Haarden / uitleg

Vocht in haardhout: wat meet je precies?

20 procent of 15 procent op het display: de grenzen gaan over ongeveer hetzelfde hout. Zo weet je wat jouw meter laat zien en meet je op de juiste plek.

Gekloofde houtblokken op een oude werkbank met een gele vochtmeter ernaast

Haardhout geldt in Ierse en Britse richtlijnen als droog genoeg bij een vochtgehalte van hooguit 20 procent van het totale gewicht. Maar het getal op een goedkope vochtmeter is niet automatisch hetzelfde getal. Veel meters rekenen op een andere manier, en een meting op de buitenkant van een blok zegt weinig. Wie zeker wil weten of hout klaar is om te stoken, moet drie dingen weten: wat zijn meter meet, waar hij moet meten, en wat hij met de uitkomst doet.

Waarom het vochtgehalte uitmaakt

Volgens COFORD, de Ierse instelling voor bosbouwonderzoek die onder het ministerie van landbouw valt, is brandhout geschikt zolang het vochtgehalte niet boven 20 procent op natte basis komt; daarboven neemt de uitstoot van schadelijke gassen snel toe, met gevolgen voor de luchtkwaliteit en de gezondheid. Nat hout verbrandt slechter, en dat merk je ook in het rookkanaal. De brandweer noemt nat of rot hout, en een kachel die je smoort, als oorzaak van creosoot: een teerachtige laag tegen de wand van het kanaal die bij ongeveer 500 graden ontbrandt, een temperatuur die in een rookkanaal makkelijk wordt bereikt. Wat dat voor het kanaal zelf betekent, staat in het rookkanaal: wat bepaalt of een kachel kan.

Droog hout is dus geen detail voor liefhebbers, maar het verschil tussen een kachel die schoon brandt en een kanaal dat vervuilt. Milieu Centraal wijst er daarnaast op dat houtrook fijnstof, kankerverwekkende PAK’s en koolmonoxide bevat en ook binnenshuis ongezond is; droog stoken beperkt dat, maar heft het niet op.

Twee manieren om vocht in hout uit te drukken

Het verwarrende zit in de rekensom. Je kunt het water in een blok hout delen door het totale gewicht, dus hout plus water. Dat heet vochtgehalte op natte basis en wordt gebruikt voor brandhout. Je kunt het water ook delen door het gewicht van het hout als het helemaal droog is. Dat heet droge basis en is gebruikelijk in de houtindustrie. Bij hetzelfde blok geeft de droge basis een hoger getal.

Natte basis Droge basis
15% 17,6%
18% 22,0%
20% 25,0%
22% 28,2%
25% 33,3%

De omrekening komt uit de COFORD-publicatie over vochtmeters voor brandhout. COFORD schrijft dat de meeste vochtmeters zijn ontwikkeld voor de houtindustrie, waar het vochtgehalte op droge basis wordt uitgedrukt, en dat zulke meters een hogere waarde tonen dan meters die op natte basis zijn gekalibreerd. Duurdere meters zijn soms voor beide in te stellen, en sommige ook per houtsoort; de handleiding vertelt welke mogelijkheden jouw meter heeft.

In Nederland bestaat een strenger advies, met een andere verklaring. Het Schone Lucht Akkoord citeert de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak: lees op het display van de vochtmeter maximaal 15 procent af om te kunnen stellen dat het hout droog genoeg is voor een goede verbranding. De verklaring daarbij is dat houtvochtmeters een waarde in volumeprocenten geven terwijl massaprocenten bedoeld zijn: een display dat 20 procent aangeeft, zou overeenkomen met 29 massaprocent. Dat is precies omgekeerd aan de uitleg van COFORD, die zegt dat een meter op droge basis juist een hogere waarde toont dan bedoeld. De twee bronnen spreken elkaar hierover dus tegen, en ik heb die tegenspraak niet opgelost.

Wat ze wel delen: een getal op het display zegt pas iets als je weet hoe jouw meter rekent. Staat dat niet in de handleiding, dan zit je met 15 procent op het display aan de voorzichtige kant, en dat is bij hout dat toch nog een seizoen kan liggen de goedkoopste fout.

Welke meter je koopt

Een vochtmeter voor thuis meet de elektrische weerstand tussen twee pinnen. COFORD noemt een prijsbereik van minder dan 15 tot 500 euro, en noemt de nauwkeurigheid het zwakste punt van deze meters: in een Deense test die COFORD aanhaalt, was geen van de onderzochte instrumenten volledig nauwkeurig ten opzichte van de laboratoriummethode. Vraag of kijk daarom vóór aanschaf:

  • Meet hij op natte of op droge basis, en kun je dat instellen?
  • Kun je een houtsoort instellen, en zo ja: staat jouw brandhout in die lijst?
  • Kun je de pinnen diep genoeg insteken voor een gekloofd blok?
  • Staat er in de handleiding in welke richting de pinnen moeten, en of je hem kunt kalibreren?

Houd er rekening mee dat een meter geen keuringsinstrument is. COFORD schrijft dat deze meters niet geschikt zijn op het moment van verkoop: dan is alleen de ovenmethode passend, waarbij een monster volgens internationale standaarden minstens 24 uur bij 105 graden wordt gedroogd.

Zo meet je: stap voor stap

Deze werkwijze volgt de COFORD-publicatie. De handleiding van je eigen meter gaat voor.

