Keuken / keuzehulp

Een keukenindeling kiezen die prettig werkt

Teken de route van een gewone maaltijd, reken daarna het werkblad, de opbergruimte en de loopruimte door. Daarna kies je pas tussen een rechte keuken, hoekkeuken, U-vorm of eiland.

Witte hoekkeuken met de spoelbak onder het raam, een vrijstaande koelkast en een houten eettafel — illustratief beeld
Illustratief sfeerbeeld, gemaakt voor Woonideetje. Over onze beelden

Een keukenindeling werkt als de handelingen die je elke dag doet zonder omweg en zonder botsingen gaan: iets uit de koelkast pakken, afspoelen, snijden, op het vuur zetten, afgieten en opruimen. De vorm van de keuken, recht, in een hoek of met een eiland, volgt daaruit. Begin dus niet bij een voorbeeldfoto, maar bij wat er in deze ruimte moet gebeuren, bij je eigen route en bij de vraag welke deuren, laden en apparaten tegelijk open moeten kunnen.

De beslissingen hieronder staan op volgorde: wat de keuken moet kunnen, hoe de route loopt, hoeveel werkblad en op welke hoogte, waar de apparaten en de afvalbak komen, hoeveel opbergruimte je nodig hebt, welke vorm dat alles opneemt en wat er aan loopruimte vrij moet blijven.

Begin bij wat er in deze ruimte moet gebeuren

Dezelfde plattegrond vraagt een andere indeling als er ook gegeten wordt, als er twee mensen tegelijk koken of als de wasmachine erin staat. Schrijf daarom eerst op wat de keuken moet kunnen. Niet in sfeerwoorden, maar in handelingen:

  • Hoeveel mensen staan er op een gewone avond tegelijk te werken, en doen ze dan hetzelfde of verschillende dingen?
  • Wordt er in de keuken gegeten? Dagelijks met twee personen, of af en toe met zes?
  • Wat staat er behalve kookspullen nog in: wasmachine, droger, strijkplank, hondenmand, boodschappenvoorraad, gereedschap?
  • Zit er een kind aan tafel of op het werkblad te tekenen, of werkt er iemand met een laptop aan de keukentafel?
  • Is de keuken ook de doorgang naar de tuin, de bijkeuken of de trap? Hoe vaak loopt er iemand door terwijl jij kookt?
  • Kook je dagelijks vers met veel snijwerk, of vooral snel en met weinig pannen? Dat bepaalt hoeveel werkblad je echt nodig hebt.

Deze lijst is geen formaliteit. Wie dagelijks met twee mensen kookt, heeft bredere loopruimte nodig; wie er ook eet, verliest wandruimte aan de tafel; wie er wast, levert een hele onderkast in. Staat er veel op de lijst en is de ruimte klein, kijk dan ook of iets elders kan: een voorraadkast in de gang, de wasmachine in de badkamer. In een kleine keuken is schrappen vaak meer waard dan slimmer indelen.

Teken de route van een gewone maaltijd

Pak ruitjespapier en teken de keuken op schaal, bijvoorbeeld één vakje voor tien centimeter. Zet erop waar de koelkast, de voorraadkast, de spoelbak, de kookplaat, de oven, de vaatwasser en de afvalbak staan of komen. Teken ook de deuren van de ruimte met hun draairichting, en het raam.

Volg daarna met een potlood een maaltijd die je vaak maakt:

  1. boodschappen uitpakken in koelkast en voorraadkast;
  2. groente pakken en afspoelen;
  3. snijden op het werkblad;
  4. de pan op de kookplaat zetten;
  5. afgieten boven de spoelbak;
  6. borden uit de kast pakken en na het eten in de vaatwasser zetten, restjes in de afvalbak.

Kijk dan naar de lijn. Waar die heen en weer schiet, loop je straks veel. Waar hij een deuropening of de doorloop naar de tuin kruist, sta je huisgenoten in de weg of zij jou. En waar twee stappen direct na elkaar komen maar ver uit elkaar liggen, zoals de kookplaat en de spoelbak waarboven je afgiet, zit een kandidaat voor verbetering.

Teken bij twee koks twee routes, elk met een eigen kleur. De plekken waar de lijnen over elkaar heen gaan, zijn de plekken waar jullie straks tegen elkaar op lopen: meestal de hoek tussen spoelbak en vaatwasser, en de strook tussen koelkast en kookplaat.

