Badkamer / kosten

Wat kost het om een bad te vullen?

Ongeveer € 1,10 met een cv-ketel, bij gemiddelde tarieven van augustus 2026. Zo is dat berekend, wat er niet in zit en hoe je het voor je eigen bad uitrekent.

Deels gevuld wit bad met een thermostaatkraan en een handdoek over de rand — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

Een bad van 140 liter op 40 graden kost met een cv-ketel op gas ongeveer 1,10 euro: zo’n 85 cent aan gas en 25 cent aan drinkwater. Dat is een rekenvoorbeeld met de gemiddelde tarieven van augustus 2026 en een paar aannames die hieronder staan, geen bedrag van jouw rekening. Met een elektrische boiler, een warmtepomp of stadsverwarming komt er een ander bedrag uit, en je eigen contract kan duurder of goedkoper zijn dan het gemiddelde. Daarom staat hieronder ook hoe je het met je eigen gegevens uitrekent.

De aannames achter het voorbeeld

Gegeven Waarde in het voorbeeld Waar het vandaan komt
Inhoud bad 140 liter Gemiddeld bad volgens Milieu Centraal
Temperatuur badwater 40 °C Aanname
Temperatuur koud leidingwater 10 °C Aanname, verschilt per seizoen
Energie-inhoud aardgas 35,17 MJ per m³ Gasunie Transport Services
Rendement warm water van de ketel 80% Aanname, zie hieronder
Gasprijs € 1,38 per m³ CBS, augustus 2026
Stroomprijs € 0,26 per kWh CBS, augustus 2026
Drinkwater € 1,82 per m³ Vitens, tarief 2026

De gas- en stroomprijs zijn het gemiddelde variabele leveringstarief plus energiebelasting, inclusief btw, zoals het CBS dat voor consumenten publiceert. Voor gas was dat in augustus 2026 € 0,6526 levering plus € 0,7268 energiebelasting per m³, voor stroom € 0,1469 plus € 0,11085 per kWh. Augustus 2026 is op 8 oktober 2026 nog de laatst gepubliceerde maand, bijgewerkt op 8 september 2026, en het CBS noemt de cijfers van de laatste maand voorlopig. Kijk in de tabel of er inmiddels een nieuwere maand staat. Het drinkwatertarief is dat van Vitens voor 2026: € 1,34 per m³ plus € 0,477 belasting op leidingwater, beide inclusief btw. Andere drinkwaterbedrijven rekenen andere tarieven.

De rekenstappen

  1. Energie om het water op te warmen. Om één liter water één graad warmer te maken is ongeveer 0,001163 kWh nodig. Voor 140 liter die 30 graden warmer moet: 140 × 30 × 0,001163 = 4,9 kWh, ofwel 17,6 megajoule.
  2. Gas. Een kubieke meter gas levert 35,17 MJ. Bij een rendement van 80% heb je 17,6 ÷ (35,17 × 0,8) = 0,625 m³ gas nodig. Dat kost 0,625 × € 1,379 = € 0,86.
  3. Water. 140 liter is 0,14 m³. Bij Vitens kost dat 0,14 × € 1,817 = € 0,25.
  4. Samen ongeveer € 1,12 per bad.

Het rendement is de onzekerste aanname. Het hangt af van de ketel, de lengte van de leidingen en of het water in een voorraadvat staat. Bij 70% kost het gas in dit voorbeeld € 0,99, bij 90% € 0,77. Kijk in de handleiding of de specificaties van je toestel of daar een rendement voor warm tapwater staat.

Met een andere energiebron

Dezelfde 4,9 kWh warmte geeft met andere bronnen een ander bedrag. Het water kost in alle gevallen dezelfde € 0,25.

Bron van warm water Energie voor één bad Kosten energie
Cv-ketel op gas (80%) 0,63 m³ gas € 0,86
Elektrische boiler 4,9 kWh € 1,26
Warmtepompboiler, voorbeeld-COP 2,5 2,0 kWh € 0,50
Stadsverwarming, maximumtarief 0,0176 GJ € 0,72

Bij de elektrische boiler is gerekend alsof alle stroom in het water terechtkomt; warmte die het voorraadvat tussendoor verliest, zit er niet in. De COP van een warmtepompboiler geeft aan hoeveel warmte hij per kWh stroom levert. De waarde 2,5 is alleen een voorbeeld; de echte waarde staat in de productinformatie en verschilt met de buitentemperatuur of de temperatuur van de bron. Voor stadsverwarming heeft de ACM het maximale variabele tarief voor 2026 vastgesteld op € 40,97 per gigajoule inclusief btw. Je leverancier mag minder rekenen, niet meer.