  1. Lees de handleiding. Meet de meter op natte of droge basis? Kun je een houtsoort instellen? Zet die instellingen goed voordat je begint.
  2. Laat het hout op kamertemperatuur komen. Volgens COFORD geeft elke 10 graden boven of onder kamertemperatuur ongeveer 1 procent verschil met het werkelijke vochtgehalte, en bij bevroren hout is geen betrouwbare meting mogelijk.
  3. Kies minstens vijf blokken uit verschillende delen van de stapel. Neem ze uit het midden en van de buitenkant, niet alleen de bovenste.
  4. Kloof elk blok en meet direct op het verse breukvlak, in het midden. Hout heeft aan of nabij het oppervlak vaak een ander vochtgehalte dan enkele millimeters daaronder, en een vers vlak droogt snel; meet dus meteen.
  5. Steek de pinnen er helemaal in, dwars op de nerf. Dat is de richting waarvoor de meeste meters zijn gemaakt en gekalibreerd; controleer het in je handleiding. Pinnen die per ongeluk in de lengterichting staan, kunnen volgens COFORD tot 2 procent te hoog uitvallen, en dat is precies de marge die ertoe doet als het hout op de grens zit.
  6. Vermijd knoesten. COFORD waarschuwt dat die op een vers gekloofd vlak niet altijd meteen te zien zijn; bekijk het vlak dus voordat je prikt.
  7. Noteer elke meting. COFORD houdt aan: als één van de vijf blokken boven de grens zit, is de partij nog niet klaar om te stoken.

Een voorbeeld om de getallen te lezen

Dit is een verzonnen voorbeeld, geen meting. Stel dat je vijf gekloofde blokken meet met een meter die volgens de handleiding op droge basis meet. Je leest 14, 15, 16, 17 en 19 procent af. Het hoogste getal, 19 procent op droge basis, komt volgens de tabel overeen met ongeveer 16 procent op natte basis. Naar de Ierse uitleg is deze partij droog genoeg. Naar het Nederlandse advies van maximaal 15 procent op het display is hij dat niet. Wil je de grootste kans op een goede verbranding, laat de partij dan nog een tijd drogen en meet opnieuw. Dat is ook de reden om niet op één blok te varen: met vijf metingen zie je de spreiding, en die spreiding is het echte antwoord.

Wat een vochtmeter niet kan

  • Precies zijn. COFORD noemt de nauwkeurigheid het zwakste punt: in de Deense test was geen enkele meter volledig nauwkeurig. Behandel de uitkomst dus als een indicatie met een marge, niet als een meetwaarde.
  • Behandeld of rot hout goed meten. Is het hout aangetast door schimmel, geïmpregneerd of in contact geweest met zout, dan geleidt het beter en toont de meter een te hoge waarde. Zulk hout hoort sowieso niet in een kachel: volgens het IPLO verbiedt artikel 10.2 van de Wet milieubeheer het stoken van afvalstoffen, dus je stookt alleen onbehandeld en ongeverfd hout.
  • Pellets of houtsnippers meten. Daarvoor zijn de deeltjes te klein, schrijft COFORD. Hoe pellets en houtblokken verder verschillen, lees je bij pelletkachel of houtkachel.
  • Een verkoop onderbouwen. Daarvoor is de ovenmethode de passende manier.

Zonder meter kun je volgens COFORD een eerste indruk krijgen aan het geluid: klinkt het dof als je twee blokken tegen elkaar tikt, dan is het hout vrijwel zeker nog te nat. Dat is een zeef, geen meting: een helder geluid betekent niet dat je klaar bent.

Hout laten drogen, en waar je het stapelt

Het Nederlandse advies dat het Schone Lucht Akkoord citeert, gaat uit van minstens twee jaar drogen om op een displaywaarde van maximaal 15 procent te komen; wordt het hout direct na het zagen gekloofd en zo opgeslagen, dan kan die periode beduidend korter zijn. Dat heeft twee praktische gevolgen die je vóór je eerste bestelling moet regelen.

  • Ruimte voor twee jaargangen. Als hout twee jaar moet liggen, heb je in het ideale geval twee stapels: een die je dit jaar stookt en een die staat te drogen. Eén stapel betekent dat je elk najaar hout stookt dat nog niet klaar is.
  • Luchtig en met de regen eraf. Een stapel moet kunnen doorwaaien en mag niet in het water staan. Een gesloten, vochtige berging is daarvoor minder geschikt dan een afgedekte stapel met open zijkanten; wat een berging daarvoor nodig heeft, staat in een tuinhuis kiezen op gebruik en onderhoud.

Koop je hout dat als droog of ovengedroogd wordt verkocht, maak dan je eigen meting onderdeel van de afspraak. Meet bij levering vijf blokken volgens de stappen hierboven, voordat de stapel de berging in gaat, en vraag vooraf wat er gebeurt als het hout boven de grens zit. Dat gesprek voer je makkelijker op de dag van levering dan in januari.

Voor een vuurkorf of buitenhaard geldt hetzelfde: nat hout geeft meer rook, en die rook komt bij jou en je buren terecht. Meer over stoken in de tuin lees je bij een buitenhaard kiezen.

Droog hout vermindert aanslag en rook, maar verandert niets aan de vrije afstanden die je kachel nodig heeft tot brandbaar materiaal. Die staan in de handleiding van de kachel; zie de wand achter een houtkachel.

Checklist voor je volgende meting

  • Je weet of je meter op natte of droge basis meet, en hebt de instellingen gecontroleerd.
  • Het hout heeft een dag binnen gelegen en is niet bevroren.
  • Je hebt minstens vijf blokken uit verschillende delen van de stapel gekloofd.
  • Je hebt direct op het verse breukvlak gemeten, in het midden, met de pinnen helemaal ingestoken en dwars op de nerf.
  • Je hebt knoesten vermeden en elke uitkomst opgeschreven.
  • Geen enkel blok zit boven de grens die je aanhoudt; zit er één boven, dan wacht de hele partij.

Bronnen bij dit artikel