Of je een gat in een tegel netjes krijgt, hangt van twee dingen af die je vóór het boren uitzoekt: wat er achter de tegel loopt, en hoe hard de tegel is. Een vaste boorinstelling die voor elke tegel klopt, bestaat niet; zelfs één gereedschapsfabrikant geeft op twee pagina’s verschillende adviezen over welke boor je wanneer gebruikt. Daarom begint dit stappenplan bij de muur zelf, niet bij de boormachine. En het eindigt niet bij het gat: de plug en de bevestiging bepalen of het ding blijft hangen. Twijfel je over leidingen of over wat je ophangt, dan stop je voordat je boort.
Moet het een gat in de tegel zijn?
Zet eerst op een rij wat je wilt ophangen en hoe zwaar het wordt belast. Een zeepdispenser, een handdoekrek waar je aan trekt en een hangkast in de keuken vragen elk iets anders van de bevestiging.
In de voeg. Bosch schrijft dat je in plaats van door de tegel ook door de voeg kunt boren, met een steen- of betonboor, lichte druk en de klopfunctie uit. Dat werkt alleen voor pluggen die smaller zijn dan de voeg. Zware kasten hang je zo niet op.
In de tegel. Nodig als de voegen te smal zijn of het gat op een vaste plek moet komen. Een gat in een tegel herstel je niet onzichtbaar.
Niet boren. Voor lichte accessoires bestaan houders die worden vastgelijmd. Wat zo’n houder draagt en op welke tegel hij houdt, staat bij de fabrikant van dat product; vraag dat op in plaats van het te proberen met een zware spiegel. Meer over het kiezen van accessoires zonder volle wanden en werkbladen lees je in badkameraccessoires kiezen zonder een vol werkblad.
Huur je, bedenk dan dat een gat in een tegel lastiger terug te draaien is dan een gaatje in een geschilderde muur, en dat je bij vertrek niet even een nieuwe tegel tussen de oude zet. Overleg vooraf met de verhuurder en vraag de toestemming schriftelijk als het om meer dan een paar kleine gaatjes gaat.
Stap 1: uitzoeken wat er achter de tegel loopt
Achter tegels in badkamer en keuken lopen vaak water- en afvoerleidingen en elektriciteitskabels naar kranen, douche, wastafel, spiegelverlichting en stopcontacten. Een geraakte waterleiding of kabel is een veel groter probleem dan een gebarsten tegel.
- Kijk naar wat zichtbaar is. Kranen, de douchekraan, het toilet, de wastafel, stopcontacten, schakelaars en lampen zijn de eindpunten van leidingen. De leiding moet ergens vandaan komen, en meestal is dat recht naar boven of recht naar beneden.
- Zoek bouwtekeningen of foto’s. Foto’s die tijdens de verbouwing van de badkamer of keuken zijn gemaakt, voordat de tegels erop zaten, zijn het meest waardevol. Vraag ze bij een huurwoning na bij de verhuurder.
- Scan met een detector. Bosch adviseert om eerst boven en onder het geplande boorpunt te scannen en daarna links en rechts.
- Kijk aan de andere kant van de muur. Zit daar een keuken, een toilet of een meterkast, dan kunnen er leidingen in die wand lopen.
Wat een detector niet garandeert. Lees de gebruiksaanwijzing van jouw detector voordat je erop vertrouwt, en zoek daarin drie dingen op: welke voorwerpen en leidingen het apparaat zoekt, tot welke diepte, en welke omstandigheden de meting kunnen verstoren. Dat verschilt sterk per apparaat, en het verschil doet ertoe: een detector die kunststof niet vindt, zegt met een stille meting niets over een kunststof waterleiding. Gebruik een detector daarom naast andere informatie — bouwtekeningen, foto’s uit de bouwfase en de logica van wat je aan de wand ziet hangen — en niet in plaats daarvan.
Vind je een signaal of weet je het niet zeker, kies dan een andere plek of laat een installateur meekijken. Dat laatste kost een voorrijtarief; een geraakte leiding achter een betegelde wand kost een opengebroken wand.
Stap 2: de tegel en de ondergrond herkennen
Bosch onderscheidt in zijn klusuitleg drie materialen. Aardewerk heeft grove poriën, is relatief zacht, is altijd geglazuurd en wordt vooral als wandtegel gebruikt. Steengoed is dichter en steviger en wordt vaak op de vloer gebruikt. Fijn steengoed is het hardst en neemt bijna geen water op, en wordt daarom vooral buiten toegepast. Daarnaast bestaan tegels van natuursteen, terracotta en andere materialen.