Drie soorten maten: het meubel, het gebruik en de loopruimte

De meeste misrekeningen in een keuken komen doordat drie verschillende maten door elkaar worden gehaald. Houd ze in je tekening apart:

  • De maat van het meubel of apparaat. De breedte, diepte en hoogte van de kast, het werkblad of de koelkast met de deuren dicht. Hiermee bepaal je of het past. Een plattegrond en een afgeplakte omtrek op de vloer laten alleen dit zien.
  • De gebruiksmaat. De ruimte die een lade nodig heeft als hij helemaal uitgetrokken is, de ruimte die een ovendeur of vaatwasserklep inneemt als hij openstaat, de ruimte die een kruk vraagt als iemand naar achteren schuift, de diepte die je knieën onder een blad nodig hebben. Hiermee bepaal je of het werkt.
  • De vrije loopruimte. Wat er na dat alles nog over is om langs te lopen of te staan. Dit is de maat die je het snelst kwijt bent en het laatst terugkrijgt.

Noem in je tekening dus niet “90 centimeter bij het eiland”, maar “90 centimeter vrije loopruimte tussen de voorkant van de onderkast en de voorkant van het eiland, met alle deuren dicht”. Teken daarnaast dezelfde plek nog een keer met de vaatwasser open. Dat tweede plaatje is het plaatje dat klopt met je avond.

Werkgang, looproute en de werkdriehoek

Veel keukenadvies gaat uit van de werkdriehoek tussen koelen, spoelen en koken. De Amerikaanse brancheorganisatie NKBA geeft daar in haar Kitchen Planning Guidelines with Access Standards concrete grenzen voor: de drie afstanden samen niet meer dan 7,9 meter, en geen enkele zijde korter dan 1,2 meter of langer dan 2,7 meter, gemeten vanaf het midden van de voorkant van het apparaat of de spoelbak. Een looproute hoort niet door die driehoek te lopen, en een kast of koelkast over de volle hoogte en volle diepte hoort niet tussen twee van die werkplekken te staan.

Voor de ruimte ertussen noemt dezelfde richtlijn twee verschillende maten, en het verschil is precies het verschil tussen staan en langslopen:

  • Werkgang, waar je staat te werken: minstens 1067 millimeter voor één kok en 1219 millimeter als er meer mensen tegelijk koken. De NKBA zegt er expliciet bij dat je meet tussen de voorkant van het werkblad, hoge kasten en apparaten — dus tussen de fronten, niet tussen de wanden.
  • Looproute zonder werkplek: minstens 914 millimeter breed.

Dit zijn Amerikaanse ontwerprichtlijnen en geen Nederlandse voorschriften. Ze zijn bovendien gemeten met alles dicht: een geopende vaatwasserklep of een uitgetrokken lade haalt daar zo veertig tot zestig centimeter af, en iemand die gehurkt in een onderkast zoekt, neemt de hele gang in. In een Nederlandse rijtjeswoning haal je die maten niet altijd. Dan is de vraag niet of je de richtlijn haalt, maar waar het precies knelt: als de vaatwasser openstaat en iemand naar de tuin wil, of als twee mensen met hun rug naar elkaar werken. Dat is een afweging, geen norm.

De driehoek zelf mist ook een paar dingen die in een gewone keuken veel bewegingen kosten: de voorraadkast, de afvalbak, de vaatwasser en een oven in een hoge kast. De getekende route uit de vorige stap zegt daarom meer dan het driehoekje.

Hoeveel werkblad je nodig hebt, en waar

Dit is de beslissing die in de praktijk het meeste verschil maakt en die op foto’s niet te zien is. Werkblad heb je op drie manieren nodig: als snijplek, als aanzetruimte naast een apparaat en als plek waar spullen staan.

De NKBA-richtlijnen geven hier maten voor, steeds gemeten als lengte werkblad langs de voorkant, bij een blad van minstens 406 millimeter diep:

  • Snij- en werkplek: een aaneengesloten stuk van minstens 914 millimeter breed en 610 millimeter diep, direct naast de spoelbak.
  • Naast de spoelbak: minstens 610 millimeter aan de ene kant en 457 millimeter aan de andere kant.
  • Naast de kookplaat: minstens 305 millimeter aan de ene kant en 381 millimeter aan de andere kant, op dezelfde hoogte als de kookplaat.
  • Bij de koelkast: minstens 381 millimeter aan de kant van de handgreep, of recht tegenover de koelkast op maximaal 1219 millimeter afstand.
  • Bij oven en microgolfoven: minstens 381 millimeter naast of boven het apparaat, zodat je een hete schaal direct kunt neerzetten.
  • Grenzen twee van deze stukken aan elkaar, dan geldt volgens de NKBA niet de som maar de langste van de twee plus 305 millimeter.

