De mieren die je in de keuken ziet, zijn werksters op zoek naar voedsel. Volgens Milieu Centraal volgen mieren een geurspoor, en dat verklaart waarom het van een paar mieren snel een rij wordt. Je krijgt ze dus het snelst weg door drie dingen in de goede volgorde te doen: het voedsel onbereikbaar maken, de plek dichtmaken waar ze binnenkomen en daarna het geurspoor wegpoetsen. Gif is pas aan de orde als dat niet werkt, en dan alleen een toegelaten middel volgens het etiket. Loopt het het hele jaar door, dan heb je misschien met een andere soort te maken en is een professional nodig.
Stap 1: volg de route naar het begin
Kijk een paar minuten waar de mieren lopen. Volg de rij in beide richtingen: naar het voedsel en terug naar de plek waar ze uit de muur, vloer of het kozijn komen. Plekken die in een keuken vaak de bron zijn:
- De naad tussen werkblad en achterwand of tussen tegels en kozijn.
- De onderkant van de achterdeur of een tuindeur.
- Gaten rond leidingen onder het aanrecht, waar afvoer en waterleiding door de muur of vloer gaan.
- De ruimte achter de keukenplint en onder de vaatwasser.
- Ventilatieopeningen in de gevel of rond een afzuigkap met afvoer naar buiten.
Noteer ook wanneer je ze ziet: alleen in het voorjaar en de zomer, of het hele jaar? Dat is het belangrijkste gegeven voor stap 6.
Stap 2: maak het voedsel onbereikbaar
Milieu Centraal adviseert etensresten en kruimels direct op te ruimen en zoetigheid en ander eten in goed sluitende bakjes te bewaren. Laat de afwas niet staan en veeg kleverige potten af.
Kijk in een keuken ook naar plekken die je niet dagelijks ziet: de bodem van een voorraadkast, een open pak suiker achterin een la, het voerbakje van een huisdier, de afvalbak en de groenbak. Hoe je een voorraadkast zo indeelt dat je ziet wat er staat en open verpakkingen niet achterin vergeet, lees je in een voorraadkast indelen voor dagelijks gebruik. Zitten de mieren in de keukenkastjes zelf, dan helpt het om eerst alles uit dat kastje te halen, het schoon te maken en het daarna anders in te delen; zie keukenkastjes indelen zodat je alles terugvindt.
Stap 3: maak de ingang dicht
Milieu Centraal adviseert kieren en gaten aan de binnenkant van het huis dicht te maken, op de plek waar je de mieren naar binnen zag komen. Ventilatieopeningen in de gevel moet je niet dichtmaken: Milieu Centraal adviseert fijnmazig insectengaas, zodat de lucht blijft stromen.
Gaten aan de buitenkant. Openingen die breder zijn dan 7 millimeter en hoger dan 2 meter zitten, kunnen volgens Milieu Centraal in gebruik zijn door vleermuizen of vogels. Sluit boven 2 meter daarom alleen openingen van 7 millimeter of smaller af. Lager dan 2 meter kun je ook bredere openingen met gaas dichten.
Zit de ingang onder het aanrecht rond een leiding, dan kun je de ruimte rond de doorvoer dichtmaken zonder aan de leiding zelf te komen. Kun je de plek niet goed bereiken, bijvoorbeeld achter een vaatwasser, dan is dat een moment om de keukenleverancier of een klusser te vragen.
Stap 4: poets het geurspoor weg
Pas als de ingang dicht is, maak je de route schoon. Milieu Centraal adviseert het spoor met zeep weg te poetsen, beginnend bij de kier. Doe je dit vóór het dichtmaken, dan lopen de mieren gewoon opnieuw naar binnen en zetten ze een nieuw spoor uit — dat is de hele reden voor deze volgorde.
Sterk ruikende kruiden, komkommerschijfjes en bepaalde tuinbloemen kunnen mieren volgens Milieu Centraal in de war brengen, maar dat werkt niet altijd. Ze komen terug zolang er voedsel te halen is en de kieren open zijn. Wil je de mieren die al binnen zijn wegvangen, dan noemt Milieu Centraal een potje stroop met een speldenprikje in het deksel.
Stap 5: houd een paar dagen in de gaten
Kijk de dagen erna op dezelfde plekken. Komen er nog mieren, volg dan opnieuw de route: vaak is er een tweede ingang die je de eerste keer niet zag. Blijf in die periode extra letten op kruimels en open verpakkingen.
Woon je in een appartement of een rijtjeshuis, dan houdt een mierenroute zich niet aan jouw voordeur. Komen ze uit een gezamenlijke schacht, via de gang of uit de woning ernaast, bespreek het dan met de buren of de VvE; alleen jouw kier dichtmaken verplaatst het probleem naar de volgende kier.
