Er is geen vaste hoogte voor een badkamerspiegel die in elke badkamer klopt. De juiste hoogte hangt af van de lengte van de mensen die hem gebruiken, van de kraan en het meubel eronder en van de lamp ernaast. Ook de Amerikaanse planningsrichtlijnen van de NKBA noemen geen standaardmaat, maar zeggen dat je de spiegel afstemt op de ooghoogte van de gebruiker. Met een rolmaat, een stuk schilderstape en een handig rekenregeltje vind je die hoogte zelf.
Een spiegel hoeft maar half zo hoog te zijn als wat je wilt zien
In een vlakke spiegel zie je een punt van jezelf op de plek precies halverwege je ogen en dat punt. Dat volgt uit de manier waarop licht weerkaatst, en het geldt ongeacht hoe ver je van de spiegel staat. Wil je je kin zien, dan moet de spiegel dus doorlopen tot halverwege je ogen en je kin. Wil je je kruin zien, dan moet de spiegel reiken tot halverwege je ogen en je kruin.
Je kunt dat zelf nakijken zonder iets te geloven: ga voor een spiegel staan, kijk naar de weerspiegeling van je kruin en laat iemand met een stukje tape op het glas markeren waar je die ziet. Meet de hoogte van die tape en van je ogen. De tape zit halverwege je ogen en je kruin, en hij blijft op dezelfde hoogte als je een stap achteruit zet.
Daarmee kun je rekenen. Een voorbeeld met twee gebruikers, waarvan de maten aannames zijn:
| Gebruiker A | Gebruiker B | |
|---|---|---|
| Kin | 150 cm | 168 cm |
| Ogen | 160 cm | 178 cm |
| Kruin | 172 cm | 190 cm |
| Onderrand spiegel uiterlijk | 155 cm | 173 cm |
| Bovenrand spiegel minstens | 166 cm | 184 cm |
De onderrand komt dan op hooguit 155 centimeter (de lage waarde van de twee) en de bovenrand op minstens 184 centimeter (de hoge waarde). Een spiegel die van 155 tot 184 centimeter loopt, laat beide gezichten volledig zien. Dat is het minimum. Je buigt je bij de wastafel voorover, je wilt ook je hals of schouders zien en misschien gebruikt een kind de spiegel. Neem daarom ruim marge naar beneden en wat marge naar boven.
Zo meet je het thuis
- Ga op de plek staan waar je je tanden poetst, zoals je dat normaal doet.
- Laat iemand met tape op de muur je kin, ooghoogte en kruin markeren. Doe dat voor de kleinste en de langste gebruiker.
- Reken per persoon de halve afstanden uit, zoals in de tabel.
- Neem de laagste onderrand en de hoogste bovenrand. Plak die met tape op de muur.
- Controleer daarna de grenzen die de spiegel naar beneden en opzij beperken: kraan, meubel, lamp en schakelaars.
Valt het verschil tussen de gebruikers groot uit, dan heb je een hoge spiegel nodig of een spiegel die iets lager begint. Een kleine spiegel hang je dan het best zo dat de kleinste gebruiker zijn kin nog ziet; de langste kan even door de knieën gaan. Een stap achteruit helpt niet: in een vlakke spiegel verandert de afstand niets aan welk deel van jezelf je ziet.
Hoe groot wordt de spiegel?
De hoogte volgt uit de rekenregel hierboven: de onderrand op hooguit de laagste uitkomst, de bovenrand op minstens de hoogste. Alles daarbuiten is marge, en marge naar beneden is nuttiger dan marge naar boven, omdat je bij de wastafel voorover buigt.
Voor de breedte bestaat geen regel, maar er zijn drie dingen die de keuze maken:
- De breedte van het meubel. Een spiegel net zo breed als het meubel of iets smaller oogt rustig; een spiegel die breder is dan het meubel vraagt dat er links en rechts even veel wand overblijft, anders staat hij uit het midden.
- Waar de lampen komen. Wil je licht naast de spiegel, dan moet daar wand voor overblijven. Dat gaat van de breedte van de spiegel af. Een spiegel met ingebouwd licht lost dat op, maar vraagt een aansluiting.
- Wie erin kijkt. Staan er twee mensen tegelijk bij een dubbele wastafel, dan heb je twee spiegels of één brede nodig. Bij één wastafel voegt extra breedte weinig toe.
Een hoge, smalle spiegel vangt het lengteverschil tussen gebruikers op zonder dat je een halve wand vol glas hangt. Een spiegel over de volle hoogte werkt voor elke lengte, maar laat ook de hele badkamer achter je zien; dat vindt niet iedereen prettig in een kleine ruimte.
Kraan, meubel en spiegelkast stellen de ondergrens
Onder de spiegel zit iets wat in de weg kan zitten. Kijk naar:
- De kraan. Komt de spiegel vlak boven een hoge kraan of een kraan uit de muur, dan krijgt het glas spatten en wordt de hendel lastig te bedienen.
- De deurtjes van een spiegelkast. Die moeten open kunnen zonder tegen de kraan of tegen een fles op het blad te slaan. Meet de hoogte van de kraan met hendel.
- Het meubel. Hang je een zwevend meubel hoger of lager, dan verschuift alles mee. De hoogte van het meubel stem je af op dezelfde gebruikers, zoals beschreven in het artikel over een badkamermeubel voor een kleine badkamer.
