Badkamer / checklist

Je toilet renoveren: indeling, afwerking en voorbereiding

Wat mag blijven, staand of hangend, en in welke volgorde werk je? Een checklist om de renovatie voor te bereiden en het gesprek met de installateur te voeren.

Kleine toiletruimte met hangend toilet, bedieningsplaat, grijsblauwe wandtegels, donkere vloertegels en een fonteintje met handdoek — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

Een toilet renoveren begint met twee vragen: wat mag blijven, en wat zit er achter de wand? Een reservoir dat goed werkt, een afvoer op de goede plek en tegels die vastzitten, besparen je veel breek- en installatiewerk. Werk daarna van binnen naar buiten: eerst leidingen, afvoer, reservoir en elektra, dan de wanden en vloer, en als laatste toilet, fonteintje en accessoires. Het aansluiten van water, afvoer en elektra en het monteren van een hangend toilet laat je aan een vakman over. Deze checklist helpt je de klus voor te bereiden en het gesprek met die vakman te voeren.

Stap 1: wat mag blijven?

Loop het toilet door en noteer per punt of het goed is, twijfelachtig of weg moet.

  • Type toilet. Staat de pot op de vloer met een reservoir erop of erboven, of hangt hij aan de wand met een reservoir achter een voorzetwand? Een wissel tussen die twee is de grootste ingreep van de hele renovatie.
  • Reservoir. Blijft het water doorlopen, duurt vullen lang of lekt er iets? Een inbouwreservoir is niet per se afgeschreven als het hapert; zie hieronder. Wat er achter zo’n klacht kan zitten en wat je zelf kunt nakijken, staat in het artikel over een wc die niet goed doorspoelt of blijft lopen. Zoek dat uit vóórdat je besluit te slopen: een versleten onderdeel is iets anders dan een afgeschreven systeem.
  • Afvoer. Spoelt het toilet goed door, en ruik je niets bij de aansluiting? De plek van de afvoer bepaalt waar het nieuwe toilet kan komen.
  • Fonteintje. Wil je er een houden of toevoegen? Dan zijn ook een wateraansluiting en een afvoer op die plek nodig.
  • Tegels en vloer. Zitten wand- en vloertegels vast, zonder scheuren? Dan kun je ze misschien laten zitten en anders afwerken.
  • Ventilatie. Waar zit het ventiel of rooster, en werkt het? Zie stap 5.
  • Licht en schakelaar. Wil je die verplaatsen? Dat is werk voor een installateur.

Stap 2: kies tussen staand en hangend

Blijft het type toilet hetzelfde, dan blijft de renovatie overzichtelijk: het meeste werk zit in de afwerking. Ga je van een staand naar een hangend toilet, dan komt er een voorzetwand met inbouwreservoir, moet de afvoer mogelijk worden aangepast en verandert de diepte van de ruimte. Dat vraagt een installateur en meer tijd, en het bepaalt de rest van de planning.

Heb je al een inbouwreservoir, dan hoeft dat niet altijd weg. Fabrikant Geberit schrijft dat je bij zijn inbouwreservoirs via de inspectieopening achter de bedieningsplaat bij het reservoir kunt voor onderhoud en het vervangen van onderdelen, en dat reserveonderdelen lang leverbaar blijven. Dat is een fabrikantclaim voor dat merk. Vraag de installateur of het reservoir in jouw toilet van een merk is waarvoor onderdelen te krijgen zijn, voordat je besluit de voorzetwand open te breken.

Stap 2b: meet de ruimte in drie maten

Een toiletruimte is meestal de kleinste ruimte van het huis, dus een paar centimeter beslist of iets werkt. Houd drie maten apart, want ze worden vaak door elkaar gehaald:

  • De maat van het sanitair zelf. Hoe diep steekt de pot uit de wand, hoe diep is de voorzetwand met het reservoir, hoe breed is het fonteintje? Deze maten staan in de productinformatie en bepalen of het erin past.
  • De gebruiksmaat. De ruimte die je nodig hebt om het te gebruiken: je knieën als je zit, de ruimte om te gaan staan en je kleding te schikken, en de plek waar je hand bij de rolhouder komt zonder je om te draaien. Een diepe pot in een korte ruimte betekent knieën tegen de deur.
  • De vrije ruimte eromheen. Wat overblijft om binnen te komen en de deur te sluiten. Teken de deur open op je plattegrondje, inclusief de scharnierzijde.

