Vloeren / keuzehulp

Een keukenvloer kiezen: water, vallende spullen en de overgang naar de kamer

Een keukenvloer moet tegen water, een gevallen pan en vet in de naden kunnen. Daar komen de overgang naar de woonkamer, de galm en je bestaande vloer bij.

Donkergrijze tegels in een keuken met witte onderkasten, die bij een deuropening overgaan in een vloer met houtlook in de woonkamer

In een keuken krijgt de vloer drie dingen te verduren die in een woonkamer nauwelijks spelen: water dat naast de spoelbak en voor de vaatwasser terechtkomt, spullen die uit je handen vallen, en vet en kruimels die je met je sloffen in de vloer wrijft. Daar komen nog drie vragen bij die vaak pas laat opduiken: loopt de nieuwe vloer door naar de woonkamer of houdt hij op bij de keuken, wat gebeurt er met de vloer die er nu ligt, en hoeveel galm kun je hebben in een ruimte waar ook gegeten en gepraat wordt. Wie die vragen eerst beantwoordt, kan daarna rustig kiezen tussen tegels, pvc, laminaat, hout of zeil.

Water: spatten is iets anders dan staan

Bijna elke vloer overleeft een paar druppels die je meteen wegveegt. Het verschil ontstaat bij water dat blijft liggen: een plas onder de vaatwasserdeur, een lekkende afvoer achter een plint, of een vloer die je nat dweilt. Milieu Centraal noemt een vocht- en vlekbestendige vloer in de keuken als voorbeeld van de juiste vloer op de juiste plek, en wijst erop dat parket gevoelig is voor vocht en zeil niet. Ook kan zeil volgens Milieu Centraal beter tegen vocht dan linoleum.

Bij pvc en laminaat bepaalt het product het antwoord, niet de materiaalnaam. Lees in de leginstructie wat de fabrikant onder ‘waterbestendig’ verstaat. Een voorbeeld: de leginstructie van een pvc-klikvloer uit het assortiment van Karwei noemt de planken waterbestendig, maar zegt er direct bij dat de vloer geen vochtscherm is en niet geschikt is voor bijvoorbeeld een douchevloer. Waterbestendig betekent bij zo’n vloer dus: tegen gemorst water kunnen, niet: water tegenhouden dat eronder komt. De afweging tussen beide materialen in de rest van het huis lees je in de verschillen tussen pvc en laminaat.

Een goede keramische tegel neemt zelf weinig water op; Mosa geeft voor zijn ongeglazuurde antisliptegels minder dan 0,05 procent wateropname aan het oppervlak op. Maar een natte tegel kan glad zijn. Dezelfde fabrikant schrijft in een technisch productblad dat vloertegels onder invloed van vocht of vervuiling glad kunnen worden. De loopveiligheid met schoenen wordt uitgedrukt in een R-waarde (DIN 51130), die op blote voeten in een A-, B- of C-waarde (DIN 51097). Loop je in de keuken vaak op sokken of blote voeten, vraag dan naar beide waarden van de tegel die je overweegt.

Vallende spullen: wat vangt de klap op?

Een pan, een fles olie of een glas valt vroeg of laat. Een tegelvloer geeft niet mee: de klap komt volledig op het voorwerp en op de tegel terecht. Zeil en linoleum geven een fractie mee; bij pvc hangt dat af van de opbouw van het product. Bij zwevende vloeren speelt de ondervloer een rol die veel mensen niet verwachten. De Europese vereniging van laminaatproducenten EPLF beschrijft dat de ondervloer sterk bepaalt van welke hoogte een voorwerp op laminaat kan vallen zonder schade achter te laten. Het technisch bulletin geeft daar een eigen kengetal voor (RLB). Een goedkope dunne ondervloer kan een goede laminaatplank in de keuken dus kwetsbaarder maken.

Kijk daarom niet alleen naar de slijtklasse op de verpakking, maar vraag ook welke ondervloer bij het product hoort en wat die belasting volgens de documentatie verdraagt. Houd bij tegels en planken een paar stuks over: bij een tegel of plank die breekt, is dat het verschil tussen één element vervangen en leven met een beschadiging.

Wat er met de vloer gebeurt die er nu ligt

Dit is de post die het meeste geld en de meeste tijd kost, en de keuze begint hier. Er zijn drie routes, en de vloer die er ligt bepaalt welke open staan.

