Tuin / checklist

Een buitendouche of bad in de tuin: eerst de afvoer

Een buitendouche loost huishoudelijk afvalwater, en waar dat heen mag beslist je gemeente. Daarna komen de aanvoer, de nevel uit een opgewarmde leiding en de winter.

Buitendouche met een regendouchekop tegen een houten wand, met een houten rooster op de grond en een handdoek aan een haak — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

Water naar een plek in de tuin brengen is het makkelijke deel. Het lastige deel is wat er daarna met dat water gebeurt. Een buitendouche loost namelijk huishoudelijk afvalwater, en waar dat heen mag, bepaalt je gemeente. Daarnaast speelt er iets wat bij een douche binnen nauwelijks aan de orde is: een buitendouche vernevelt water uit een leiding of slang die vaak in de zon ligt. Begin daarom bij de afvoer en bij de aanvoerleiding, en pas daarna bij de vraag hoe de douche eruitziet.

Begin bij de afvoer

Er zijn drie routes voor het water, en ze zijn niet gelijkwaardig.

  1. Op het vuilwaterriool. Dit is de route waar huishoudelijk afvalwater normaal gesproken naartoe gaat. Het informatiepunt van de Omgevingswet noemt lozen op het vuilwaterriool de beste beschikbare techniek en schrijft dat meer dan 99 procent van het huishoudelijk afvalwater via vuilwaterriolen naar de zuiveringen van de waterschappen gaat. Elk bouwwerk moet volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving een voorziening hebben voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater; of en hoe je een nieuw lozingspunt in de tuin daarop mag aansluiten, staat in het omgevingsplan van je gemeente.
  2. In de bodem. Dit is niet vanzelfsprekend toegestaan. Het informatiepunt van de Omgevingswet (IPLO) schrijft dat bodemlozingen normaal gesproken verboden zijn; het verbod staat in artikel 1.7a van de Omgevingswet in samenhang met artikel 1.3 van het Omgevingsbesluit. Een lozing op of in de bodem mag alleen als algemene regels of een omgevingsvergunning dat duidelijk toestaan. En komt het aan de orde, dan hoort er een zuiveringsstap bij: hetzelfde informatiepunt beschrijft lozen op de bodem of op oppervlaktewater als de route voor situaties waar binnen redelijke afstand geen vuilwaterriool ligt, en dan alleen nadat het afvalwater plaatselijk is gezuiverd met een individuele behandeling van afvalwater (een IBA). Een slang in een grindbed is dat niet.
  3. Opvangen en elders gebruiken. Water opvangen in een bak en op de planten gooien klinkt eenvoudig, maar met zeep of shampoo erin is het nog steeds afvalwater en geen gietwater.

Waar je het antwoord vindt: tot een gemeente eigen lozingsregels in haar omgevingsplan heeft vastgesteld, geldt de zogeheten bruidsschat van het omgevingsplan; paragraaf 22.3.8.3 daarvan gaat over het lozen van huishoudelijk afvalwater. De gemeente is het bevoegd gezag voor bodemlozingen. Gemeenten en waterschappen moeten die bruidsschatregels uiterlijk op 1 januari 2032 omzetten naar eigen regels, dus wat er nu voor jouw adres geldt, kan de komende jaren veranderen.

Wat je aan je gemeente vraagt. Stel de vraag concreet, dan krijg je een bruikbaar antwoord: ‘Ik wil in mijn achtertuin een buitendouche met warm en koud water, met de hoeveelheid water per douchebeurt die ik heb gemeten erbij, gebruikt in het zomerseizoen. Mag dit water op het vuilwaterriool, en zo ja onder welke voorwaarden? Mag het in plaats daarvan in de bodem, met of zonder zeepgebruik? Wat geldt er in mijn omgevingsplan?’ Noteer het antwoord schriftelijk. Ligt je perceel aan regionaal water, dan kan ook de waterschapsverordening meespelen.

Hoeveel water het eigenlijk is

Dit getal bepaalt twee dingen: het antwoord dat je van de gemeente krijgt en de vraag of opvangen en hergebruiken realistisch is. Je hoeft er geen aanname voor over te nemen, want je kunt het meten.

Houd een emmer met een bekende inhoud onder de douchekop die je overweegt, of onder je douche binnen, en zet 15 seconden lang de kraan volledig open. Vermenigvuldig wat erin zit met vier, dan heb je de hoeveelheid per minuut. Vermenigvuldig dat met het aantal minuten dat je realistisch doucht, en met het aantal mensen op een zomerse dag. Dat getal is wat er per dag in je tuin terechtkomt. Reken mee hoe snel het oploopt: wie 8 liter per minuut meet en 5 minuten doucht, zit op 40 liter per beurt en bij drie beurten op 120 liter per dag. Dat zijn aannames die je met je eigen meting vervangt.