Als totaal noemt de richtlijn 4013 millimeter werkblad van 610 millimeter diep met minstens 381 millimeter vrije hoogte erboven, om alle gebruiken samen kwijt te kunnen. Reken dat één keer na voor je eigen keuken; in een krappe ruimte kom je daar niet aan. Behandel het getal dus niet als eis, maar als rangorde: als je moet kiezen, gaat de aaneengesloten snijplek naast de spoelbak voor op een extra stukje bij de koelkast.

Let bij het natrekken op twee dingen die deze maten opeten. Een vensterbank of een hoge achterwand verlaagt de vrije hoogte boven het blad. En alles wat permanent op het blad staat — koffiezetapparaat, afdruiprek, messenblok, brood — haalt het af van je snijplek. Reken daarom één keer na hoeveel centimeter blad echt leeg blijft.

Werkbladhoogte: één hoogte past niet bij alles

Een werkblad op één hoogte is altijd een compromis, en dat is te begrijpen zonder meetlat. Bij snijden werk je op de plank, dus een paar centimeter boven het blad. Bij koken sta je boven een pan die op de plaat staat, dus nog hoger. Bij afwassen reik je juist naar de bodem van de spoelbak, dus onder het blad. Dezelfde hoogte is voor die drie handelingen dus nooit gelijk gunstig.

Daarom adviseert de NKBA in haar Access Standards twee werkbladhoogtes in dezelfde keuken, één tussen 711 en 914 millimeter boven de vloer en één tussen 914 en 1143 millimeter. De bijbehorende toegankelijkheidsnorm die ze aanhaalt (ICC A117.1-2009) vraagt daarnaast minstens één stuk blad van 762 millimeter breed op maximaal 864 millimeter hoog, of in hoogte verstelbaar tussen 737 en 914 millimeter. Dat zijn toegankelijkheidseisen uit een Amerikaanse norm; ze gelden hier niet, maar ze laten zien dat één hoogte ook in die wereld als beperking wordt gezien.

Praktisch kom je er zo uit: kies de hoogte op de handeling die je het vaakst en het langst doet, meestal snijden. Zet een plank op een stapel boeken of dozen op de hoogte die je overweegt, snijd er tien minuten op en voel of je schouders optrekken of je rug gaat buigen. Houd daarbij de dikte van je snijplank aan als onderdeel van de hoogte. Een verhoogde vaatwasser of een iets hoger gemonteerde spoelbak kan daarna het bukken beperken, maar dan moet het aangrenzende werkblad op diezelfde hoogte meegaan; anders ontstaat een randje waar water en kruimels blijven liggen.

Waar de apparaten en de afvalbak horen

Ook dit is een reeks aparte keuzes, en niet één post “apparaten” in de offerte.

  • Vaatwasser bij de spoelbak. De NKBA adviseert de dichtstbijzijnde rand van de vaatwasser binnen 914 millimeter van de dichtstbijzijnde rand van de spoelbak te houden, en minstens 533 millimeter stahoogte vrij te laten tussen de rand van de vaatwasser en wat er haaks op staat. Die tweede maat is een gebruiksmaat: het is de plek waar je zelf staat terwijl de klep open is.
  • Twee afvalbakken. Dezelfde richtlijnen gaan uit van minstens twee bakken, één bij de spoelbak en één voor gescheiden afval in of net buiten de keuken. In Nederland zijn dat in de praktijk meer stromen. Kijk waar de bak voor gft, plastic en restafval staat terwijl je snijdt: moet je ervoor omlopen, dan blijft het schillenbergje op het blad liggen.
  • Oven op hoogte of onder het blad. Een oven in een hoge kast scheelt bukken met een hete schaal, maar neemt wandruimte in die je kwijt bent voor werkblad. Onder het blad is de deur in open stand een blokkade in de loopruimte. Meet in beide gevallen hoe ver de deur uitsteekt — dat is de gebruiksmaat, niet de kastdiepte.
  • Microgolfoven. De NKBA houdt als bovengrens voor de onderkant van het apparaat 1372 millimeter boven de vloer aan, en als het onder het blad komt minstens 381 millimeter boven de vloer. De gedachte erachter kun je zelf natrekken: je tilt een hete schaal eruit, en dat gaat beter op onderarmhoogte dan boven je schouder.
  • Koelkast aan de rand van de keuken. Huisgenoten die alleen iets komen pakken, hoeven dan niet langs de kookplaat. Controleer wel of de deur ver genoeg open kan om de laden eruit te trekken; in de installatiehandleiding van het model staat welke ruimte de deur nodig heeft en of de draairichting om te zetten is.