Bosch gebruikt ook een hardheidsklasse van 1 (zeer zacht) tot 10 (zeer hard) en schrijft dat gewone tegels ongeveer op 3 tot 4 zitten en fijn steengoed rond de 8; die aanduiding staat meestal op de verpakking. Heb je die niet meer, dan stelt Bosch voor om met de boorpunt een kras te maken op een restant of een plek die niet opvalt: lukt dat, dan is de boor hard genoeg.
Kijk ook naar wat onder de tegel zit. Bosch noemt de kloptest: klinkt de wand overal hetzelfde, dan zitten de tegels goed vast. Klinkt een tegel hol, dan zit er een holle ruimte onder en kan hij bij het boren breken. Zitten er panelen of een tweede laag over oude tegels, dan boor je door meerdere lagen; zie daarvoor ook badkamerpanelen over tegels: eerst de ondergrond bekijken.
Stap 3: de boor kiezen volgens de fabrikant
Hier lopen de adviezen uiteen, en dat is precies waarom je je eigen verpakking leest. Op de ene Bosch-pagina staat een tegel- of glasboor voor klasse 1 tot 3, een steenboor voor klasse 3 tot 6 en een diamantboor vanaf klasse 6. Op een andere Bosch-pagina staat dat een steenboor niet geschikt is om door tegels te boren en dat je hem gebruikt voor de muur achter de tegel, al kun je er met geduld acceptabele gaten mee maken in tegels tot klasse 3. Die tweede pagina noemt:
| Boor | Volgens Bosch geschikt voor | Koelen |
|---|---|---|
| Glasboor | Tegels tot hardheidsklasse 3 | Met water |
| Tegelboor met diamantgeslepen snijvlak | Zachte en middelharde tegels | Niet nodig |
| Diamantboor | Zeer hard materiaal, zoals vloertegels en fijn steengoed | Met water; wasgekoelde uitvoeringen kunnen lang draaien |
| Steenboor | De muur achter de tegel | Niet van toepassing |
Gebruik dit als oriëntatie, niet als regel. Wat telt, is wat de fabrikant van jouw boor op de verpakking of in de productinformatie zet over materiaal, toerental en koeling, en wat de handleiding van jouw boormachine zegt. Let bij het kiezen ook op de diameter: die hoort bij de plug die je gaat gebruiken, niet bij het gat dat je mooi vindt.
Stap 4: boren
De punten waar de Bosch-uitleg op beide pagina’s hetzelfde over is:
- Tape over het boorpunt. Markeer het punt met potlood en plak er tape over, kruislings; dat voorkomt dat de boor wegglijdt en dat de rand van het gat versplintert. Bosch adviseert de precieze punten met een waterpas en een rolmaat uit te zetten en op de tape over te brengen — doe dat vooral als er meerdere gaten naast elkaar komen, want een scheve rij valt op een tegelwand meteen op.
- Centreren. Bosch noemt het aanbrengen van een klein putje met een centerpunt, behalve als je een diamantboor gebruikt. Bij kwetsbaar materiaal adviseert Bosch eerst met een kleine diameter te beginnen en daarna op te werken.
- Klopfunctie uit. Met de hamer- of klopfunctie aan barst de tegel vrijwel zeker.
- Laag toerental en weinig druk. Bosch noemt maximaal 1.000 omwentelingen per minuut; houd je aan wat de fabrikant van jouw boor opgeeft.
- Recht houden. Een boor die kantelt, kan de tegel laten barsten. Een boorgeleider helpt.
- Koelen en warmte in de gaten houden. Oververhitting kan volgens Bosch de boor beschadigen en spanning in de tegel geven. Koel met water of boorolie als de boor dat vraagt.
- Wisselen als je door de tegel bent. Bosch schrijft dat tegels meestal 8 tot 11 millimeter dik zijn en dat je door de tegel heen bent als er geen tegelstof meer uit het gat komt. Stap dan over op een steenboor.
Vang het boorstof op: Bosch noemt iemand die een stofzuiger onder het gat houdt, of een koffiefilter of envelop die je eronder plakt. Zet een veiligheidsbril op; tegelsplinters zijn scherp.
Stap 5: de plug en de bevestiging
Een net gat is geen bevestiging. Wat het rek of de kast draagt, is de combinatie van de plug, de schroef en het materiaal áchter de tegel — en dat laatste weet je pas als je erdoor bent.