De praktische toets kost vijf minuten: plak met tape op de vloer de omtrek af van de pot en de voorzetwand die je overweegt, ga zitten op de huidige pot en laat iemand meten hoeveel ruimte er dan vóór je knieën en naast je armen is. Verschuift de voorzetwand de pot naar voren, trek dat van die ruimte af.

Draait de deur naar binnen en wordt het krap, dan is de draairichting of een andere deur vaak een goedkopere oplossing dan een ander toilet. Wil je een fonteintje toevoegen, kijk dan naar beide maten: het fonteintje zelf en de ruimte om je handen eronder te houden met je ellebogen vrij.

Stap 3: zet de werkvolgorde vast

  1. Afspraken maken: wat blijft, wat komt, wie doet wat. Huur je, dan eerst toestemming (zie onderaan).
  2. Water afsluiten en demonteren wat weg moet. Laat de installateur bepalen wat hij zelf demonteert.
  3. Leidingen, afvoer, reservoir en elektra aanleggen of aanpassen, door een vakman.
  4. Voorzetwand en wanden dichtmaken, daarna tegelen, panelen plaatsen of voorbereiden voor verf.
  5. Vloer afwerken.
  6. Toilet, bedieningsplaat en fonteintje monteren, door de vakman.
  7. Kitvoegen, verf en accessoires.

De volgorde voorkomt dat je net afgewerkte tegels moet openbreken voor een leiding die er nog bij moest. Zet daarom pas tegels of panelen op de wand als vaststaat waar alle aansluitingen komen.

Stap 4: kies de afwerking van wand en vloer

In een toilet kun je vaak meer laten zitten dan je denkt. Zitten de tegels vast en is alleen de kleur verouderd, dan kun je ze verven of bekleden in plaats van slopen. Een tegellak als die van Hornbach noemt de wc uitdrukkelijk als toepassing voor wandtegels; vloertegels vallen erbuiten. Hoe je verf aanpakt, lees je in de badkamer verven: ondergrond en vocht bepalen de aanpak. Bij panelen over de bestaande tegels zijn de vlakheid en de uitsparingen voor reservoir, bedieningsplaat en leidingen de lastige punten; die worden behandeld in badkamerpanelen over tegels.

Voor de toiletrolhouder, een handdoekhaakje of een planchet boor je meestal in tegels. Let op leidingen achter de wand, zeker rond het reservoir, en lees boren in tegels: voorbereiding en materiaalkeuze voordat je begint.

Stap 5: vergeet de ventilatie niet

Een toiletruimte moet volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een voorziening voor luchtverversing hebben. Voor bestaande woningen gaat het om een capaciteit van minimaal 7 dm³ per seconde (artikel 3.67 Bbl), bepaald volgens de norm NEN 8087. Of jouw ventiel dat haalt, kun je niet op het oog zien; dat meet een installateur. Wat je wel kunt doen: het ventiel niet dichtkitten of wegwerken achter een nieuwe wand, en het bij het schoonmaken niet verdraaien. Milieu Centraal adviseert om ventielen schoon te maken met een sopje en daarbij de instelling niet te wijzigen.

Stap 6: vragen voor de installateur

  • Kan het bestaande reservoir blijven, en zijn er onderdelen voor?
  • Past het nieuwe toilet qua diepte en hoogte in deze ruimte, en wat betekent dat voor de ruimte vóór de pot?
  • Kan het nieuwe toilet op de bestaande afvoer, of moet die worden verplaatst?
  • Waar komen de aansluitingen voor een fonteintje?
  • Blijft de bedieningsplaat bereikbaar voor onderhoud na het tegelen?
  • Haalt de ventilatie de vereiste capaciteit, en moet daar iets aan veranderen?
  • Wie verplaatst schakelaar of lichtpunt, en wanneer in de planning?

Huurwoning en de badkamer erbij

De Rijksoverheid noemt het aanpassen van de badkamer als renovatie waarvoor toestemming van de verhuurder nodig is; voor het toilet ligt het voor de hand dat net zo te behandelen. Vraag vooraf schriftelijk toestemming en spreek af wat er bij vertrek gebeurt. Pak je ook de badkamer aan, begin dan bij je badkamer opknappen zonder alles te vervangen, met de kijkronde en de volgorde voor de hele ruimte.

Bronnen bij dit artikel