Stap 6: herken wanneer het om een andere mier gaat
Milieu Centraal noemt twee signalen dat je mogelijk met een invasieve, uitheemse mier te maken hebt: je hebt het hele jaar door mieren in huis, of tuintegels verzakken. Als voorbeelden noemt Milieu Centraal de tropische faraomier en de mediterrane mier, en het schrijft dat je die soorten moeilijk zelf onder controle krijgt.
Twee dingen volgen daaruit. Ten eerste: laat vaststellen welke soort het is voordat je iets bestrijdt. Milieu Centraal verwijst daarvoor naar het EIS Kenniscentrum Insecten, dat mieren tegen betaling kan determineren; ook het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen laat weten dat zijn laboratoriumbiologen een vondst kunnen determineren en onafhankelijk advies kunnen geven of bestrijding nodig is. Ten tweede: schakel bij zo’n soort een professional in. Milieu Centraal adviseert een plaagdierbestrijder met een KPMB-certificaat die ervaring heeft met deze soorten.
Stuur bij een determinatie een paar exemplaren op volgens de instructie van de instantie die het onderzoek doet, en voeg toe wat je zelf hebt gezien: waar ze lopen, wanneer in het jaar, en of je ze ook buiten ziet. Dat scheelt heen-en-weer.
Huurwoning. Meld het bij je verhuurder zodra je vermoedt dat het om zo’n soort gaat, en zet het op papier. Wie de kosten van bestrijding draagt, verschilt per situatie en soort; vraag dat na bij je verhuurder en kijk in je huurcontract voordat je zelf opdracht geeft.
Een nest in de tuin
Een mierennest in de tuin is meestal geen probleem. Milieu Centraal noemt mieren nuttig omdat ze schadelijke insecten en organisch afval opruimen, schrijft dat een nest doorgaans zes tot acht jaar op dezelfde plek blijft, en dat de overlast in de nazomer vaak afneemt als een deel van de mieren uitvliegt. Bestrijd dus alleen als er echt een probleem is.
Moet er toch iets gebeuren, dan noemt Milieu Centraal voor kleine nesten in de tuin twee mogelijkheden: het nest met koud water overstromen, of er een omgekeerde bloempot met tuinaarde over zetten en die verplaatsen als de mieren zijn verhuisd. Kokend water adviseert Milieu Centraal alleen voor nesten tussen tegels, niet in open grond.
En er is een lijst waar Milieu Centraal expliciet van afraadt, juist omdat die middelen online vaak als onschuldig worden aangeraden: nematoden, steenmeel, kaneel, kruidnagel, cayennepeper, koperkrullen en azijn. Die kunnen volgens Milieu Centraal andere insecten, het bodemleven of het milieu schaden. Een huismiddel is dus niet automatisch een mild middel.
Als je toch een bestrijdingsmiddel overweegt
Milieu Centraal noemt chemische bestrijding een laatste redmiddel, alleen bij een echte plaag. Houd je dan aan deze punten:
- Alleen met toelatingsnummer. Koop volgens Milieu Centraal alleen middelen met een toelatingsnummer van het Ctgb, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden; dat nummer begint met ‘NL’ of ‘EU’ of eindigt op een ‘N’.
- Waarvoor het bedoeld is. Middelen zijn toegelaten voor bepaalde plaagdieren en toepassingen. Een middel voor buiten is niet vanzelf geschikt voor op het aanrecht; lees waarvoor het op het etiket is toegelaten.
- Volgens het etiket. Volg de gebruiksaanwijzing precies. Staat er geen gebruiksaanwijzing of geen lijst met ingrediënten op, koop het dan niet.
- Geen vage claims. Woorden als ‘natuurlijk’ of ‘eco’ betekenen volgens Milieu Centraal niet dat een middel veilig is.
- Kinderen en huisdieren. Lokdozen staan op de plek waar de mieren lopen, en dat is vaak ook de plek waar een kind of een hond komt. Lees op het etiket wat daarover staat en kies de plaatsing daarop.
- Restanten inleveren. Laat de verpakking heel en lever restanten in volgens de aanwijzingen van je gemeente.
Meng geen eigen middelen. De lijst hierboven laat al zien dat ‘zelf iets maken’ niet milder is; het is alleen minder gecontroleerd.
Volgend voorjaar voorkomen
Mieren komen vaak in dezelfde periode terug. Kijk in het voorjaar de bekende ingangen na, controleer of de kit nog heel is en houd zoetigheid in gesloten potten. Zet in je agenda wat je vorig jaar hebt gevonden en waar; dat is de kortste weg naar de ingang als het weer begint. Loop je in huis tegen meer kriebelbeesten aan, dan staan de herkenningspunten voor andere soorten in motten, zilvervisjes en houtaantasting herkennen.
Bronnen bij dit artikel
- Milieu Centraal – Mieren · geraadpleegd 2026-10-08
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen – Mieren (kennisbank) · geraadpleegd 2026-10-08