Met dat getal wordt het gesprek met de gemeente concreter, en zie je ook meteen of het idee om het op te vangen en over de planten te gooien praktisch is. Blijft er na een gewone bui al water op je terras staan, dan is dit geen goed startpunt: zoek eerst uit waarom het water nergens heen kan, zie zo kijk je waar het water in je tuin blijft staan.

De aanvoer: koud, warm, of uit een tank

Hier lopen drie heel verschillende oplossingen door elkaar, en ze stellen verschillende eisen.

Alleen koud water, vanaf een buitenkraan. Het eenvoudigst. Je hebt geen warmwaterleiding in de tuin en in de winter tap je af. Het nadeel is duidelijk: koud water is een korte douche, en voor veel mensen alleen in de zomer aantrekkelijk.

Warm en koud vanuit de installatie van de woning. Dit geeft een douche die je echt gebruikt, maar het betekent leidingen vanuit het huis de tuin in. Dat is installatiewerk: leidingen in de grond, isolatie, aftappunten voor de winter en de aansluiting op de drinkwaterinstallatie. Laat dit ontwerpen en uitvoeren door een installateur, en vraag expliciet hoe de installatie in de winter wordt afgetapt en hoe de aansluiting op de drinkwaterinstallatie wordt uitgevoerd.

Een zak of tank die door de zon wordt opgewarmd. Verleidelijk omdat er geen leiding nodig is. Maar dit is precies de combinatie — water dat stilstaat en door de zon lauw wordt — die je bij een apparaat dat water vernevelt wilt vermijden. Zie hieronder.

Wat dit artikel niet doet, is uitleggen hoe je een waterleiding legt of aansluit. Dat is werk met eisen aan materiaal, aanleg en de bescherming van het drinkwater, en daar hoort een installateur bij, geen tuinartikel.

Nevel en stilstaand water

Een douche maakt kleine waterdruppeltjes die je inademt. Het RIVM beschrijft dat legionella in water en tuinaarde kan zitten, en dat iemand de bacterie kan inademen als hele kleine waterdruppeltjes (nevel) of deeltjes tuinaarde met legionella in de lucht komen. Dat maakt een buitendouche een ander geval dan een tuinslang waarmee je de border natmaakt: je staat er zelf in.

Het RIVM geeft voor sproeiende en vernevelende apparaten in en om huis een aantal adviezen die hier goed toepasbaar zijn:

  • Laat de tuinslang, hogedrukspuit en andere sproeiende apparaten na gebruik goed leeglopen.
  • Leg of zet die slangen of apparaten niet in de zon.
  • Laat geen water in deze apparaten staan.
  • Maak apparaten die water vernevelen of sproeien regelmatig schoon.

Vertaald naar een buitendouche betekent dat: kies een opstelling waarbij je het leidingdeel in de tuin na gebruik kunt laten leeglopen, laat een slang of leiding niet opgerold in de volle zon liggen, en gebruik het laatste stuk leiding liever niet als voorraadvat. Loopt de leiding ondergronds, dan blijft hij koeler dan een slang op het terras. Gebruik je de douche een tijd niet, laat dan eerst het water weglopen voordat je eronder gaat staan, en houd je hoofd daar niet in de nevel.

Over temperatuur noemt het RIVM dat apparaten waarvan de temperatuur altijd boven de 60 graden blijft geen legionella-longontsteking kunnen veroorzaken, en adviseert het om een boiler of combiketel op ten minste 60 graden af te stellen. Hoe dat in jouw installatie zit, en wat dat betekent voor een lange leiding naar de tuin, is een vraag voor de installateur. Vul dat niet zelf in op basis van een algemeen advies.

De plek: inkijk, ondergrond en de weg terug

Een buitendouche wordt vaak gekozen op het beeld en gebruikt op het ongemak. Vier dingen bepalen of je hem echt gebruikt.

  • Inkijk. Kijk niet alleen vanaf de tuin van de buren maar ook vanaf hun bovenverdieping en vanaf een eventueel openbaar pad. Een wand of scherm van ongeveer schouderhoogte lost het zicht van opzij op, maar niet van boven. Bedenk bovendien dat geluid niet tegengehouden wordt; een douche vlak bij de erfgrens hoor je aan beide kanten.
  • De ondergrond waar je op staat. Een houten rooster of vlonder is prettig onder blote voeten en laat water door, maar wordt glad als er aanslag op komt. Kijk dus of de plek tussen twee keer gebruiken opdroogt. Wat eronder zit, is de echte vraag: een laag grind of een gootje dat het water naar de gekozen afvoer brengt. Een vlak stuk bestrating zonder afschot geeft een plas waar je in staat.
  • De route terug naar binnen. Nat over een gazon lopen gaat; nat over tien meter bestrating met zand erop niet. Zet de douche in de buurt van de deur of leg een pad dat je schoon kunt houden.
  • Waar de handdoek en je kleren blijven. Een haak aan de wand of een plank onder een overstek, uit de nevel. Dit klinkt triviaal en is in de praktijk de reden dat een buitendouche niet wordt gebruikt.

