Gaatjes in een wollen trui, een zilverachtig beestje dat wegschiet als je het licht aandoet en kleine ronde gaatjes in een balk zijn drie verschillende problemen. Ze vragen een andere aanpak en ze zeggen iets anders over je huis. Begin daarom niet met een middel kopen, maar met vaststellen wat je ziet en waar het vandaan komt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan een opgestuurd insect in het laboratorium op naam brengen en daarna beoordelen of maatregelen nodig zijn; die determinatie is de kortste weg naar zekerheid als je twijfelt.
Begin bij het spoor, niet bij het beestje
Volwassen motten vliegen alleen ’s avonds en leven volgens het KAD twee tot vier weken. Ze eten niet. De schade komt van de larven, en die zitten op donkere, rustige plekken. Je ziet dus eerder het spoor dan de dader. Loop deze drie sporen na.
- Vraatschade in natuurlijk textiel, met daarbij spinselbuisjes van een paar centimeter of kleine kokertjes, en korrelige uitwerpselen. Het KAD beschrijft larven van ongeveer 10 millimeter, gebroken wit. De vlinders zijn 7 tot 8 millimeter lang met een spanwijdte van 11 tot 17 millimeter.
- Een plat, glanzend insect met drie staartdraden dat in het donker actief is en wegschiet bij licht. Dat is een zilvervisje of papiervisje.
- Ronde gaatjes in hout met hoopjes korrelig poeder eronder. Het uitvlieggat van de gewone houtwormkever is volgens het KAD cirkelvormig en 1 tot 2 millimeter in doorsnede.
Zie je iets dat in geen van de drie past, dan loont het om het te laten determineren voordat je iets bestelt. Een mier in de keuken is bijvoorbeeld een heel andere zoektocht: daar werk je de looproute terug naar de plek waar ze binnenkomen. Dat staat uitgewerkt bij mieren in de keuken en waar ze binnenkomen.
Motten in de kast en motten in de voorraadkast
Het KAD onderscheidt in zijn kennisbank een flinke reeks mottensoorten. Voor een bewoner is één scheidslijn het belangrijkst: tast de larve dierlijk textiel aan, of droge voorraden?
De klerenmot (Tineola bisselliella) en de gewone pelsmot (Tinea pellionella) leven volgens het KAD van wollen stoffen, tapijten, meubelbekleding, veren, bont, zijde en isolatiemateriaal met dierlijke producten erin, zoals koe- of paardenhaar. Ook vogelnesten en opgezette dieren kunnen aangetast worden. Milieu Centraal voegt toe dat de larven doorgaans niet eten van honderd procent katoen, linnen, nylon of acryl, maar dat vuil die stoffen alsnog aantrekkelijk maakt. Een wijfje legt volgens het KAD 50 tot 100 eitjes, met voorkeur op vuil natuurtextiel of textiel met zweetvlekken. Dat verklaart waarom vraatschade vaker in ongewassen opgeborgen textiel zit dan in schoon textiel.
De twee soorten zijn te onderscheiden: de pelsmot heeft drie donkere stippen op de voorvleugels, de klerenmot niet. Voor de aanpak maakt dat volgens het KAD weinig uit, omdat de levenscyclus vrijwel gelijk is. Eén verschil is wel bruikbaar: klerenmotlarven houden van droogte, pelsmotlarven van vocht. Heb je pelsmotten, dan adviseert Milieu Centraal extra te ventileren.
Motten in de keuken zijn meestal een andere groep. Het KAD noemt onder meer voorraadmotten (Ephestia en Cadra) en de vruchtmot of Indische meelmot (Plodia interpunctella) als aparte soorten. De bron van zo’n plaag zit niet in de kledingkast maar in een pak meel, noten, rijst of diervoer. Daar is de eerste stap dus: alle droge waren openmaken en op spinsel en klontering controleren, en de kast pas schoonmaken als je de aangetaste verpakking eruit hebt. Hoe je die kast zo indeelt dat je dat kunt zien, staat bij een voorraadkast indelen voor dagelijks gebruik. Welke soort het precies is, kun je niet aan het vliegende motje zien; daarvoor is een determinatie nodig.