  • Laten liggen en eroverheen. De montagehandleiding van parketfabrikant Meister staat het leggen op bestaande tegels toe, mits die stevig vastzitten en nergens los liggen, met een folie als tussenlaag. Controleer dat zelf: tik met een houten steel over de tegels en luister of er hol klinkende plekken zijn, en kijk of er voegen missen. Textiele vloerbedekking moet volgens dezelfde handleiding wél eerst weg.
  • Eraf halen. Dan pas zie je waar je aan toe bent: een dekvloer met lijmresten, een scheur, of een vlek die op vocht kan wijzen. Bij oude vloerbedekking hoort het weghalen van tackerstrips of lijm bij de klus, en in een huis van voor 1994 is dat ook een reden om eerst te laten uitzoeken wat er ligt.
  • Vlak maken. Elke nieuwe vloer noemt een vlakheidseis, en juist in een keuken is dat belangrijk: Milieu Centraal wijst erop dat vooral bij dunne of flexibele vloerbedekking zoals zeil een goed vlakke ondergrond belangrijk is, omdat oneffenheden zich anders aftekenen. Meet met een rechte lat van 2 meter voordat je bestelt.

Doe dit in deze volgorde, want elke stap verandert de hoogte. Een nieuwe laag over bestaande tegels bouwt op; alles eraf halen en egaliseren niet. Die hoogte is in een keuken geen detail: de vaatwasser, de oven en de koelkast moeten er later nog uit kunnen.

Doorleggen naar de woonkamer

Eén vloer door keuken en woonkamer oogt rustig en voorkomt een drempel. Tegelijk moet die ene vloer dan in beide ruimtes passen: tegen water en vallende pannen in de keuken, en prettig om op te zitten en te spelen in de kamer. Daarnaast stellen zwevend gelegde vloeren eigen eisen aan zo’n doorgang.

  • De montagehandleiding van Meister schrijft voor zwevend gelegde vloeren een bewegingsvoeg voor als de vloer langer of breder is dan 10 meter, en noemt deurdoorgangen en open doorgangen tussen ruimtes uitdrukkelijk als plek voor zo’n voeg met een overgangsprofiel.
  • Dezelfde handleiding adviseert om keukens en keukeneilanden op te bouwen vóór je de vloer legt, en de vloer alleen tot onder de sokkel te laten doorlopen. De genoemde pvc-klikinstructie zegt hetzelfde in andere woorden: geen inbouwmeubels op de zwevende vloer, maar de vloer eromheen leggen.
  • De grenzen verschillen per product. De pvc-klikvloer van Karwei noemt bijvoorbeeld een uitzetvoeg bij een doorlopende lengte of breedte van meer dan 20 meter. Neem dus de leginstructie van jouw vloer als maat, niet een getal van een andere fabrikant.

Wat de vloer in de doorgang doet, hangt dus af van het type. Wil je juist geen profiel, dan valt een zwevende klikvloer in een lange doorlopende ruimte soms af. Wie twee verschillende vloeren wil, kiest een logische scheidslijn, bijvoorbeeld de rand van het keukenblok of het eiland, en niet een willekeurige lijn midden in de kamer.

Bedenk ook hoe die scheidslijn wordt afgewerkt. Twee vloeren van gelijke hoogte kunnen tegen elkaar aan met een smal profiel; is er hoogteverschil, dan komt er een overgangsprofiel of een drempel, en die zie je. Vraag bij twee vloeren dus niet alleen de prijs per materiaal, maar ook welk profiel ertussen komt en hoe hoog dat wordt. Meer over het verbinden van beide ruimtes staat in een open keuken verbinden met je woonkamer. Stopt de vloer bij een deur naar de gang, dan sluit hij daar aan op een andere vloer met eigen eisen, zoals bij een vloer voor de hal.

Geluid: galm in de ruimte en contactgeluid naar beneden

In een open keuken komen twee geluidsvragen samen, en ze vragen iets anders.

In de ruimte zelf. Een keuken heeft veel harde oppervlakken: fronten, een werkblad, tegels, soms een hoog plafond. Een harde vloer voegt daar nog een vlak aan toe. EPLF schrijft over laminaat dat het loopgeluid in de ruimte zelf relatief luid is, dat een ondervloer daar merkbaar invloed op heeft, maar dat er voor die eigenschap nog geen algemeen geldende test bestaat en daarom ook geen aanbeveling. Je kunt dus niet op een getal kiezen. Wat je wel kunt doen: textiel toevoegen op de plekken waar het niet in de weg zit, bijvoorbeeld een loper in de looproute of een kleed onder de eettafel. Dat dempt én staat prettiger als je lang bij het werkblad staat. Let dan op de onderkant en op de maat, zodat stoelpoten niet achter de rand blijven haken; waar je verder op let, staat bij een vloerkleed kiezen op maat, materiaal en geluid.

Naar de buren onder je. Dat is contactgeluid, en daar gelden wel afspraken. De Nederlandse Stichting Geluidhinder rekent tegels, laminaat, pvc, vinyl en parket allemaal tot harde vloerbedekking, en legt in haar voorbeeldtekst voor een VvE-reglement de eis bij de ondervloer: die moet de contactgeluidisolatie aantoonbaar verbeteren. In diezelfde voorbeeldtekst is 3 m² voor het keukenblok uitgezonderd. Woon je in een appartement, lees dan je splitsingsakte en huishoudelijk reglement voordat je een keukenvloer bestelt. Wat je verder aan geluid kunt doen, staat bij een gehorig huis.