Heb je zonnepanelen of een dynamisch contract, dan verschilt de prijs per kWh per moment. Reken dan met het tarief van het moment waarop je het bad vult, of met het gemiddelde van je eigen jaarafrekening.

Wat niet in het bedrag zit

  • Vaste kosten zoals vastrecht en het capaciteitstarief van het drinkwater. Die betaal je ook zonder bad.
  • Het water dat koud uit de kraan komt voordat het warm is, en de warmte die in de leidingen achterblijft.
  • Stilstandsverlies van een boiler of voorraadvat.
  • Heffingen van gemeente of waterschap die per kubieke meter worden berekend. Kijk op je eigen aanslag of dat bij jou zo is.
  • De vermindering energiebelasting, een vast bedrag per jaar per aansluiting. Die verandert niets aan wat één bad extra kost, maar wel aan je jaarrekening.
  • Bijvullen met warm water omdat het bad afkoelt.

Een bad tegenover een douche

Milieu Centraal rekent dat een douchebeurt van 7,4 minuten gemiddeld 55 liter warm water kost en een bad bijna het dubbele. Vergeleken met een douche van vijf minuten kost een bad volgens dezelfde bron bijna vier keer zoveel water en energie. Wie elke week één bad vervangt door een douche, bespaart volgens Milieu Centraal zo’n € 34 per jaar; die organisatie rekent daarbij met een gasprijs van € 1,37 per m³.

Met de aannames uit dit voorbeeld kost een douche van 55 liter op dezelfde temperatuur naar verhouding zo’n 45 cent. Een regendouche of een lange douche haalt het bad sneller in. Hoeveel water een douchekop doorlaat, en wat dat betekent voor de keuze tussen cabine en inloopdouche, staat in het artikel over een inloopdouche of douchecabine kiezen.

Wat het bedrag het meest verandert

Vier knoppen hebben in dit voorbeeld het grootste effect, in deze orde van grootte:

Wat je verandert Effect in het voorbeeld
Energiebron Van € 0,50 (warmtepompboiler, COP 2,5) tot € 1,26 (elektrische boiler) voor dezelfde warmte
Liters: 140 naar 100 Energie en water ruim een kwart lager, dus ongeveer € 0,80 in plaats van € 1,12
Temperatuur: 40 naar 37 graden Het temperatuurverschil wordt 27 in plaats van 30 graden: tien procent minder energie
Rendement van het toestel: 70 naar 90 procent Het gasdeel van € 0,99 naar € 0,77

De bovenste twee rijen zijn de enige waar je echt iets te kiezen hebt. De temperatuur van 37 graden is ongeveer lichaamstemperatuur; of dat prettig is, is persoonlijk. Het rendement van je eigen toestel kun je opzoeken maar niet veranderen zonder nieuw toestel.

Twee dingen uit de lijst hierboven zitten níet in het bedrag en kunnen in de praktijk zwaar wegen: het koude water dat eerst uit de kraan loopt, en bijvullen omdat het bad afkoelt. Een bad dat je tweemaal bijvult met warm water, kost meer dan deze rekensom laat zien. Een kuip die de warmte langer vasthoudt beperkt dat, maar lost het niet op: hoe snel het water afkoelt, hangt ook af van de temperatuur in de badkamer en van hoe lang je erin ligt.

Zo reken je het voor je eigen bad uit

  • Liters. Kijk in de productinformatie naar de inhoud tot de overloop, of vul het bad zoals je het gebruikt en meet hoe lang het duurt. Vul daarna een emmer van tien liter met dezelfde kraanstand en reken de tijd om.
  • Temperaturen. Meet de temperatuur van het koude leidingwater en van je badwater met een thermometer.
  • Energiebron en rendement. Zoek in de handleiding van ketel, boiler of warmtepomp het rendement of de COP voor warm water.
  • Tarief. Neem uit je eigen contract de prijs per m³ gas, per kWh of per GJ, inclusief energiebelasting en btw.
  • Drinkwatertarief. Zoek het tarief per m³ en de belasting op leidingwater van je eigen drinkwaterbedrijf.

Vul die in op de plek van de aannames: liters × temperatuurverschil × 0,001163 geeft de kWh warmte. Deel door 9,77 en door het rendement voor de m³ gas, door de COP voor de kWh stroom van een warmtepomp, of vermenigvuldig met 0,0036 voor het aantal GJ.

Een kleiner bad bespaart bij elke beurt water en energie; een kunststof kuip houdt het water langer warm dan een stalen. Waar je verder op let bij formaat en vorm, staat in het artikel over een bad kiezen.

Bronnen bij dit artikel