- Massief of hol? Voelde het na de tegel als steen of beton, of schoot de boor door in een holle ruimte? Een holle wand van gipsplaat of een voorzetwand vraagt een ander type plug dan metselwerk. Koop die plug dus pas als je weet wat je hebt geraakt, of vraag vooraf bij de verhuurder of aannemer wat de wand is.
- Belasting. Vraag bij het accessoire op welk gewicht en welke belasting het is gemaakt, en bij de plug waarvoor de fabrikant hem geschikt verklaart. Een handdoekrek waar iemand zich aan optrekt, is een andere belasting dan een haakje.
- Diepte. De plug moet in de wand zitten en niet in de tegel of de tegellijm; dat betekent dat je iets dieper boort dan de plug lang is, zoals de pluginstructie aangeeft.
- Nooit vastzetten door harder aan te draaien. Zit de plug los, dan is het de verkeerde plug of een te groot gat. Doorschroeven laat de tegel barsten.
De bredere uitleg over pluggen, wandtypen en belasting staat in een plank ophangen die blijft hangen.
Extra aandacht in de natte zone
Een gat in een tegel bij de douche of het bad is een opening waar water achter de tegel kan komen. Bosch schrijft dat je een gebarsten tegel wel kunt repareren, maar niet in een natte ruimte: daar moet de tegel vervangen worden, omdat er anders water in de wand of de vloer kan trekken. Voor een boorgat geldt dezelfde gedachte: vraag bij de fabrikant van het accessoire of de plug hoe je het gat afdicht, en boor in de douchehoek niet meer gaten dan nodig. Zie je na het boren vochtplekken op de muur aan de andere kant of op het plafond eronder, lees dan wat je bij een lekkage in de badkamer zelf kunt vaststellen.
In de keuken speelt hetzelfde achter het aanrecht en de kookplaat. Wil je de achterwand toch vernieuwen, dan staat de keuze tussen tegels, plaatmateriaal en andere afwerkingen in een keukenachterwand kiezen die je kunt schoonhouden.
Wanneer je stopt
- De detector geeft een signaal, of je weet niet waar leidingen lopen.
- Er komt water, stof van een andere kleur of een metaalachtig geluid uit het gat.
- De tegel klinkt hol of er zit een barst in.
- De boor schiet ineens door, terwijl je verwachtte steen te raken; achter de tegel kan een holle wand of een leidingkoker zitten.
- Je wilt iets zwaars ophangen, zoals een hangkast of wandcloset, en je weet niet waar de wand uit bestaat.
Raak je een kabel of leiding, of vermoed je dat, laat het dan beoordelen voordat je verder gaat. Bij een elektrische leiding is dat werk voor een installateur: het Besluit bouwwerken leefomgeving eist dat een voorziening voor elektriciteit bij lage spanning voldoet aan NEN 1010, en dat is geen reparatie die je zelf improviseert. Bij een waterleiding geldt dat de leidingen in je woning niet van het drinkwaterbedrijf zijn: Evides schrijft dat je bij een gesprongen leiding of een klein lek een loodgieter inschakelt, en als huurder je verhuurder; alleen een lek aan de watermeter of hoofdkraan meld je bij het drinkwaterbedrijf.
Een verkeerd gat herstellen
Voor een gat op de verkeerde plek noemt Bosch een vulmiddel voor tegels: het overtollige materiaal schraap je weg met een plamuurmes en na het uitharden schuur je het bij. Bij kleurverschil noemt Bosch een lakspray in de juiste kleur of decoratiefolie. Dat wordt zelden onzichtbaar. In een natte ruimte gaat het minder om het uiterlijk dan om de vraag of het gat weer waterdicht is, en dan is vervangen van de tegel het eerlijke antwoord.
Bronnen bij dit artikel
- Bosch DIY – In tegels boren: tips voor gaten zonder schade · geraadpleegd 2026-10-08
- Bosch DIY – Zo boor je een gat in een tegel, zonder barsten of scheuren · geraadpleegd 2026-10-08
- Besluit bouwwerken leefomgeving, geconsolideerde tekst bij inwerkingtreding 1 januari 2024 (art. 3.106, voorziening voor elektriciteit en NEN 1010; pdf via IPLO) · geraadpleegd 2026-10-08
- Evides Drinkwater – Lekkage in huis? Check het nu! · geraadpleegd 2026-10-08