Onderhoud: vet, kruimels en de voeg

In een keuken is het dagelijks onderhoud een echt keuzecriterium, omdat vet iets anders is dan zand. Twee dingen bepalen hoeveel werk je eraan hebt.

De structuur van het oppervlak. Mosa wijst erop dat een tegel met reliëf of antislip gevoeliger is voor vuil, dat water er langer in blijft staan en dat kalk en zeepresten zich daar sneller ophopen. Een antisliptegel is dus veiliger bij nat en vraagt meer schrobwerk. Dat is een echte afweging en geen detail: kies de structuur op wie er loopt en hoe vaak je wilt poetsen.

De naden. Een tegelvloer heeft voegen, een zwevende vloer heeft naden tussen de planken, en een gegoten vloer heeft geen van beide. In een keuken komt vet in die naden. Bij tegels schrob je de voeg; bij een klikvloer kun je daar niet in, dus geldt daar: niet te nat dweilen en gemorst vet direct opnemen. Hoe je een tegelvloer schoonmaakt zonder de afwerking aan te tasten, staat bij vloertegels schoonmaken.

Wil je een tegel met een tekening in plaats van een egaal vlak, let dan extra op het onderhoud: cementgebonden tegels zijn geen keramiek en verdragen andere middelen. Die afweging staat bij cementtegels en Portugese tegels binnen.

Drie keukensituaties

Een dichte keuken met een deur. Hier kun je kiezen voor wat in de keuken het beste werkt, zonder dat de woonkamer meebeslist. De overgang komt in de deuropening. Let op de hoogte: een nieuwe vloer met ondervloer kan hoger uitkomen dan de vloer aan de andere kant van de drempel.

Een open keuken die doorloopt in de kamer. Kies één vloer die aan de zwaarste plek voldoet, de strook voor spoelbak en kookplaat, of kies bewust twee vloeren met de scheiding op het keukenblok. Controleer bij een zwevende vloer waar de leginstructie een voeg of profiel eist, en denk aan de galm.

Een keuken die blijft staan. Bij een huurwoning of een keuken die nog goed is, leg je de nieuwe vloer tegen de sokkel. Dat is bij zwevende vloeren ook wat de genoemde handleidingen willen. Kijk wel of de vaatwasser en eventuele andere inbouwapparaten er later nog uit kunnen als de vloer ervoor hoger wordt. Bij een huurwoning vraag je de verhuurder vooraf of je de vloer mag vervangen.

Staat de wasmachine in de keuken, dan komen er trillingen en een extra waterrisico bij. Daarvoor is een aparte afweging nodig over de vloer en ondergrond onder een wasmachine.

De materialen naast elkaar

De tabel vat samen wat de bronnen hierboven zeggen. Het is geen ranglijst: binnen elk materiaal bestaan grote verschillen, en de productdocumentatie gaat voor.

Vloer Water Vallende spullen Let op bij leggen
Keramische tegels Tegel goed bestand; vraag naar slipwaarde nat Hard, geeft niet mee Voegen en hoogte met tegelzetter bespreken
Pvc-klik Productafhankelijk; geen vochtscherm Productafhankelijk Zwevend: voegen en profielen volgens leginstructie
Laminaat Productafhankelijk; lees wat ‘waterbestendig’ betekent Ondervloer bepaalt mee Zwevend: voegen en profielen volgens leginstructie
Parket Gevoelig voor vocht Afhankelijk van hout en afwerking Zwevend: voeg in doorgang
Zeil of linoleum Zeil beter tegen vocht dan linoleum Geeft iets mee Ondergrond moet goed vlak zijn

De laatste cel komt van Milieu Centraal: vooral bij dunne of flexibele vloerbedekking zoals zeil is het belangrijk dat de ondergrond goed vlak is. Oneffenheden tekenen zich anders af in het oppervlak.

Wat je meet en navraagt voor je bestelt

  • De totale opbouwhoogte van ondervloer plus vloer, en wat dat betekent bij de keukendeur, de drempel naar de kamer en de onderkant van de vaatwasser.
  • Wat de fabrikant onder ‘waterbestendig’ verstaat, en of de vloer in een keuken mag liggen.
  • De slipwaarde nat, met schoenen en op blote voeten, als je tegels overweegt.
  • De gemeten vlakheid van je huidige vloer, naast de vlakheidseis uit de leginstructie.
  • Of de bestaande vloer mag blijven liggen, en met welke tussenlaag.
  • Bij een zwevende vloer: vanaf welke lengte de leginstructie een voeg eist en of er een profiel in de doorgang moet.
  • Welke ondervloer bij het product hoort, en of je die mag combineren met vloerverwarming als je die hebt.
  • Bij een keuken die blijft staan: hoe de vloer tegen de sokkel aansluit en of inbouwapparaten er nog uit kunnen.
  • Hoeveel reservetegels of reserveplanken je meebestelt.

Bronnen bij dit artikel