- Een achterwand van tegels of glas. Laat de onderrand van de spiegel niet halverwege een tegel eindigen als je dat storend vindt; een voeg als grens oogt rustiger.
Spiegel of spiegelkast
In een kleine badkamer is een spiegelkast vaak de enige opbergruimte boven heuphoogte, en dat is een goede reden om er een te nemen. Er hangt wel een prijs aan, en die zit precies in de hoogte.
Een vlakke spiegel kun je op de hoogte hangen die uit de rekenregel komt, hoeft nergens voor open te zwaaien en steekt nauwelijks uit. Je opbergruimte moet dan elders komen.
Een spiegelkast is dieper, dus hij komt verder naar je toe als je ervoor staat, en de deurtjes zwaaien in je gezicht open. Meet twee dingen: of je nog vrij voor de kast staat met een deurtje open, en of je je hoofd niet stoot als je met een open deurtje over de wastafel buigt. Een kast met schuifdeuren of een deur die omhoogklapt heeft dat probleem niet, maar geeft wel minder spiegelvlak of meer hoogte nodig.
Een spiegel plus een losse kast elders in de badkamer scheidt de twee functies. Dat is vaak de beste keuze als het lengteverschil tussen gebruikers groot is, omdat je de spiegel dan vrij kunt hangen.
Hoe zo’n kast in de rest van de indeling past, met de deur en de looproute, staat in het artikel over een kleine badkamer inrichten.
De lamp hoort bij de spiegelhoogte
De NKBA adviseert taakverlichting bij de wastafel naast de spiegel en op ooghoogte, met de lichtbron uit het zicht. Licht dat alleen van boven komt, werpt schaduw onder je wenkbrauwen, neus en kin. Licht van beide kanten op gezichtshoogte verdeelt het beter. Een lamp boven de spiegel zit dus best niet te ver boven de bovenrand, en een spiegel met verlichting aan de zijkanten moet zo hangen dat de lampen ongeveer op ooghoogte van de gebruikers komen.
Praktisch betekent dat: bepaal de hoogte van de spiegel en de plek van het licht in één keer. Welke plekken in een badkamer licht nodig hebben en wat daar per plek past, staat in het artikel over badkamerverlichting.
Een spiegel met ingebouwde verlichting of verwarming heeft een elektrische aansluiting nodig op de plek waar hij hangt. Een verwarmde spiegel beslaat niet, wat vooral helpt als je direct na het douchen de spiegel gebruikt; het is geen oplossing voor een badkamer die niet opdroogt. Waar in een badkamer een aansluitpunt mag zitten, laat je door een installateur beoordelen; dat hangt af van de afstand tot douche en bad en verschilt per situatie.
Drie situaties die het advies veranderen
Eén vaste gebruiker. Reken met één persoon en houd marge naar beneden voor het vooroverbuigen. Een kleinere spiegel volstaat.
Kinderen of een groot lengteverschil. Een hogere spiegel die lager begint, of een tweede kleine spiegel op een lagere plek, voorkomt dat iemand op de tenen moet staan of een krukje nodig heeft.
Iemand die zittend gebruikmaakt van de wastafel. De Amerikaanse toegankelijkheidsnorm in de NKBA-richtlijn laat de onderrand van een spiegel boven een wastafel niet hoger beginnen dan 102 centimeter. De richtlijn noemt ook een spiegel over de volle hoogte als oplossing die voor elke lengte werkt. Wat bij iemand past die nu of later zittend gebruikmaakt van de badkamer, hangt af van die persoon; zie het artikel over een toegankelijke badkamer plannen.
Ophangen: controleer eerst waar je in boort
De hoogte bepalen is de ene helft; de spiegel daar houden is de andere. Een spiegel of spiegelkast hangt op ooghoogte boven een wastafel, dus boven de plek waar je staat.
- Weet waar je wand van gemaakt is. Een gipsplaten voorzetwand vraagt andere pluggen dan baksteen of beton, en de spiegelkast hangt zwaarder als er flessen in staan. Zit er een inbouwreservoir of een leiding achter? Dan verschuif je het ophangpunt liever.
- Boor je in tegels, bereid dat voor. De juiste boor, de plek ten opzichte van de voeg en wat erachter loopt bepalen of de tegel heel blijft; dat staat in het artikel over boren in tegels.
- Lijmen kan, maar niet voor alles. Lijmsystemen hebben per fabrikant eigen eisen aan de ondergrond en aan het gewicht. Een lichte, vlakke spiegel is een ander geval dan een gevulde spiegelkast; lees de handleiding van het systeem dat je gebruikt.
- Plak de hoogte eerst af. Hang de spiegel pas op als de tape een paar dagen op de muur heeft gezeten en iedereen ervoor heeft gestaan, met de kraan en het meubel erbij. Een gat in een tegel krijg je niet meer weg.
Hangt er al een spiegel die te hoog of te laag zit en wil je niet opnieuw boren, dan is een hogere spiegel op de bestaande gaten soms een oplossing: de ophangpunten zitten dan achter het nieuwe glas, en je wint onder- of bovenmarge. Meet dat na op de maatschets van de spiegel die je overweegt.
Bronnen bij dit artikel
- NKBA Bathroom Planning Guidelines with Access Standards (richtlijnen 23 en 25) · geraadpleegd 2026-10-08