Het aangetaste textiel behandelen
Voor textiel noemen beide bronnen twee fysieke behandelingen die alle stadia doden, maar met verschillende tijden.
| Behandeling | KAD | Milieu Centraal |
|---|---|---|
| Warm reinigen | Minimaal 30 minuten op 60 °C | Minstens een half uur op 60 °C |
| Invriezen | 2 weken bij −20 °C | 4 dagen bij −20 °C |
Over de wasbeurt zijn ze het eens. Over invriezen niet, en geen van beide pagina’s legt uit waar het verschil vandaan komt. Houd daarom de langere termijn aan: twee weken kost je niets extra behalve geduld, en je weet dan dat je aan de veilige kant van beide adviezen zit. Reken er bij een vriezer ook op dat een dik opgerolde deken tijd nodig heeft om tot in de kern koud te worden.
Niet alles kan in de was of in de vriezer. Wollen stoffen die niet op 60 °C mogen, kun je volgens Milieu Centraal beter laten stomen. Een vloerkleed, een gestoffeerde stoel of een matras valt buiten alle drie de routes; dan blijft er alleen behandeling ter plaatse of professionele hulp over. Het KAD waarschuwt uitdrukkelijk om kleding níet met biociden te behandelen.
Zoek eerst de bron op, dan de rest. Het KAD adviseert om eerst het brongoed te vinden — een kledingstuk, een vloerkleed, een doos met oud textiel — en dat op te ruimen. Noteer daarna een paar weken lang per vertrek de datum en de vindplaats van larven en motten. Zo zie je of het om één kast gaat of om de hele woning. Dat verschil bepaalt of een schoonmaakronde volstaat of dat er meer nodig is. Let bij een zolder ook op vogelnesten onder het dak: larven kunnen daaruit komen.
Zilvervisjes en papiervisjes zeggen iets over je huis
Hier is het insect vooral een meetinstrument. Het KAD noemt de aanwezigheid van zilvervisjes, vaak in de natte ruimtes, een boodschap dat de relatieve luchtvochtigheid te hoog is, en wijst erop dat dat kan duiden op een lekkage of een bouwtechnische tekortkoming. De schade zelf is beperkt: alleen bij grote aantallen kunnen ze papier, behang, boeken, kleding en synthetische materialen aantasten.
Het onderscheid met het papiervisje verandert wat je eraan doet, en daarom is het de moeite waard om te kijken.
| Zilvervisje | Papiervisje | |
|---|---|---|
| Lengte | 7 tot 12 mm | Ongeveer 15 mm |
| Kleur | Donkere zilveren glans | Grijsachtig met spikkels |
| Staart | Korter dan het lichaam | Even lang als het lichaam |
| Zoekt | Vochtige ruimtes | Warme ruimtes met papier |
| Te vinden bij | Afvoeren, aanrechtkastjes, badkamer, onder vloerbedekking | Zolder bij de cv-ketel, kasten met cv-leidingen |
Zilvervisjes sterven volgens Milieu Centraal bij een luchtvochtigheid onder de 50 procent. Het vochtprobleem aanpakken is daarmee de bestrijding: lekkende afvoeren repareren, ventileren, en bij een vochtige kruipruimte vloer- of bodemisolatie overwegen. Komt het vocht terug op dezelfde plek, dan zoek je de oorzaak op dezelfde manier als bij schimmel op de muur, waar je eerst de oorzaak en dan het schoonmaken aanpakt.
Bij papiervisjes werkt dat niet, want die gaan juist op warmte af. Milieu Centraal noemt concrete grenzen: onder 20 °C komen de eitjes niet uit, onder 18 °C ontwikkelen ze zich slecht en onder 16 °C eten ze niet meer. Ze kunnen 100 dagen zonder voedsel. Uitroeien via temperatuur lukt daarmee niet, een plaag voorkomen wel: stook de zolder of een weinig gebruikte kamer niet onnodig, isoleer cv-leidingen in kasten en holle ruimtes en kit naden en kieren dicht. Berg papier en boeken op in afsluitbare plastic dozen in plaats van karton. Milieu Centraal noemt papiervisjes bovendien schadelijker dan zilvervisjes, vooral aan behang en archieven, en adviseert bij aanhoudende last juist hier professionele hulp.
Houtaantasting: is het actief of oud?
