeur krijgt. Wat je er wel aan hebt, is de orde van grootte waarin je gaat rekenen. Milieu Centraal wijst er daarbij op dat het gewicht moet worden verdeeld over het hele balkon, en dat het toeneemt bij regen omdat planten, grond en regentonnen water opnemen.

Om te kunnen rekenen heb je gewichten nodig. Milieu Centraal geeft als voorbeelden ongeveer 1,2 kilo voor een kleine pot van rond 10 centimeter, ongeveer 12 kilo voor een middelgrote pot van 20 tot 30 centimeter, en ongeveer 62 kilo voor een grote pot van 40 tot 50 centimeter. Een volle regenton telt als het volume in liters plus ongeveer 10 kilo.

Rekenvoorbeeld met zichtbare aannames. Stel dat je als antwoord op je vraag 250 kilo per vierkante meter krijgt en dat je balkon 4 vierkante meter is. Dan is het uitgangspunt van je rekensom ongeveer 1.000 kilo. Je zet er twee grote potten neer (2 × 62 = 124 kilo), vier middelgrote (4 × 12 = 48 kilo), een regenton van 100 liter (ongeveer 110 kilo vol) en een tafel met twee stoelen (schat 30 kilo). Dat is samen ongeveer 312 kilo. Komen er twee volwassenen bij staan, dan zit je al snel boven de 450 kilo. Er blijft dan ruimte over, maar veel minder dan het op papier lijkt. De 250 kilo is in dit voorbeeld een aanname en geen uitspraak over jouw balkon: vul je eigen antwoord in, en reken erop dat ook de verdeling over het vlak meetelt. Laat de uitkomst bevestigen door de vereniging van eigenaars, de verhuurder of een constructeur.

Praktisch komt het hierop neer: zwaar spul hoort niet bij elkaar op één plek, want Milieu Centraal vraagt juist om het gewicht over het hele balkon te verdelen. Of er plekken zijn waar het wel of juist niet mag staan, is de vraag die je bij de constructieve gegevens stelt. Vul die niet zelf in aan de hand van een vuistregel van internet.

Waar gaat het water heen?

Een balkon of dakterras heeft meestal één of twee afvoerpunten, en die zijn ontworpen voor de bestaande situatie. Alles wat je erop zet, verandert hoe het water eroverheen loopt.

  • Houd de afvoer vrij en bereikbaar. Een vlonder of plantenbak over een afvoerputje laat het water staan, en je moet er ook bij kunnen om blad en zand weg te halen. Kies dus een vloer die je op die plek kunt optillen.
  • Grond en blad spoelen mee. Uit een bak met een open bovenkant spoelt bij een bui aarde op de vloer en in de afvoer. Een laag grind of mulch bovenop de potgrond houdt die aarde op zijn plek.
  • Water dat naar beneden valt. Geef je planten water met een gieter en loopt dat via de rand naar het balkon van de onderburen, dan is dat niet alleen vervelend maar ook een reden voor een gesprek. Zet bakken met een schotel of binnenbak, of hang ze aan de binnenkant.
  • Een regenton op een balkon. Milieu Centraal adviseert dit eerst met de boven- en onderburen te bespreken, omdat het regenwater van de bovenburen op jouw balkon terechtkomt. Vergeet het gewicht niet: vol telt een ton van 100 liter als ongeveer 110 kilo.
  • Bij een dakterras: de dakbedekking. Daaronder zit de waterdichte laag van het gebouw. Elke schroef, poer of scherpe rand is een risico, en lekkage komt daar bij de onderburen uit. Dit is het punt waar je het werk door iemand met verstand van daken laat doen en beoordelen.

Wind telt zwaarder dan je denkt

Op een balkon staat geen schutting en geen haag die de wind breekt, en meestal ook geen boom. Dat verandert twee dingen. Lichte spullen verplaatsen zich: een lege kunststof pot, een kussen of een licht tafeltje kan over de rand. En alles wat wind vangt, trekt aan zijn bevestiging.

Milieu Centraal adviseert bij veel wind een lage, zware bak te kiezen, en noemt een klimplant die door de balkonspijlen groeit als manier om wind tegen te houden. Sedum past volgens die bron bij een winderig balkon, mits het 4 tot 6 uur zon per dag krijgt. Over zonwering staat er dat je rekening moet houden met wind die aan het doek trekt; hoe je een doek kiest en waar de bevestiging op beoordeeld moet worden, staat in een schaduwdoek kiezen en een plek geven. Een parasol met een losse voet is op een balkon zelden een goed idee, omdat de voet die hem bij windstoten op zijn plek houdt, meteen het zwaarste voorwerp op het balkon is.

Bakken aan de buitenkant van de reling hangen is in veel gebouwen niet toegestaan, en waar het wel mag, hoort er een beveiliging bij die voorkomt dat de bak eraf kan waaien of glijden. Dit is een van de punten om expliciet in het huishoudelijk reglement op te zoeken.

