Vloeren / keuzehulp

Meubelglijders kiezen voor je stoelen en vloer

Een glijder moet passen bij de poot, bij de vloer en bij de manier waarop hij vastzit. Meet de buis, let op rubber op pvc en controleer het vilt op zand.

Stoel met metalen buispoten en grijze doppen op een vloer met houtlook, met drie losse glijders op een houten bank — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

Een glijder moet bij twee dingen passen: bij de poot van je stoel en bij je vloer. Bij de poot gaat het om vorm, maat en de manier waarop de glijder vastzit, want een glijder die scheef zit of eraf valt, beschermt niets. Bij de vloer gaat het om het materiaal van de glijder: vilt op een harde vloer, een gladde kunststof op tapijt, en voorzichtigheid met rubber op pvc. En dan het punt dat vaak wordt vergeten: een vilt dat vol zand zit, schuurt de vloer juist.

Eerst de poot: draai de stoel om

Draai de stoel om en bekijk de onderkant van de poten. Wat je daar ziet, bepaalt welk type glijder erop past. De tabel geeft de vier vormen die je in huis het vaakst tegenkomt, met wat je ziet en wat je dus moet meten.

Wat je ziet Welk type glijder past Wat je meet
Een vlak stuk hout Om te spijkeren, te schroeven of te plakken Doorsnede van de onderkant
Een rond of vierkant gat in de buis Inslagdop die in de buis klemt Binnenmaat van de buis
Een gebogen buis die plat op de vloer ligt Klemglijder die om de buis grijpt Buitenmaat van de buis
Een onderkant die niet vlak op de vloer staat Glijder met kantelende voet Doorsnede en de hoek

Meet met een schuifmaat of een liniaal in millimeters, en meet twee kanten als de buis niet rond is. Een maat die er een millimeter naast zit, maakt bij klemglijders al het verschil tussen goed vastzitten en losschieten. Noteer de maten per stoelmodel, want in één huis staan vaak drie verschillende stoelen.

Stoelen met een buisframe zijn een geval apart. De glijder zit dan niet onder een poot maar om een stuk buis, en het gewicht van de zitter duwt die buis met kracht over de vloer bij het naar achteren schuiven. Kijk of het frame op twee of vier punten de vloer raakt, en zet op elk contactpunt een glijder. Een te kleine of te smalle klemglijder kan gaan draaien, waardoor de kale buis toch de vloer raakt.

Hoe hij vastzit, en wat dat oplevert

Dit is het deel dat in winkeladvies meestal ontbreekt, en waar het in de praktijk op misgaat. Elke bevestiging lost iets op en roept iets nieuws op.

  • Plakken. Snel en zonder gereedschap, en de enige optie op een poot die je niet wilt beschadigen, bijvoorbeeld van een erfstuk. Nadeel: plakvilt laat los, vooral op een gelakte of vette ondergrond en bij stoelen die vaak schuiven. Ontvet de onderkant eerst, druk het vilt stevig aan en controleer het vaker dan je denkt. Valt er één af, dan krast de kale poot.
  • Schroeven of spijkeren. Blijft zitten. Nadeel: je maakt een gaatje in de poot, en in een dunne of harde houten poot kan die splijten. Voorboren met een dunne boor helpt, en de kop moet verzonken zitten: een uitstekende spijkerkop is precies de kras die je wilde voorkomen.
  • Inslaan in een holle buis. Zit stevig en valt niet op. Nadeel: de maat moet kloppen, want een te kleine dop schiet eruit en een te grote vervormt de buis. Meet de binnenmaat op twee plekken; buizen zijn niet altijd precies rond.
  • Klemmen om een buisframe. Werkt op sledestoelen waar je nergens in kunt schroeven. Nadeel: hij kan draaien onder belasting. Kies een model dat de buis rondom omsluit en controleer na een paar weken of ze nog recht staan.

Er bestaan ook glijders met een verwisselbaar inzetstuk: het basisdeel blijft aan de poot en alleen het vilt of de kunststof vervang je. Glijderfabrikant Wagner levert dat zo. Dat is handig als je van vloer wisselt of als het vilt snel slijt, want dan hoef je niet opnieuw te schroeven of te plakken.

Dan de vloer: welk materiaal onder de glijder

Glijderfabrikant Wagner koppelt het materiaal van de glijder aan de vloersoort: zacht wolvilt voor gevoelige vloeren zoals parket, slijtvaster natuurvilt voor steen en tegels, en een gladde kunststof voor tapijt. Dat is een bruikbare indeling.