Opbergruimte: hoeveel, en op welke plek

“Genoeg kastruimte” is geen keuze. Een bruikbare maat is wel te berekenen. De NKBA rekent met strekkende meters schap- en ladefront: de breedte van de kast maal het aantal schappen of laden maal de diepte. Voor een keuken kleiner dan ongeveer 14 vierkante meter komt ze op 35.560 millimeter in totaal, voor een middelgrote keuken (ongeveer 14 tot 32,5 vierkante meter) op 43.180 millimeter. Daarvan hoort volgens dezelfde richtlijn een flink deel binnen 1829 millimeter van het midden van de spoelbak te zitten: minstens 10.160 millimeter bij een kleine en 12.192 millimeter bij een middelgrote keuken. Alles wat hoger dan 2134 millimeter boven de vloer zit, rekent ze niet mee als gewone opbergruimte.

Je hoeft dat niet precies na te rekenen om er iets aan te hebben. Twee dingen staan erin die je keuze veranderen. Het eerste: een groot deel van je opbergruimte hoort binnen armbereik van de spoelzone te zitten, want daar ruim je op. Het tweede: de bovenste schappen tellen niet echt mee, omdat je er niet bij kunt zonder trapje. Een hoge kast met laden levert daarom meer bruikbare ruimte op dan dezelfde meters in bovenkasten tot aan het plafond.

De keuze tussen bovenkasten en laden gaat ook over hoe de ruimte oogt. Bovenkasten langs twee wanden geven veel ruimte, maar maken een smalle keuken benauwd en houden daglicht tegen. Open schappen oogsten stof en vet boven de kookplaat. Een rij hoge kasten op één wand, met de andere wand vrij, is vaak de prettigere verdeling bij hetzelfde aantal meters. Welke spullen dan waar horen, en hoe je een hoekkast nog bruikbaar maakt, werken we uit bij het indelen van keukenkastjes en laden.

Deuren, laden en apparaten die elkaar raken

Op een plattegrond staan alle kasten dicht. In het dagelijks gebruik staan ze dat niet. De NKBA-richtlijn zegt het kort: een toegangsdeur hoort het veilig gebruiken van apparaten niet te hinderen, en deuren van apparaten horen elkaar niet in de weg te zitten. Teken de deuren en laden daarom open en controleer deze combinaties:

  • Vaatwasser en spoelbak. Naast elkaar kun je borden afspoelen en direct inruimen. Staat de open klep in de route naar de koelkast of de achterdeur, dan stapt iedereen eroverheen.
  • Laden in een binnenhoek. Twee ladeblokken die haaks op elkaar in een hoek staan, kunnen elkaars greep of front raken. Vraag de keukenontwerper of er een passtuk tussen zit en of beide laden tegelijk open kunnen.
  • Ovendeur en looproute. Een open ovendeur in een smalle doorgang betekent dat niemand erlangs kan terwijl jij een schaal uit de oven haalt.
  • Koelkastdeur tegen een muur. Zit de scharnierkant vlak tegen een wand, dan gaat de deur soms niet ver genoeg open om de laden eruit te trekken.
  • Kamerdeur en keukenkast. Een deur die openzwaait tegen een hoge kast of een open lade, botst vroeg of laat. Een schuifdeur of een deur die de andere kant op draait, lost dat op; dat is wel een verbouwing en bij een huurwoning geen vrije keuze.
  • Afvalbak en vaatwasser. Een uitrijdbare afvalbak naast de vaatwasser kan niet open als de klep ligt. Dat merk je precies op het moment dat je beide nodig hebt.

Rechte keuken, hoekkeuken, U-vorm of twee wanden

Pas als je de route, het werkblad en de botsplekken kent, kun je de vormen eerlijk vergelijken. De tabel stelt bij elke vorm dezelfde vragen. Lees de rechterkolom als “hier moet je op letten”, niet als bezwaar.