De vloer: losliggend en demontabel

De bestaande vloer van een balkon is meestal beton, soms met een coating. Wil je er iets overheen, kies dan iets wat je zonder gereedschap in delen kunt optillen: tegels op rubberen dragers, losse houten of composiet tegels, of een vlonder in panelen. Drie redenen daarvoor: je moet bij de afvoer kunnen, de vereniging moet bij onderhoud bij de vloer kunnen, en bij verhuizing of een afwijzing kan het eraf.

Houd de opbouwhoogte in de gaten. Een vlonder van een paar centimeter dik verhoogt de vloer, en daarmee verandert de hoogte van de reling ten opzichte van de vloer waar je op staat. Dat is een veiligheidsvraag die je voorlegt in plaats van zelf beantwoordt. Let ook op het afschot: de vloer loopt vaak licht af naar de afvoer, en een vlonder die dat wegneemt, laat water staan. De materiaalkeuze voor buiten, met de verschillen in gewicht, grip en onderhoud, staat in een buitenvloer voor terras of balkon kiezen.

Inrichten in weinig meters

Een balkon is vaak smal en lang, en dat stuurt de inrichting meer dan de stijl. Een paar keuzes werken daar beter dan in een tuin.

  • Alles aan één kant. Houd de strook langs de deur vrij als doorloop, en zet meubels en bakken tegen de andere lange zijde. Een smalle doorloop die vol staat, maakt het balkon onbruikbaar in plaats van voller.
  • Opklapbaar waar het kan. Een klaptafel aan de muur of een inklapbare set geeft het balkon terug op dagen dat je er niet zit. Dat werkt alleen als er een plek is waar het ingeklapte meubel staat.
  • Zitten tegen de gevel. De gevel breekt de wind van één kant, en je hoeft geen stoel naar achteren te schuiven.
  • Omhoog in plaats van op de vloer. Een rek of een plantentrap aan de binnenkant geeft groen zonder vloeroppervlak, maar vraagt om bevestiging; boor niet in de gevel zonder toestemming, zeker niet bij huur.

Welke meubels tegen weer kunnen en waar ze in de winter blijven, is op een balkon een scherpere vraag dan in een tuin, omdat er geen schuur is; zie tuinmeubels kiezen op weer, opbergen en onderhoud. Voor beplanting geldt dat de inhoud van de bak het waterritme bepaalt en het materiaal of hij de winter haalt, zie plantenbakken kiezen op maat, materiaal en water. En omdat een balkon vaak de enige buitenruimte is bij een appartement, loopt de indeling ervan door in die van de woning; dat staat in een appartement of studio inrichten binnen de regels.

De regels bij een dakterras of een nieuw balkon

Een bestaand balkon inrichten is geen bouwactiviteit. Een dakterras aanleggen of een balkon toevoegen bijna altijd wel.

Bij de vergunningvrije categorie waar aanbouwen, overkappingen en bergingen onder vallen, geldt uitdrukkelijk dat het bouwwerk geen dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte mag hebben. Een dakterras valt daar dus buiten en vraagt in de regel om een beoordeling door de gemeente. De regels daaromheen, met het verschil tussen het technische en het ruimtelijke spoor, staan uitgewerkt in een overkapping of veranda in je tuin. Doe voor je eigen adres de Vergunningcheck in het Omgevingsloket en vraag je gemeente om bevestiging; een check die je zelf invult, is geen besluit.

Daarnaast speelt het burenrecht. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat je zonder toestemming van de nabuur binnen twee meter van de erfgrens geen vensters of andere muuropeningen mag hebben, en ook geen balkons of soortgelijke werken, voor zover die uitzicht geven op het naburige erf. Bij een dakterras op een aanbouw of uitbouw in een rijtje is dat een reële kwestie en geen formaliteit.

Waar dit artikel stopt. Draagvermogen, dakopbouw, afschot, waterdichting en de hoogte en sterkte van een afscheiding zijn constructieve en bouwfysische onderwerpen. Je vindt hier daarom geen belastingen, dakopbouwen of randhoogtes om zelf mee te rekenen. Wat je wel kunt doen: de gegevens verzamelen die hierboven staan, en op basis daarvan een constructeur, dakdekker of de beheerder van je vereniging laten beoordelen wat er mag. Een leveranciersbrochure over een vlondersysteem is geen beoordeling van jouw balkon.

Wat je klaar hebt voordat je iets bestelt

  • Uit de splitsingsakte: hoort de buitenruimte bij jouw appartementsrecht, is hij gemeenschappelijk, of gemeenschappelijk met exclusief gebruik?
  • Uit het huishoudelijk reglement: wat mag er aan de buitenkant, aan de reling en op de vloer?
  • Het toegestane gewicht per vierkante meter, schriftelijk, met de bron erbij.
  • Een opstelling waarvan je het gewicht hebt opgeteld, inclusief de mensen die er staan en het water na regen.
  • De plek van de afvoer, en de zekerheid dat je erbij kunt met de vloer die je kiest.
  • Wanneer de vereniging onderhoud aan het balkon of het dak heeft gepland.
  • Bij huur: schriftelijke toestemming, inclusief wat er bij vertrek moet gebeuren.
  • Bij een dakterras of nieuw balkon: de uitkomst van de Vergunningcheck en de naam van degene die de constructie beoordeelt.

Bronnen bij dit artikel