  • Houten vloer. Zacht vilt. Een gelakte of geoliede afwerking is gevoelig voor gruis onder het vilt. Bij een houten vloer kiezen lees je meer over die afwerking.
  • Laminaat. Vilt. Quick-Step vraagt in zijn laminaathandleiding om zachte en schone beschermers onder alle meubelpoten.
  • Pvc. Vilt, of een kunststof die de vloerfabrikant geschikt noemt. Let op rubber: volgens de Quick-Step-handleiding voor pvc kan langdurig contact met bepaalde rubbersoorten of latex blijvende vlekken geven. Kies dus beschermers die geen vlekken nalaten. Meer over pvc staat bij een pvc-vloer kiezen.
  • Tegels en natuursteen. Slijtvast vilt. Een kale metalen buis die over een tegel schraapt, maakt veel lawaai en kan sporen achterlaten.
  • Gietvloer. Sika vraagt in zijn reinigingsrichtlijn om beschermende voetjes onder stoelen, tafels en andere meubels, en noemt daarbij uitdrukkelijk twee dingen die je niet moet gebruiken: hard materiaal en zacht zwart rubber. Hoe je die vloer verder beschermt, staat in een gietvloer onderhouden.
  • Tapijt. Een gladde kunststof glijder, zoals de glijderfabrikant aanraadt.

Breder is beter. In de pvc-handleiding van Quick-Step staat dat bredere poten het gewicht beter verdelen en de kans op beschadiging verkleinen. Kies een glijder die minstens zo groot is als de onderkant van de poot, niet kleiner.

Glijders onderhouden voorkomt krassen

Vilt is zacht, en juist daardoor blijven er zandkorrels en haren in zitten. Een vilt met gruis erin werkt als schuurpapier. Daarom hoort er bij glijders een controlerondje, en niet alleen bij de aanschaf. Doe dat bijvoorbeeld als je toch de vloer onder de eettafel doet, en begin bij de stoelen die het meest schuiven en bij die vlak bij de buitendeur.

  • Zit er zand, haar of vuil in het vilt? Verwijder het, of vervang het vilt.
  • Is het vilt platgelopen of scheef afgesleten? Vervangen.
  • Zit de glijder nog recht en stevig? Een losse of gedraaide glijder beschermt niet.
  • Steekt er een spijker- of schroefkop uit? Direct weghalen.
  • Glijden er stoelen op tegels of een kale vloer zonder glijder? Aanvullen.

Hoeveel je nodig hebt, is simpeler dan het lijkt, maar reken het wel uit: aantal stoelen maal het aantal contactpunten, plus de poten van de tafel en de kasten die niet tegen de muur staan. Koop er een paar extra van dezelfde soort, want een enkele vervangen is geen probleem en een halve set wel.

Wanneer een glijder niet genoeg is

Een glijder beschermt tegen schuren, niet tegen druk of tegen de vorm van je stoel. Drie situaties waarin je verder moet kijken:

  • Een stoel die bij elke beweging wordt opgetild en neergezet. Dan speelt de druk op een klein oppervlak, en helpt een bredere glijder meer dan een zachtere.
  • Vier stoelen die de hele dag heen en weer gaan op dezelfde plek. Daar slijt de afwerking van de vloer, niet alleen de glijder. Een kleed onder de eettafel neemt die beweging over. Maar het lost het niet zonder meer op: stoelpoten blijven achter de rand van een kleed haken, en een kleed met een rubberen antislipruimte kan op pvc juist vlekken geven. Kies dan een kleed dat ruim onder alle stoelen doorloopt, ook als ze naar achteren staan, en let op de onderkant. Waar je verder op let, staat bij een vloerkleed kiezen op maat, materiaal en geluid.
  • Er zit al een kras. Een glijder voorkomt de volgende, maar herstelt niets. Wat er wel kan, hangt af van de vloer: bij hout soms schuren of bijwerken, bij laminaat en pvc een plank vervangen, bij een gietvloer de toplaag laten vernieuwen. Begin dus met vaststellen welke vloer je hebt.

Geluid naar de buren

Schuivende stoelen zijn een bekende bron van geluidhinder in appartementen. De Nederlandse Stichting Geluidhinder schrijft in haar handreiking voor VvE’s dat er goede producten zoals viltjes bestaan, en noemt geluidhinder door schuivende stoelen daarom als onrechtmatig te beoordelen. Een goede glijder is dus ook een kwestie van goed buurschap. Woon je boven iemand, dan is dat een reden om niet te wachten tot het vilt helemaal versleten is.

Bureaustoel en andere wielen

Een bureaustoel heeft geen glijders maar wielen. Voor harde vloeren vraagt Quick-Step in zijn laminaathandleiding om zachte wielen van type W volgens de norm EN 12529, of een beschermmat onder de stoel. Vraag bij de aanschaf van een stoel dus naar het type wiel, en kijk op de wielen zelf: het type staat er soms op gestempeld. Een harde wiel op een zachte vloer rolt lekker en laat een spoor achter; een zachte wiel op tapijt rolt juist zwaar. Je kunt wielen los vervangen, meestal door ze recht uit de zitting te trekken en de nieuwe erin te drukken.

Bronnen bij dit artikel