Vorm Route Werkblad Waar het knelt
Rechte keuken langs één wand Eén lijn; bij een lange wand loop je heen en weer Eén strook, snel versnipperd door apparaten Aaneengesloten snijplek overhouden
Hoekkeuken (L-vorm) Korte draai om de hoek Twee stroken plus de hoek Laden in de binnenhoek; de hoek zelf moeilijk bereikbaar
U-vorm Korte afstanden, drie kanten binnen bereik Veel, met twee hoeken Verkeer door het werkgebied als de opening de enige ingang is
Twee wanden tegenover elkaar Draaien in plaats van lopen Twee rechte stroken Deuren aan beide kanten tegelijk open; de werkgang ertussen
Met eiland of schiereiland Hangt af van wat er op het eiland staat Extra werkblad, eventueel met zitplek Vrije loopruimte aan elke open kant

De vormen sluiten elkaar niet uit en zijn geen vakjes waar jouw keuken precies in valt. Een hoekkeuken met een schiereiland is ook een U. Een rechte keuken met een losse tafel ertegenover werkt in de praktijk als twee wanden tegenover elkaar.

Een eiland lijkt in een open keuken vaak de vanzelfsprekende keuze, maar het vraagt aan elke open kant vrije loopruimte. Een schiereiland, aan één kant vast aan een wand of kastblok, vraagt die ruimte aan één kant minder en kan in een kleinere keuken daarom beter passen. Bij de keuze tussen een kookeiland en een schiereiland bepalen de loopruimtes eromheen dus meer dan de vorm. Wil je aan het eiland ook eten, dan vraagt een ontbijtbar beenruimte onder het blad plus ruimte achter de kruk. En een eiland verandert het licht: de lamp boven het kookeiland hangt midden in de zichtlijn naar de rest van de ruimte.

Een uitgerekende voorbeeldindeling

Voorbeeldindeling met aannames, geen bestaande woning. Een rechthoekige keuken van 240 bij 330 centimeter, deur in de korte wand, raam in de tegenoverliggende korte wand, afvoer en wateraansluiting in de linker lange wand. Eén kok, twee mensen eten er niet in de keuken.

  • Meubelmaten. Langs de linkerwand een blok van 330 centimeter met onderkasten van 60 centimeter diep. Langs de rechterwand een blok van 180 centimeter met dezelfde diepte, plus een hoge kast van 60 centimeter breed bij de deur.
  • Vrije loopruimte. 240 − 60 − 60 = 120 centimeter werkgang tussen de twee fronten. Dat is ruim boven de 107 centimeter die de NKBA voor één kok noemt, en het vangt de open vaatwasserklep op: met de klep open blijft er ongeveer 65 centimeter over om langs te schuiven, krap maar begaanbaar.
  • Zones links. Spoelbak onder het raam met de vaatwasser er direct naast; links van de spoelbak 70 centimeter aaneengesloten blad als snijplek, rechts 50 centimeter. Daarnaast de kookplaat met 40 centimeter blad aan de ene en 35 aan de andere kant.
  • Zones rechts. Koelkast in de hoge kast bij de deur, zodat wie alleen iets pakt niet langs de kookplaat hoeft. Daarnaast 180 centimeter blad met laden eronder, waarvan 90 centimeter bewust leeg blijft.
  • Wat bewust wegvalt. Geen eiland: met 120 centimeter werkgang blijft er geen ruimte over voor een blok in het midden. Geen bovenkasten boven het rechterblok, zodat de ruimte niet aan twee kanten dichtloopt; die meters komen terug in de hoge kast.
  • Het nadeel. De opbergruimte zit krapper dan in een versie met bovenkasten rondom, en wie met twee mensen kookt, zit met 120 centimeter onder de 122 centimeter die de richtlijn daarvoor noemt. Kook je vaak samen, dan is de bredere werkgang belangrijker dan de hoge kast en moet er elders ruimte af.

Reken je eigen indeling op dezelfde manier door, in deze volgorde: meubelmaten optellen, van de wandmaat aftrekken, en van wat overblijft nog een keer de gebruiksmaten aftrekken van de deuren en laden die daar openstaan.

Licht, stopcontacten en een plek om te zitten

Een indeling die rekenkundig klopt, kan nog ongezellig zijn. Drie dingen maken daarin het verschil, en ze horen in dezelfde tekening.

