Vocht in haardhout: wat meet je precies?
20 procent of 15 procent op het display: de grenzen gaan over ongeveer hetzelfde hout. Zo weet je wat jouw meter laat zien en meet je op de juiste plek.
Voor het huis
waarin je leeft.
Ideeën voor je haarden
Sfeer, ruimte en dagelijks gebruik bepalen welke haard bij je huis past. Bekijk ook de praktische voorwaarden.

20 procent of 15 procent op het display: de grenzen gaan over ongeveer hetzelfde hout. Zo weet je wat jouw meter laat zien en meet je op de juiste plek.
Bij een haard beginnen de meeste mensen bij het model: een hangend toestel, een doorkijkhaard, een inzethaard. Dat is de omgekeerde volgorde. Of een toestel in jouw huis kan, hangt af van de rookgasafvoer en van de lucht in de ruimte. Pas als die twee bekend zijn, valt er iets te kiezen.
Een haard voor een paar avonden per maand stelt andere eisen dan een haard waarmee je de kamer verwarmt: voor sfeer gaat het om het vlambeeld en het gemak van aanzetten, voor warmte om vermogen, rendement en kosten. Bij hout en pellets komt daar een echte beperking bij: Milieu Centraal adviseert niet te stoken bij windstil of mistig weer, en meldt dat de Stookwijzer meer dan de helft van de tijd oranje of rood is. Een toestel dat je dan uit laat, verwarmt die avond je kamer niet.
De rendementsverschillen zijn groot: van een open haard verdwijnt volgens Milieu Centraal ongeveer 90 procent van de warmte via de schoorsteen, bij een pelletkachel wordt zo’n 80 procent nuttig gebruikt. Alle soorten vergeleken staan in een haard kiezen voor je woonkamer.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt voor een ruimte met een verbrandingstoestel twee voorzieningen: één voor de afvoer van rookgas en één voor de toevoer van verbrandingslucht. Die afvoer moet ten minste de capaciteit hebben die de toestelspecificaties vragen; bij bestaande bouw bepaald volgens de norm NEN 8757.
Daarin zit de volgorde: het toestel stelt de eis aan het kanaal, niet omgekeerd. Een schoorsteen op het dak zegt niets over de binnenkant, en wie zonder inspectie zegt dat het past, heeft dat niet gezien. Laat het kanaal dus beoordelen voordat je een toestel uitzoekt. Waarop gekeken wordt, van rookdichtheid tot materiaal, route en uitmonding, staat in wat bepaalt of een kachel op jouw kanaal kan. Staat er al een schouw, dan loopt dezelfde vraag vanuit het toestel in een inzethaard in een bestaande schouw.
Is er geen kanaal en kan er geen bij, dan vallen hout, pellets en gas af. Een gevelafvoer is voor een houtkachel, pelletkachel of open haard volgens IPLO bij nieuwbouw niet toegestaan: de uitmonding hoort boven het dak. Zonder afvoer werken alleen toestellen die niets verbranden, zoals een elektrische haard of een waterdamphaard. Een bio-ethanolhaard heeft ook geen schoorsteen nodig, maar verbrandt wel in de kamer waar je zit; het Duitse Umweltbundesamt schrijft dat ethanolhaarden de binnenlucht belasten, omdat volledige verbranding door toevoegingen in de brandstof nauwelijks haalbaar is. De opties staan naast elkaar in een haard zonder schoorsteen.
De tweede voorwaarde is de ruimte zelf. Een open gastoestel haalt de lucht voor de verbranding uit de kamer; een gesloten toestel heeft daarvoor een eigen pijp naar buiten. Komt er bij een open toestel te weinig verse lucht binnen, dan kunnen de verbrandingsgassen via de kamer gaan in plaats van via de schoorsteen, en ontstaat er bij te weinig zuurstof koolmonoxide, volgens Milieu Centraal zeer giftig. In een goed geïsoleerd huis kun je volgens dezelfde bron alleen gesloten gaskachels gebruiken, en dat vraagt een extra doorvoer naar buiten. Bij een open toestel moet het rooster openblijven terwijl de haard brandt, ook in de winter. De brandweer adviseert een koolmonoxidemelder aan het plafond bij het toestel. Wat de installateur verder beoordeelt, staat in een gashaard in huis.
De rolverdeling is steeds dezelfde. De schoorsteenveger veegt en inspecteert; de brandweer adviseert dat minimaal jaarlijks te laten doen door een erkend bedrijf en wijst op de ASPB, een brancheorganisatie en geen wettelijke erkenning. De installateur bepaalt of kanaal en toestel bij elkaar passen. Bij gas is dat niet vrij: werk aan gebouwgebonden gastoestellen en hun afvoer mag volgens artikel 6.45 van het Bbl alleen door een gecertificeerd bedrijf gebeuren, en het is ook verboden zulk werk zonder certificaat te laten doen. De gemeente mag regels stellen aan het gebruik van houtstook; bij huur of een appartement gaan de verhuurder of de VvE over het kanaal.
Haal je juist iets weg, dan komt er een constructeur bij en in een woning van vóór 1994 ook een asbestonderzoek: of het metselwerk draagt en wat erin zit, zie je van buiten niet. Die route staat in een schouw verwijderen.
Inzethaard, inbouwhaard en hanghaard zeggen iets over hoe het toestel in de kamer zit, niet over wat erin brandt. Dat door elkaar halen is de meest gemaakte fout: alle drie bestaan in een hout-, gas- en elektrische versie, met verschillende eisen. Ontwerp een ombouw dus naar de inbouwmaten uit de handleiding van dat toestel, en niet omgekeerd.
De afwerking kies je pas daarna. De regels eisen onbrandbaar materiaal bij een stookplaats als er meer dan 2 kW per vierkante meter warmtestraling of meer dan 90 °C in kan optreden, maar ze geven geen centimeters. Die staan in de installatiehandleiding, en alleen voor dat model in die opstelling. Een laag tegels op een houten voorzetwand maakt die wand bovendien geen brandmuur: wat telt is het hele pakket. Wat je daarover opvraagt, staat in de wand achter een houtkachel. Hoe droog je stookt bepaalt hoeveel aanslag je maakt; wat pellets anders doen, staat in een pelletkachel of een houtkachel.