Hoe die plek zich verhoudt tot de rest van je terras, met de looproute en de zitplek, staat in je terras inrichten met ruimte om te zitten en te lopen. Zit je nog in de fase waarin je overweegt wat je binnen doet, dan is de vergelijking in een inloopdouche of douchecabine kiezen een ander vertrekpunt: binnen gaat het om ruimte en water op de vloer, buiten om afvoer, nevel en seizoen.

De winter

Alles wat water bevat en buiten staat, kan bevriezen. Bij een buitendouche gaat het om het leidingdeel in de tuin, de kraan zelf, een eventuele mengkraan en de afvoer. De praktische vraag is niet welke isolatie je koopt maar of je de installatie kunt aftappen: is er een punt waar je het water eruit laat lopen, en kun je de toevoer in huis afsluiten?

Laat dat bij het ontwerp regelen en vraag de installateur om het aftappen één keer voor te doen. Een installatie die je in oktober niet leeg krijgt, kun je in maart als lekkage terugzien. Dit geldt ook voor de eenvoudige variant met alleen een buitenkraan.

Een bad of bubbelbad in de tuin

Dit is een andere categorie, en de verschillen zijn groter dan ze lijken.

  • Volume. Een bad of bubbelbad bevat honderden liters die er in één keer in moeten en er op enig moment weer uit. Dat is een heel andere lozing dan de hoeveelheid die je hierboven voor een douche hebt gemeten, en dus een eigen vraag aan de gemeente.
  • Gewicht. Water weegt ongeveer een kilo per liter, plus het bad zelf en de mensen erin. Op een terras, en zeker op een vlonder, dakterras of balkon, is dat een vraag voor de constructie en niet voor jou.
  • Elektra. Een bubbelbad met pomp en verwarming vraagt een aansluiting die door een installateur wordt ontworpen en aangelegd. Buiten, met water, gelden eigen eisen. Daarover vind je hier geen aanwijzingen.
  • Stilstaand, lauw water. Dit is de kern van het verschil met een douche. Het RIVM adviseert bij een bubbelbad in de tuin te zorgen dat er geen aarde in het water komt, en noemt apparaten die water vernevelen als het punt om schoon te houden. Een bubbelbad dat dagen gevuld in de zon staat, verneveld door bubbels, verdient dus serieuze aandacht voor onderhoud en waterbehandeling, volgens de voorschriften van de leverancier.
  • Het seizoen. Een bad dat je in de winter niet gebruikt, moet leeg en beschermd. Reken op die handeling, want die bepaalt hoe vaak je het ding in gebruik hebt.

De eenvoudige variant: een buitenkraan

Niet iedereen heeft een douche nodig. Voor zand van voeten spoelen, een hond afspoelen of planten water geven is een buitenkraan met een goede plek vaak genoeg, en hij is veel eenvoudiger te realiseren. Let bij de plaats op drie dingen: hij moet bereikbaar zijn met een gieter eronder, het water moet ergens heen kunnen in plaats van tegen de gevel te spatten, en je moet hem in de winter kunnen aftappen en afsluiten.

De uitvoering — het type kraan, de aansluiting op de drinkwaterinstallatie en de bescherming daarvan — is installatiewerk. Vraag de installateur welke uitvoering bij jouw situatie hoort en hoe je hem winterklaar maakt. Ga je buiten ook koken of afspoelen bij een werkblad, dan hangt deze keuze samen met de rest van die opstelling; zie een buitenkeuken plannen die bij je tuin past.

Waar dit artikel stopt. Je vindt hier geen leidingdiameters, aanlegdiepten, isolatiewaarden, elektrische voorschriften of aanwijzingen voor het aansluiten op de drinkwaterinstallatie of het riool. Dat is werk waarvoor eisen gelden en waarvoor een installateur verantwoordelijk is. Wat je zelf kunt doen: de afvoervraag bij je gemeente neerleggen, de hoeveelheid water meten, de plek bepalen en de gegevens verzamelen waarmee een installateur een ontwerp kan maken.

Checklist voordat je begint

  • Schriftelijk antwoord van de gemeente over waar het water heen mag: riool, bodem, of geen van beide, en onder welke voorwaarden.
  • De hoeveelheid water per douchebeurt gemeten, en doorgerekend naar een zomerse dag.
  • Besloten of er zeep wordt gebruikt, want dat verandert de aard van de lozing.
  • Gekozen tussen alleen koud water of warm en koud, met de gevolgen voor leidingwerk en winterklaar maken.
  • Geregeld dat het leidingdeel in de tuin na gebruik kan leeglopen en niet in de zon ligt.
  • Een aftapmogelijkheid en een afsluiter in huis, en één keer laten voordoen hoe dat werkt.
  • De plek beoordeeld op inkijk, geluid, ondergrond, afschot en de route terug naar binnen.
  • Een plek voor handdoek en kleren buiten de nevel.
  • Bij een bad of bubbelbad: gewicht, elektra en waterbehandeling apart voorgelegd aan een constructeur en een installateur.

Bronnen bij dit artikel