Licht op de plek waar je het gebruikt. Elke werkplek heeft eigen licht nodig, want jij staat met je rug naar het plafondlicht als je snijdt. Dat betekent in de praktijk: licht onder de bovenkasten of boven het blad bij de snijplek en de spoelbak, licht boven de kookplaat (vaak al in de afzuigkap) en apart licht boven een tafel of eiland. Zet het werklicht en het sfeerlicht op aparte schakelaars, zodat je ’s avonds niet alles aan hoeft. Welke soorten lampen op welke plek werken, staat bij keukenverlichting voor het werkblad en de eettafel.

Stopcontacten waar de apparaten staan. Teken op je plattegrond waar het koffiezetapparaat, de waterkoker, de mixer en een telefoonlader komen, en zet daar contacten. Een contact achter een vast apparaat kom je in de praktijk niet bij. Hoe je dat voor het hele huis aanpakt, staat bij stopcontacten plannen rond hoe je je huis gebruikt.

Een plek om even te zitten. Ook in een keuken waar niet gegeten wordt, is een kruk of een stoel in een hoek het verschil tussen doorwerken en er even zijn. Dat kost ruimte: naast de maat van de kruk zelf heb je de gebruiksmaat nodig om naar achteren te schuiven en op te staan. Wordt het echt een ruimte waar je blijft zitten, lezen of werken, dan verandert de hele indeling en kijk je eerder naar een woonkeuken.

Kaal wordt het niet zolang de spullen die je dagelijks gebruikt op het blad mogen staan en één wand wat kleur of textuur krijgt. Het verschil zit in de keuze: een paar dingen met een vaste plek, in plaats van alles wat nergens hoort.

Als je niet alles kunt verplaatsen

De afvoer, de wateraansluiting en de aansluiting voor de kookplaat bepalen in veel bestaande woningen waar de spoelbak en het kookgedeelte kunnen staan. Verplaatsen kan vaak wel, maar dat is werk voor een installateur en het verandert het budget. Teken daarom eerst een indeling waarin die punten blijven waar ze zitten, en kijk hoeveel knelpunten dan al verdwijnen.

Houd daarbij deze volgorde aan: eerst verplaatsen wat los staat, dan weglaten wat je toch niet gebruikt, en pas daarna vervangen.

  • Zet de afvalbak in of naast de spoelzone, zodat afgieten, schoonmaken en weggooien op één plek gebeuren.
  • Bewaar pannen en spatels bij de kookplaat en borden zo dicht mogelijk bij de vaatwasser.
  • Haal weg wat de snijplek bezet houdt: een broodrooster die je één keer per week gebruikt, kan in een kast.
  • Kijk in de handleiding van een vrijstaande koelkast of de draairichting van de deur om te zetten is, als de deur nu de verkeerde kant op opent.
  • Pas daarna heeft het zin om een kast of apparaat te vervangen — en dan het liefst het onderdeel dat in je getekende route het meeste oplevert.

Wil je in een huurwoning aansluitingen of kasten laten verplaatsen, overleg dan eerst met de verhuurder en leg de afspraak schriftelijk vast. Blijft de keuken staan zoals hij is, dan zit bijna alle winst in de drie punten hierboven plus betere verlichting.

Het beeld bij dit artikel is een illustratief sfeerbeeld. Een foto of showroomopstelling laat een keuken zien met alle deuren dicht en het blad leeg. Hij zegt niets over jouw werkgang, de draairichting van jouw deuren of de route die jij elke avond loopt.

Wat je meet en meeneemt naar een keukenontwerper

  • de maten van wand tot wand, op de vloer en op werkbladhoogte, want muren staan niet altijd haaks;
  • hoogte en breedte van het raam en de vensterbank, en de vrije hoogte boven het werkblad;
  • alle deuren met hun breedte en draairichting;
  • de plek van de afvoer, de wateraansluiting, de aansluiting voor koken, de stopcontacten en een eventuele radiator;
  • waar de afzuiging nu op uitkomt, en of er een afvoer naar buiten is;
  • apparaten die je houdt, met hun meubelmaat én de ruimte die hun deuren open nodig hebben;
  • hoeveel mensen tegelijk koken en of de keuken ook een doorloop is;
  • je lijstje van wat er in de ruimte moet gebeuren, en je getekende route van een gewone maaltijd.

Vraag bij het ontwerp om een tekening waarin de vaatwasser, de oven, de koelkast en de hoeklades open staan, en om de vrije loopruimte die dan overblijft. Dan zie je vóór je iets koopt waar het knelt.

Bronnen bij dit artikel