Gaatjes in hout betekenen niet dat er nu nog iets leeft. Dat onderscheid bepaalt of je iets moet doen. Het KAD noemt voor de gewone houtwormkever (Anobium punctatum) als kenmerken: een kever van 2,5 tot 5 millimeter, cirkelvormige uitvlieggaten van 1 tot 2 millimeter, en boormeel met een korrelige structuur en ellipsvormige bolletjes die er zonder stof scherp uitzien. Dat boormeel is geen zaagsel maar vooral larvenuitwerpselen.
Hoopjes vers boormeel onder het houtwerk wijzen volgens het KAD op actieve aantasting. Zo kijk je dus:
- Veeg het boormeel onder de gaatjes weg en maak het houtwerk schoon.
- Markeer de gaatjes die je nu ziet, bijvoorbeeld met een potloodcirkel.
- Kijk weken tot maanden later opnieuw. Nieuw boormeel of nieuwe, ongemarkeerde ronde gaatjes betekenen dat het doorgaat. Het KAD adviseert ook na een bestrijding minimaal een jaar periodiek te blijven controleren.
De larven ontwikkelen zich ongeveer drie jaar in het hout, dus de uitvliegperiode is niet jaarrond zichtbaar; één controle in de winter zegt weinig. De aantasting zit volgens het KAD meestal alleen in het spinthout, en aangetast hout kan aan sterkte verliezen.
Bij constructief hout stopt het zelfdoen hier. Gaat het om vloerbalken, een trap, dakbeschot of een draagbalk, dan is de eerste vraag niet welk middel je gebruikt maar of het hout nog sterk genoeg is. Het KAD zet dat ook als eerste stap: laat eerst nagaan of het hout voldoende sterk is en vervang zwak houtwerk. Die beoordeling is werk voor een bouwkundig deskundige of een KAD-adviseur ter plaatse, niet voor een afweging op basis van wat je zelf ziet. Bij een grote balk of hoorbaar geknaag in dakhout kan het ook om de huisboktor gaan, die het KAD een van de schadelijkste houtaantastende insecten in Nederland noemt; dat vraagt eigen onderzoek.
Opbergen zodat het niet terugkomt
Preventie is bij alle drie de groepen vooral een opbergvraag, en die kun je zelf oplossen.
- Wassen voor je opbergt. Het KAD adviseert kleding goed gewassen op te bergen, in goed sluitende zakken, kisten of kasten. Eitjes worden met voorkeur op vuil textiel gelegd, dus schoon opbergen haalt de aanleiding weg.
- Niet te vol hangen en regelmatig luchten. Larven zitten op donkere, rustige plekken, ook onder de randen van vloerbedekking en in naden en kieren van kasten. Een kast die je nooit opent en nooit leeghaalt, is de gunstigste plek. Milieu Centraal adviseert kasten regelmatig te openen en zonlicht binnen te laten.
- Controleerbaar inrichten. Als je een bergruimte voor kleding inricht, maakt het verschil of je bij de achterwand en de vloerranden kunt. Dat speelt mee in de afweging bij een inloopkast in een kleine kamer, die je eerst doorrekent.
- Een wit vel als signaal. Milieu Centraal noemt een wit vel papier onder in de kast: tunnelvormige spinsels en korrels erop laten zien dat er larven zijn. Dat is geen bestrijding, maar het vertelt je of het nog doorgaat.
Huismiddeltjes en bestrijdingsmiddelen
Rond motten en zilvervisjes circuleren veel huismiddelen. Milieu Centraal beschrijft bij visjes wat ze doen: ze helpen tegen een enkel beestje, maar roeien een plaag niet uit, omdat de dieren zich snel voortplanten. Lokdoosjes en lijmvallen laten zien óf er visjes zijn, niet meer. Datzelfde geldt voor de geurzakjes die bij motten genoemd worden. Gebruik ze dus als signaal of als aanvulling, en niet als het plan.
Voor schoonmaken is het advies van Milieu Centraal ondubbelzinnig: meng zelf geen oplossingen van soda, bleek of chloor. De verhoudingen kunnen verkeerd uitvallen en het belast het milieu. Op deze pagina staat daarom geen recept.
Overweeg je wel een bestrijdingsmiddel, dan gelden drie dingen. Koop alleen een middel met een toelatingsnummer van het Ctgb — dat begint met “NL” of “EU” of eindigt op een “N” — en controleer dat in de toelatingendatabank van het Ctgb. Volg het wettelijk gebruiksvoorschrift op het etiket precies; staat er geen duidelijke gebruiksaanwijzing op, koop het dan niet. En lever restanten en lege, ongereinigde verpakkingen in als klein chemisch afval bij het depot van je gemeente. Het KAD stelt bij larven in kieren van kasten of onder vloerbedekking één extra eis die makkelijk wordt overgeslagen: het middel mag onder geen beding met voedsel en speelgoed in aanraking komen.
Claims als “natuurlijk” of “plantaardig” op de verpakking zeggen volgens Milieu Centraal weinig over de werking of de belasting. Laat de toelating en het etiket de keuze bepalen.
Wanneer je het laat beoordelen
Er zijn vier momenten waarop je het niet zelf afmaakt.
Je weet niet welke soort het is. Laat het dier determineren. Het KAD doet dat in zijn laboratorium en geeft er onafhankelijk advies bij over de vraag of maatregelen nodig zijn; Milieu Centraal noemt hiervoor ook het EIS Kenniscentrum Insecten. Aan beide zijn kosten verbonden. De winst zit erin dat je weet welke route je loopt, in plaats van drie routes tegelijk.
Het gaat om hout dat iets draagt. Dan is de sterkte de vraag, niet het middel. Laat het ter plaatse beoordelen.
Je hebt alles gedaan en het blijft terugkomen. Zoek dan een erkende bestrijder. Het KAD adviseert te vragen naar een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen” en noemt als ingangen de NVPB, het Platform Plaagdierbeheersing en de Kamer van Koophandel. Een erkende bestrijder kijkt volgens Milieu Centraal eerst naar preventie en gebruikt gif als laatste middel.
Je huurt. Een lekkage, optrekkend vocht of een gebrek aan ventilatiemogelijkheden is een bouwtechnische oorzaak. Meld die bij de verhuurder in plaats van hem met schoonmaken te blijven bestrijden, en leg vast wat je ziet en wanneer.
Bij motten in schapenwolisolatie raadt Milieu Centraal een professionele bestrijder aan, omdat het materiaal vaak volledig moet worden verwijderd. Dat is geen schoonmaakklus.
Wat je verzamelt voordat je belt
Met deze gegevens kan een determinatie of een adviesgesprek meteen iets opleveren.
- Een exemplaar van het beestje, zo heel mogelijk, plus een scherpe foto van de schade.
- Per vertrek de datum en plaats van elke vondst, een paar weken bijgehouden.
- Welk materiaal is aangetast: wol, bont, zijde, papier, behang, droge voorraad of hout.
- Bij hout: of er vers boormeel bij komt na schoonmaken, en of het houtwerk iets draagt.
- Bij visjes: waar in huis, en wat je over vocht of warmte op die plek weet (lekkage, slechte ventilatie, cv-leiding in een kast).
- Wat je al hebt gedaan, inclusief eventuele middelen met hun toelatingsnummer.
- Of je huurt, en of je het al hebt gemeld.
Bronnen bij dit artikel
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen — Klerenmot (Tineola bisselliella) en gewone pelsmot (Tinea pellionella) · geraadpleegd 2026-10-08
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen — Motten (overzicht van soorten) · geraadpleegd 2026-10-08
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen — Zilvervisje (Lepisma saccharina) · geraadpleegd 2026-10-08
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen — Gewone houtwormkever (Anobium punctatum) · geraadpleegd 2026-10-08
- Kennis- en Adviescentrum Dierplagen — Houtaantasters · geraadpleegd 2026-10-08
- Milieu Centraal — Motten bestrijden (laatst gewijzigd 24 juni 2026) · geraadpleegd 2026-10-08
- Milieu Centraal — Zilvervisjes of papiervisjes aanpakken (laatst gewijzigd 24 juni 2026) · geraadpleegd 2026-10-08
- Milieu Centraal — Schimmel en vocht in huis verwijderen (laatst gewijzigd 25 juni 2026) · geraadpleegd 2026-10-08
- Ctgb — Toelatingendatabank · geraadpleegd 2026-10-08
